1 zorgcoördinator per 455 studenten

Werkoverlast bij zorgcoördinatie

17 oktober 2016
Artikel
Een veel te grote werklast bemoeilijkt momenteel de zorgcoördinatie aan de KU Leuven voor studenten met een functiebeperking. Daardoor is er geen ruimte voor de broodnodige individuele begeleiding.

Studenten met een functiebeperking hebben nood aan verschillende faciliteiten. Zo moeten blinde studenten hun cursusmateriaal laten vertalen naar braille en hebben dove studenten nood aan tolken.

De studenten met een functiebeperking verkrijgen dergelijke faciliteiten door de zorgcoördinatoren. Zij bekijken de noden per student en begeleiden hen bij de aanvraag van hun faciliteiten. Het is dus hun taak om te zorgen dat ze op een eerlijke manier les kunnen volgen aan de KU Leuven.

Werkoverlast

Momenteel kampen zij echter met een enorme werkoverlast. Voor de 1.705 studenten met een functiebeperking is er momenteel 3,75 VTE (voltijdse equivalent) voorzien, dat komt erop neer dat elke zorgcoördinator gemiddeld 455 studenten moet begeleiden.

‘Daarom hebben we vorige week samengezeten met het algemeen beheer van de universiteit’, vertelt Ruth Stokx, hoofd van de Studentenadviesdiensten. ’Er komt nu een extra werkkracht bij.’ Zo komt de werklast op 395 studenten per persoon. Dat lijkt echter ver van voldoende, nog steeds kan een voltijdse zorgcoördinator zo maar maximaal één uur en tien minuten vrijmaken per student per semester.

'We zouden eigenlijk minstens twee extra voltijdse personeelsleden nodig hebben'

Ann Dewicke, coördinator van de dienst Studeren en Functiebeperking

‘Wij hebben de berekeningen gedaan en volgens ons zou 300 studenten per coördinator een goed cijfer zijn’, vertelt Ann Dewicke, coördinator van de Dienst Studeren en Functiebeperking. ‘Vanaf 400 wordt het echt onhaalbaar, en daar zitten we zo maar net onder. Die ene persoon extra was broodnodig, maar die gaat zeker direct ingevuld zijn. We zouden eigenlijk minstens nog twee extra VTE nodig hebben.’

GON-begeleiding

Dat een dik uur per student per semester echt te weinig is, blijkt uit de getuigenissen van verscheidene studenten. (zie de voorgaande artikels uit onze reeks over functiebeperkingen) Veel studenten geven aan dat individuele begeleiding echt wel nodig is, maar die is zelden te verkrijgen.

Het lijkt des te problematischer als men de vergelijking maakt met de begeleiding aan de hogescholen. Aan de Vlaamse hogescholen kan je als student met een functiebeperking namelijk GON-begeleiding krijgen.

Dat geïntegreerde onderwijs moet studenten met een functiebeperking de kans geven les te volgen aan een gewone school. Dat houdt in dat ze een begeleider krijgen die zo’n drie tot vier uur per week met hen bezig is.

Nu kunnen studenten aan de hogescholen wel gebruik maken van zo’n begeleiding, maar universiteitsstudenten niet. ‘Het is uiteraard onrechtvaardig dat zo’n systeem wel bestaat voor de hogescholen en niet voor de universiteiten’, vertelt Stokx. ‘Wij vragen dan ook al jaren aan de overheid om dat recht te trekken, er ligt bij hen nu een heel dossier om GON te hervormen.’

‘Het is onrechtvaardig dat zo’n systeem wel bestaat voor de hogescholen en niet voor de universiteiten’

Ruth Stokx, hoofd studentenadviesdiensten

De afwezigheid van GON-begeleiding zou dus eigenlijk door de zorgcoördinatoren moeten worden opgevangen, maar die moeten dus elk 455 studenten opvangen en kunnen dus maximaal een dik uur per semester per student vrijmaken. ‘Je hebt mensen die met hun GON-begeleiders 3 tot 4 uur per week begeleid kunnen worden, dat is dus niet te vergelijken’, vertelt Stokx.

‘Het is natuurlijk wel zo dat onze zorgcoördinatoren niet alle taken van een GON-begeleider moeten overnemen: de studenten zitten samen met hun coördinator en worden dan vaak doorverwezen voor bijvoorbeeld extra studiebegeleiding naar de studieadviesdiensten.

Stijging

Ook is er door de werkoverlast geen ruimte voor andere zaken dan de toewijzing van faciliteiten. Dewicke legt uit: ‘Zo wordt er amper iets gedaan rond sensibilisering, kan de zorgcoördinatie op de campussen onvoldoende gecoördineerd worden en is er geen tijd om te werken aan het draagvlak op de faculteiten.’

'Voor sensibilisering of goede coördinatie van de campussen is nog geen ruimte'

Ann Dewicke, coördinator van de Dienst Studeren en Functiebeperking

‘Ook is er ieder jaar een stijging van het aantal studenten dat een functiebeperking aangeeft met ongeveer 10%, eigenlijk zou hiervoor al iemand klaargestoomd moeten worden om die stijging op te vangen. Om de basiszaken te doen kwamen we echt iemand te kort, die krijgen we nu extra, maar voor heel veel zaken is er dus nog geen ruimte.’

Campussen

De zorgcoördinatie op de campussen verloopt momenteel via zestien daarvoor aangestelde zorgcoördinatoren. Het probleem is echter dat zij vaak verschillende petjes op hebben. Dewicke licht toe: ‘Een zorgcoördinator ziet er zijn studenten, maar staat ook vaak in voor andere taken als studieloopbaanbegeleiding. Ik denk dat daar zeker nog meer middelen nodig zijn.’

Sensibilisering

Ook voor sensibilisering naar studenten en proffen toe is geen tijd. ‘We weten dat het een heel belangrijk thema is dat we zouden moeten aanpakken, maar daar is nu geen ruimte voor’, vertelt Dewicke, ‘Eigenlijk heb je iemand nodig die zich daar echt mee bezighoudt, initiatieven neemt en acties opzet, ook daar zijn extra middelen nodig.’