70 pagina's ambitie: analyse van Luc Sels' verkiezingsprogramma

Interdisciplinariteit en inclusief leiderschap leidraad doorheen programmatekst

18 April 2017
Artikel
Auteur(s): Simon Grymonprez
Het programma van Luc Sels bevat in totaal zo’n 70 pagina’s. Veto analyseert en licht de belangrijkste punten per domein uit.

Een onderverdeling per domein is natuurlijk deels arbitrair, gezien bepaalde ideeën en principes als een rode draad doorheen de voorstellen kronkelen. Eén van die principes is de klemtoon op interdisciplinariteit, zowel voor onderwijs als onderzoek. Het versterken van Metaforum (de universitaire interdisciplinaire denktank) en het oprichten van een Instituut voor Interdisciplinaire Studies (een centrum dat interdisciplinaire vakken en opleidingen zou coördineren) is hier een voorbeeld van.

De aandacht voor inclusief leiderschap is opvallend: meer ATP-vertegenwoordiging (Administratief-Technisch Personeel) in de Academische Raad (dé centrale raad van de universiteit waar alle geledingen samenkomen), een studentenvertegenwoordiger als volwaardig lid van het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu, momenteel de facto het belangrijkste beslissingsorgaan aan de KU Leuven) en een opwaardering van diezelfde Academische Raad én de Onderwijsraad (centrale raad voor onderwijszaken) zijn daar voorbeelden van.

Sels stelt onomwonden dat de diversiteit in de studentenaula’s laag is en wil een genderevenwicht binnen de ploeg van vicerectoren

In onze ogen is het programma trouwens behoorlijk progressief: Sels stelt onomwonden dat de diversiteit in de studentenaula’s laag is, wil een genderevenwicht binnen de ploeg van vicerectoren, wil van duurzaamheid een prioriteit maken en heeft de ambitie de KU Leuven in te schrijven in de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Sels looft trouwens het huidige duurzaamheidsplan als goede basis, maar wil het aanscherpen en ook echt uitvoeren.

Hoewel Sels op veel vlakken zo specifiek mogelijk probeert te gaan, zorgt zijn ideaal van inclusief leiderschap en brede gedragenheid ervoor dat sommige thema’s (bewust) vaag blijven: het allocatiemodel (de manier waarop middelen binnen de KU Leuven worden verdeeld) wordt niet ontvroren, maar er moet wel een discussie over worden opgestart. De matrixstructuur (faculteiten en departementen) of de groepsstructuur (Biomedische Wetenschappen, Wetenschap en Technologie, Humane Wetenschappen) moeten bijvoorbeeld niet verdwijnen, maar wel ‘herdacht’ worden.

Dat bijvoorbeeld het stuk over het allocatiemodel vaag zou zijn, spreekt Sels tegen. ‘Momenteel stelt rector Torfs dat hij de allocatie zal bevriezen tot 2023, niet meer of niet minder. Ik heb in het programma daarentegen een aantal heldere spelregels en principes opgenomen met betrekking tot de allocatie en bovendien het engagement opgenomen om enerzijds rust te creëren rond allocatie, omdat ze de universiteit verdeelt, en tegelijk de discussie op te starten over betere verdelingsprincipes en –modellen voor de toekomst. Dat lijken me heldere afspraken.’

Volwaardig alternatief

Niettemin bevatten de 70 pagina’s programmapunten veel ambitie en vormen ze een coherent geheel. Zoals bij elk verkiezingsprogramma is de vraag hoe realistisch dit alles is, terecht. Overigens ontbreekt cultuurbeleid volledig. Sels erkent dat er niets over cultuur te vinden is, maar dat wil volgens hem niet zeggen dat hij cultuur niet belangrijk vindt. ‘Het programma is nu al 70 pagina’s lang. Ik heb nu in eerste instantie gemikt op een coherent en toekomstgericht programma, in een globale schets van hoe ik de universiteit in de toekomst zie functioneren.’

Sels maakt doorheen het programma trouwens handig gebruik van zijn bestuurservaring als decaan aan de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen (FEB). Good practices binnen FEB worden regelmatig in de verf gezet.

Sels’ voorstel tot een basisfinanciering, startkrediet en een sabbaticalsysteem komt tegemoet aan de vele klachten rond de internationale en nationale onderzoekscultuur

Wat dit verkiezingsprogramma evenwel sterk maakt, is dat het tegemoet komt aan een aantal veelgehoorde klachten of opmerkingen binnen een deel van het professorenkorps en de zwaktes in het huidige Torfs-systeem subtiel, maar helder detecteert. Sels lijkt goed aan te voelen wat er leeft en presenteert zich als een volwaardig alternatief voor vier jaar Rik Torfs.

Een voorbeeld is de opwaardering van de Academische Raad en Onderwijsraad: deze zijn volgens een deel van het ZAP vandaag veel te ‘zwakke’ organen waar niet écht gedebatteerd wordt, met bovendien weinig reële invloed. Het frustreert dat informele contacten of organen zoals het GeBu of het informele decanenoverleg de Academische Raad of Onderwijsraad lijken te overstemmen.

Sels’ voorstel tot een basisfinanciering, startkrediet en een sabbaticalsysteem komt tegemoet aan de vele klachten rond de internationale en nationale onderzoekscultuur (zie hier). Hetzelfde geldt voor de klemtoon op interdisciplinariteit.

