Ambitieus open access plan doet het voorlopig zonder Vlaanderen

FWO beslist eind dit jaar over toetreding ‘Plan S’

16 november 2018
Analyse
Auteur(s): Louis Versweyveld
In september van dit jaar kwam de transitie naar open access in een stroomversnelling nadat de onderzoeksinstellingen van 12 Europese landen ‘Plan S’ lanceerden. Zet het plan ook zoden aan de dijk?

Heel wat wetenschappelijke publicaties worden gefinancierd door nationale onderzoeksinstellingen. In Vlaanderen gebeurt dat via het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO), dat instaat voor ongeveer 20% van het onderzoeksgeld van de KU Leuven. De onderzoeksinstellingen van 12 Europese landen, waaronder Nederland, willen met ‘Plan S’ een blok vormen tegen hoge abonnementskosten.

Tegen 2020 moeten alle publicaties die er met overheidsmiddelen gefinancierd worden vrij raadpleegbaar zijn. Onder hen bevindt zich voorlopig niet het Vlaamse FWO of het Waalse Fonds de la Recherche Scientifique (F.R.S.). Eind dit jaar staat het FWO voor de beslissing of het Plan S zal incorporeren in zijn beleidsplan voor 2019-2023.

Nieuwe wind

Plan S past in het rijtje van een hele reeks initiatieven die doorheen de jaren de revue passeerden. ‘Plan S komt als een sterk signaal, maar het is niet zo dat het letterlijk opvolgen van de stellingen van Plan S per definitie tot een positief resultaat zal leiden’, zegt Bart Dumolyn, beleidsmedewerker aan het Departement EWI van de Vlaamse overheid. Verschillende aspecten, zoals hoe er voldoende gecontroleerd kan worden, zijn nog onduidelijk.

Naast het veranderend beleid wordt de transitie naar open access ook vooral gedragen door de verschillende businessmodellen van grote uitgevers wereldwijd. Ook de cultuur van prestige die bestaat binnen de wetenschap, waarbij de waarde van een publicatie wordt bepaald door het aantal citaties en de impactfactor van het tijdschrift, spelen hierin mee.

‘Plan S komt als een sterk signaal, maar het zal niet per definitie tot een positief resultaat leiden’

Bart Dumolyn, EWI-medewerker Vlaamse Overheid

Onderzoekers verkiezen prestigieuze tijdschriften zoals Nature nog vaak boven de vrij toegankelijke databank van de eigen instelling. Grote uitgeverijen verdienen in het huidige systeem hopen geld aan onderzoek gefinancierd met publieke middelen. ‘Waarom kiezen mensen voor Nature of een ander tradtioneel gesloten tijdschrift? Vanwege de Journal Impact Factor en de wijze waarop in de beoordelingen daar de focus op ligt. We moeten niet vergeten om naar onszelf te kijken als academische gemeenschap en naar de manier waarop we omgaan met beoordelen’, stelt Jeroen Sondervan, open access consultant aan Universiteit Utrecht. Een mentaliteitswijziging is nodig, maar die moet ook genoeg ruimte krijgen. Dat de onderzoeksfondsen van 12 Europese landen en één uit Amerika nu de krachten bundelen, is daarom veelbelovend, klinkt het.

Er bestaan vandaag al verschillende vormen van open access, waarmee ook Plan S aan de slag gaat. Sondervan: ‘Zo wordt er gestreefd naar zogenaamde peer journals, of golden open access.’ Dat betekent dat de auteur van een wetenschappelijke publicatie eenmalig een publicatiekost neertelt bij de uitgever die de publicatiekost dekt.  

‘Een van de belangrijkste punten is een verbod op hybride tijdschriften'

Jeroen Sondervan, open access consultant Universiteit Utrecht

Sondervan: ‘Een van de belangrijkste punten is een verbod op hybride tijdschriften. Dat zijn tijdschriften die in principe gesloten zijn, maar per artikel de mogelijkheid geven om de publicatie vrij te kopen.’ Dit is bij Plan S nog niet geheel duidelijk en bron van veel discussie, maar met Plan S sturen de Europese landen wel duidelijk het signaal naar de tijdschriften toe dat de hybride fase lang genoeg geduurd heeft.

Green open access wordt meegenomen als institutioneel recept voor de databanken van universiteiten, waar je als auteur je artikel kan archiveren na een bepaalde embargoperiode.’ De KU Leuven focust vooral op dit soort green open access. Via database Lirias worden KU Leuven onderzoekers verplicht hun manuscript op te laden na een embargoperiode van zes of twaalf maanden.

Vlaanderen doet niet mee?

‘Vlaanderen is tot nu toe niet meegegaan in de strijd voor één specifiek model van open access’, zegt Dumolyn. ‘Daarmee werd correct ingeschat dat verschillende vormen naast elkaar zullen blijven bestaan.’ De insteek van het Departement EWI is daarmee om niet te hard een enkel model te pushen voor duidelijk is op welke wegen de transitie naar open access zal inslaan. Eind dit jaar valt er een beslissing over of het FWO al dan niet zal toetreden.

‘Vlaanderen is tot nu toe niet meegegaan in de strijd voor één specifiek model van open access’

Bart Dumolyn

De Jonge Academie, een interdisciplinaire en interuniversitaire ontmoetingsplaats van jonge toponderzoekers, ziet alvast verschillende mogelijke interpretaties van Plan S. In hun statement beschrijven ze twee scenario’s: een voorbeeldig ideaal en een apocalyptisch doemscenario, beiden compatibel met Plan S. 

In het positieve scenario evolueert men naar ‘diamanten’ open access, waarbij onderzoeksfondsen tijdschriften rechtstreeks en transparant ondersteunen, en wordt de oligopolie van de grote tijdschriften gebroken. In het doemscenario ontstaat verplichte gouden open access met torenhoge publicatiekost. Die zou het systeem financieel onhaalbaar maken en leiden tot een nog grotere ‘publish or perish’-mentaliteit en een groeiende kloof tussen de verschillende onderzoekscentra wereldwijd.

Waarom open access

Het huidige businessmodel van de grote wetenschappelijke tijdschriften komt al geruime tijd steeds meer onder druk te staan. Nagenoeg alle prestigieuze tijdschriften vallen onder het oligopolische beheer van uitgeverijen als Elsevier of Springer. De publicatiekosten worden door de onderzoekers zelf gedragen en bibliotheken en bedrijven betalen steeds hogere abonnementskosten. Belastinggeld dat wetenschappelijke kennis mogelijk maakt verdwijnt achter een paywall. Verder speelt ook het ideologische argument dat wetenschap altijd vrij toegankelijk moet zijn en een breed publiek moet bereiken.