Alain Remue: "We hebben al te veel jonge mensen dood uit het water moeten halen"

Navraag

29 February 2016
Interview
Alain Remue staat al meer dan 20 jaar aan het hoofd van de Cel Vermiste Personen. Zij zoeken naar mensen die onrustwekkend verdwenen. Hij doet een oproep aan de studenten: let op elkaar.

Alain Remue stond al aan het hoofd van de Cel Vermiste Personen bij haar oprichting, naar aanleiding van de zaak-Dutroux. Vorige week gaf hij een lezing in Leuven, zonder blad voor de mond. "Sorry, ik ben niet de directeur van een koekjesfabriek," klonk het.

Het is de tweede keer in vier jaar dat u in Leuven komt spreken. De zaal was meteen volzet. Heeft u een verklaring voor uw populariteit bij de studenten?

Alain Remue: "Ik heb geen idee hoe dat komt. Het is wel een onderwerp dat veel mensen aanspreekt, want, jammer genoeg, komen we vaak aan bod in de media. Het is niet iets dat af en toe gebeurt."

"De ervaring leert mij ook dat een verdwijning vaak dicht bij de mensen staat. Zeker als het gaat over jongeren, kinderen, bejaarden met alzheimer, noem maar op. Maar ik blijf mij er wel over verbazen dat de jeugd zo massaal komt opdagen. Anderzijds zijn het wel student-criminologen of juristen die komen, waarbij de interesse intrinsiek aanwezig is."

Child Focus kwam recent met bewegende beelden van vermiste kinderen. Heeft u daar aan meegewerkt?

Remue: "Dat is een project van Child Focus. Wij waren natuurlijk wel op de hoogte omdat het ook over dossiers ging die wij kenden. Het was voor mijzelf ook behoorlijk confronterend om plots Liam (Vanden Branden, red.) te zien bewegen. Dat was een van mijn eerste dossiers. Ik heb Liam dus nooit zien bewegen. Ook niet als onderzoeker. Ik ken die zaak heel goed en heb in de loop er jaren een goede band met de familie opgebouwd. In mei is het twintig jaar geleden dat Liam vermist raakte. Die bewegende beelden zijn voor ons dan ook een goede zaak."

"Elke aandacht die naar vermiste personen gaat, is bovendien een goede zaak. Het zou kunnen dat in dit soort zaken tijd een bondgenoot is. Stel dat iemand toch ergens iets weet en er altijd mee is blijven rondlopen, dan kan het dat nu iemand over de streep wordt getrokken."

Kunnen wij nog iets leren van andere landen wat betreft vermiste personen?

Remue: "De Cel Vermiste Personen bestaat nu al twintig jaar en op die tijd kan je heel veel leren. De Amerikanen hebben natuurlijk meer middelen. Ik heb in den tijd de kans gehad om mijn cursus daar te doen, bij de FBI in 1996. En ook daar is de realiteit zo dat, ondanks de middelen en de capaciteit die veel groter is, ze in bepaalde dossiers even ver staan als wij. Dat wil zeggen: nergens. "

"Veel hangt af van de zaak. Wij werken vandaag nog heel goed samen met de Amerikanen, niet alleen met hen maar ook met andere landen. Het is door de zaak Dutroux – niet dankzij, want dat is een eer die ik hem nooit gun - dat we veel hebben geleerd."

"De VS heeft meer middelen maar staan vaak even ver als ons: nergens"

De Cel Vermiste Personen bestaat twintig jaar. Ook al twintig jaar onder Alain Remue. Zijn de Cel en Alain versmolten?

Remue: "Zo kan je het bijna zeggen. Ik heb het voorrecht gehad om de Cel te mogen oprichten. Ik ben er ook altijd verbonden mee gebleven. Ik doe het nog altijd met hart en ziel, en zal dat waarschijnlijk blijven doen tot de dag waarop ik de deur van de politie achter mij toe trek. Ik zou niet weten wat ik anders zou doen. Ik heb eigenlijk nog geen enkele dag tegen mijn goesting dit werk gedaan."

"Er zijn wel mindere dagen geweest en we hebben ook al veel meegemaakt. Dat is ook niet te onderschatten. Ik herinner mij het moment waarop ik een van mijn eigen mensen ben verloren bij een zoekactie. Dan zijn er wel momenten geweest waarop ik dacht “Remue, is het niet genoeg geweest?"

Uw job is mentaal zeer zwaar. Heeft u hobby’s om het werk wat van u af te zetten?

Remue: "Ik heb mijn gezin, mijn familie, mijn kinderen. Mijn hobby startte dit weekend. Dat zijn wielerwedstrijden, de Omloop Het Nieuwsblad. Sinds meer dan 25 jaar zit ik op de motor voor alle grote wielerwedstrijden voor de organisatie waar wij ofwel instaan voor de tijdsopsname –ik heb een UCI-brevet als tijdsopnemer, bordjesman - ofwel achter de motor met de gele vlag om gevaarlijke doorgangen voor de wielrenners te signaleren."

"Dat is een van mijn grote uitlaatkleppen. Dan mag dat water gieten en heel koud zijn, eens dat ik mijn helm opzet en Radio Tour hoor, dan is dat een andere wereld. En op het werk weten ze dat ook. Als ik op de koers zit, dan laten ze me met rust. Ik neem daar verlof voor."