Sels lijkt overigens op vlak van internationalisering en interuniversitaire samenwerking wel het tegengestelde van rector Torfs

Sels detecteert terecht de campussen als een zwakte van de huidige bestuursploeg. In deze Veto kunt u zo lezen hoe het personeelsbeleid aan bepaalde campussen tot frustratie en onvrede leidt. De campussen voelen zich te weinig betrokken, en niet alleen op vlak van personeelsbeleid. Wat er bijvoorbeeld met de studentenvoorzieningen moet gebeuren - in Leuven namelijk sterk uitgebouwd, maar elders niet altijd even volledig - leek voor de huidige beleidsploeg niet altijd even duidelijk.

Ook hier maakt de kandidaat-rector handig gebruik van zijn ervaring: het track record van de decaan op het vlak van integratie wordt doorgaans als succesvol aanzien. Misschien nog het meest opvallende voorstel betreft de financiering. De campussen krijgen op dit moment gescheiden ‘geld-enveloppen’. Normaal verdwijnen die (geld-)schotten na 2023. Sels wil die gescheiden enveloppen nog niet (volledig) afschaffen en wil de campussen ‘in deze groeifase de noodzakelijke stabiliteit geven’. Hij lijkt te beseffen dat een echte succesvolle integratie alleen lukt mits meer tijd (en dus middelen). De decaan erkent trouwens expliciet het tekort aan hoofddocenten en hoogleraren op de campussen en wil hier meer bevorderingsruimte creëren.

Professor Sels lijkt overigens op vlak van internationalisering en interuniversitaire samenwerking wel het tegengestelde van rector Torfs. Hoewel hij geen verengelsing wenst (‘Ik voel me tot vandaag veel comfortabeler in de taal van Claus en Lanoye’), gaat hij wel voor een duidelijk internationaler profiel, overigens inclusief enkele sneren naar het beleid van vicerector Internationaal beleid Danny Pieters.

Buiten inhoud- ook stijlverschil

Sels geeft, in navolging van zijn stelling ‘We zijn te arrogant geworden’ in De Standaard, duidelijk aan dat er ook een stijlverschil is. In het subhoofdstuk ‘Wetenschap laat zich niet vatten in 140 tekens’ zegt Sels: ‘Ook ik zal mijn rol opeisen in de media. Maar ik zal het doen in de domeinen van mijn expertise, waartoe ik ook de regulering, het bestuur, het beleid en de ambities van de universiteiten reken. Ik wil zuinig zijn met twitter-uitlatingen en allerhande media-optredens over alle mogelijke onderwerpen. Want ze doen per definitie afbreuk aan de essentiële opdracht van een rector.’

Afgaande op de tekst ‘Leuven+’ is Luc Sels geen Oosterlinck 2.0

Tot slot dit: afgaande op de tekst ‘Leuven+’ is Luc Sels geen Oosterlinck 2.0. Rik Torfs wist de voorbije jaren steevast te scoren met de retoriek van een open universiteit, van debat, van transparantie en verbondenheid. ‘Ik vind (...) dat er meer over de universiteit gediscussieerd zou moeten worden, niet enkel bij rectorverkiezingen. De tijd is nu ook redelijk beperkt om de discussie te voeren. (...) Een debat over de universiteit is nooit tijdverlies, dat zou een soort permanente discussie moeten zijn’, zei Rik Torfs vier jaar geleden aan Veto. Of de basis onvoldoende betrokken was? ‘Dat is inderdaad een probleem’, antwoordde Torfs toen. ‘Het is de taak van de universiteit om mensen goesting te geven om zich betrokken te voelen.’

Laat nu net die verbondenheid tussen verschillende geledingen van deze universiteit een programmapunt van Sels zijn, door bijvoorbeeld de banden tussen de Academische Raad en het GeBu enerzijds en de faculteiten/departementen anderzijds aan te scherpen, of de ATP-vertegenwoordiging in de Academische Raad uit te breiden. Het permanente debat wil Sels aanwakkeren door de bestaande formele overlegorganen te versterken, of door een breed gedragen discussie te voeren over groeps- en matrixstructuren alsook over het allocatiemodel.

Neem nu de volgende uitspraak van Torfs vier jaar geleden in Veto: ‘Een van de problemen is het gebrek aan contact tussen de drie groepen van de universiteit (Wetenschap en Technologie, Humane Wetenschappen en Biomedische Wetenschappen, red.). Dat zijn drie universiteiten, met erboven een Academische Raad, die alleen nog officieel bevestigt wat vaak al geregeld is in de groepen.’ Correcte analyse destijds, maar helaas voor Torfs nauwelijks veranderd de voorbije vier jaar. Sels springt nu met nadruk op interdisciplinariteit, empowering van de Academische Raad en het doorbreken van de groepsmuren in dat gat.

Het is duidelijk dat Sels inspeelt op niet- of niet voldoende ingeloste beloftes die Rik Torfs de voorbije jaren populair hebben gemaakt. Dat hij dat doet met een stevig en ambitieus programma, komt de kwaliteit van de rectorverkiezingen alleen maar ten goede.

Hier vindt u per domein de in onze ogen belangrijkste voorstellen.

Het volledige programma vind je hier.