"Ik ben één keer van de motor moeten afstappen in een Ronde van Vlaanderen omdat mijn gsm niet stopte met trillen. Toen was er een jongetje vermist in Bassinge. Dat zal ik nooit vergeten. Toen ben ik van de motor gestapt en heb ik de koers zien passeren. Men is mij komen oppikken en we zijn naar daar gereden. Daar hebben we dat jongetje overleden teruggevonden in een beek."

"Binnen Interpol spreekt men over "le modèle Belge"

U begon bij de Rijkswacht. Mist u "de goeie oude tijd" soms?

Remue: "Ik ben in september ’78 begonnen bij de Rijkswacht en was toen niet bezig met vermiste personen. Ik ben een tijd instructeur geweest in de Rijkswachtschool. Openbare Orde en Betogingen, een heel andere branche. En daarna ben ik overgestapt naar de strijd tegen drugs in Gent, de BOB (de Bewakings- en Opsporingsbrigade, nvdr). Na mijn officiersexamen is dit avontuur begonnen."

Denkt u nog vaak terug aan die periode?

Remue
: "Natuurlijk, ik heb nog veel goede kameraden van toen. Een deel van hen zit nu bij de federale politie. We zien elkaar nog vaak. Vroeger was het anders, maar niet slechter wat mij betreft. Ik ben sindsdien nog vaak in Leuven geweest. In de tijd van de, uhm..."

Studentenbetogingen?

Remue: "Ja, met de matrak in de hand. Ik herinner mij nog heel vaak dat wij op vrijdagavond naar huis mochten. Dan gingen wij na de vlaggengroet - die heel plechtig was - ons omkleden en dan liepen we naar onze auto’s om naar huis te gaan, naar onze vriendinnen."

"Maar dan ging vijf auto’s voor de mijne de poort van de kazerne toe. En dan zeiden ze: “Jongens, het is ambras met de studenten. Trek je gevechtskledij aan want we gaan naar Leuven!”. Dat heb ik ook meegemaakt, maar dat is dan de andere kant van de medaille natuurlijk (lacht)."

Waar staat België als het gaat over de knowhow inzake vermiste personen?

Remue: Wel, daar zijn we toch een beetje fier op. Als we spreken over de opsporing van vermiste personen zien we uit de vragen die we krijgen uit het buitenland dat we goed bezig zijn. Binnen Interpol spreekt men van “le modèle Belge”. Dat is toch wel een heel mooi compliment voor iedereen die erbij betrokken is in ons landje."

"We hebben veel geleerd en we proberen wat we geleerd hebben goed te implementeren. Dat is toch iets waarvan je kan zeggen; we hebben al die zaken toch niet voor niets meegemaakt."

"Mensen die aan het begin van hun leven staan en dat stopt in een lelijke, smerige beek of in een dok. Dat kan niet zijn."

U kreeg telefoon tijdens een persconferentie in Tihange. Bent u soms bang dat die afspraken met de media geschonden worden?

Remue: "Dat was een moment, ja, dat gebeurt. In principe zijn de media geen partner van gerechtelijk werk, maar bij ons is dat anders. Wij doen vaak beroep op de media voor een opsporingsbericht. Dan haal je de media aan boord en is het normaal dat zij dat willen opvolgen. Volgens mij is het perfect mogelijk om samen te werken. Het is een relatie van geven en nemen."

"Als je dan een situatie krijgt zoals in Tihange, waar ik tijdens een heel druk bijgewoonde persconferentie plots het bericht krijg van een van mijn mensen dat ze het jongetje gevonden hebben, dan kan je twee zaken doen. Je kan iets proberen uit te vinden, wat niet lukt want dat zien ze aan je gezicht. Of je kan zeggen: mensen, dit gebeurt nu, gelieve ons de tijd te geven ons werk te doen en de familie te verwittigen. Eens de familie op de hoogte is, wil ik alle vragen beantwoorden. En dat hebben ze perfect opgevolgd."

Heeft u nog advies voor de Leuvense student? Misschien dat ze op elkaar moeten passen en niet alleen naar huis moeten gaan?

Remue: "U neemt mij de woorden uit de mond. Dat is een oproep die we al een paar keer gedaan hebben, jammer genoeg. En ik wijs niemand met de vinger, want studenten moeten pinten drinken. Ik zou het abnormaal vinden mocht dat niet zo zijn. Ik zou zeggen amuseer u, drink pinten, het hoort erbij. Maar als je ziet dat een vriend in de miserie aan het geraken is, het niet meer ziet zitten, te veel heeft gedronken, zorg ervoor dat die veilig thuisgeraakt. Laat die niet alleen."

"Wij hebben de voorbije jaren te veel, vooral jonge mensen, altijd jongens, dood uit het water moeten halen. Na een fuif, na een uitstap in de stad. Of dat nu in Antwerpen, Louvain-la-Neuve of Brugge is, het maakt niet uit waar. Het is altijd detzelfde ellende. Het zijn mensen die aan het begin van hun leven staan en dat stopt in een lelijke, smerige beek of in een dok. En dat kan niet zijn."

De Cel Vermiste Personen werd opgericht in 1995, na de hervorming tot een geïntegreerde politie werd zij een steundienst van de federale politie. Het is de lokale politie die na een onrustwekkende verdwijning de Cel zal contacteren. Zij gaan dan in samenwerking met andere politiediensten op zoek naar de vermiste persoon. In meer dan 90% van de zaken vindt de Cel de vermiste persoon, al dan niet levend. "Het is belangrijk de familie een antwoord te kunnen geven," herhaalde Remue.