Campus Sociale Wetenschappen komt tot leven

KU Leuven stelt 'Living Campus' voor

22 oktober 2016
Artikel
Auteur(s): Arne Sonck
In het kader van het Living Campus project krijgt de faculteit Sociale Wetenschappen de komende jaren een grondige make-over. Enthousiasme is er te over, de financiering blijft nog een vraagteken.

Het Living Campus project heeft als bedoeling om de campus opnieuw levend te maken, in tegenstelling tot een plek waar je overdag les volgt, maar die je op andere momenten links laat liggen. De partners achter het project willen studenten en personeel dus zo veel mogelijk op de campus houden.

Centraal in het project staat de term ‘ontmoeten’. De campus moet een plek worden waar studenten, personeel en academici elkaar kunnen tegenkomen en aanspreken, maar waar ze evengoed kunnen ontspannen en loskomen van hun dagelijkse verplichtingen (‘ont-moeten’).

Inspanningsverbintenis

Vorige week ondertekenden de verschillende partners op de campus hiertoe een inspanningsverbintenis. Zij nemen hierin elk enkele doelstellingen op waarnaar ze zullen streven. De partners lieten ook enkele gezamenlijke doelstellingen optekenen. Het gaat om de Faculteit Sociale Wetenschappen, Pangaea, AGORA, Alma, Politika en het HIVA (onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving).

‘Het gaat om een inspanningsverbintenis, dus nu kunnen de verschillende partners de haalbaarheid van de doelen gaan onderzoeken’, vertelt Thea Decombel, coördinator van het project.

‘Vanaf eind oktober gaan we van start met een campusraad. De bedoeling is gezamenlijk overleg tussen de diensten te realiseren om de bestaande afspraken te concretiseren. Van hieruit willen we nieuwe projecten opstarten om het project levend te houden.’

Bevraging

‘We zijn het project gestart met een bevraging bij de gebruikers van de campus’, vertelt Decombel. ‘687 gebruikers, waarvan 433 studenten, hebben de bevraging ingevuld. Wij vroegen hen of zij het belangrijk vinden om op een campus andere mensen te ontmoeten, en welke noden zij zagen met betrekking tot ontmoeting en ontspanning op de campus. Met die input hebben we dan de visietekst geschreven.’

Een grote nood kwam uit de bevragingen niet echt naar boven. Studenten gaven vooral aan waar zij belang aan hechten op een campus.

Ook de studentenkringen kregen een stem in het project: Politika, de studentenkring van de Sociale Wetenschappers, zit in de werkgroep en ondertekende ook mee de inspanningsverbintenis. Preses Gust Buelens vertelt: ‘Wij zijn vanaf het begin sterk betrokken geweest. Het is dan ook de bedoeling van Living Campus om steeds met alle partners samen te zitten.’

'Aanvankelijk waren wij tegen het project, in tijden van besparing kon dat geld beter besteed worden'

Bram Van Baelen, voorzitter LOKO

LOKO, de Leuvense overkoepelende kringorganisatie, was tot op zekere hoogte betrokken bij het project. Bram Van Baelen, hun voorzitter, vertelt: ‘Aanvankelijk was LOKO tegen het project. Living Campus is immers gelanceerd en voorgesteld in tijden van besparingen, en toen vonden LOKO en de kringen dat het geld beter besteed kon worden aan de échte kerntaken.’

‘Studentenvoorzieningen heeft er dan voor gekozen om het project toch door te zetten. Ondertussen zijn de besparingen van 2014 teruggedraaid en is ook het groeipad hersteld. Zo is er weer financiële ruimte voor zulke projecten’, vervolgt Van Baelen. ‘Wij zijn dus niet meer de facto tegen, eerder voorwaardelijk voor.’

Financiering

LOKO stelt zich wel nog vragen bij de financiering van de werken: ‘Wie dit allemaal moet gaan betalen, is nog niet echt duidelijk. Dat dat niet allemaal door studentenvoorzieningen zal zijn, lijkt me logisch’, bedenkt Van Baelen.

Het Living Campus project zet hard in op één bepaalde campus, waarbij de verschillende partners elk hun eigen agenda hebben met persoonlijke belangen. Dat de financiering hiervoor niet volledig moet komen uit de pot geld die voor de hele universiteit bedoeld is, lijkt dus logisch.

‘Ondertussen plant studentenvoorzieningen om gelijkaardige projecten op Arenberg en Gasthuisberg te ontwikkelen, zodat het niet bij één campus blijft’, bemerkt Van Baelen. ‘Zolang er verschillende campussen van Leuven evenwichtig aan bod komen lijkt het me een goed project.’

‘De budgettering is momenteel nog het minst uitgeklaarde verhaal’

Bart Kerremans, decaan Sociale Wetenschappen

Wie dan echt de kosten gaat moeten dekken, blijkt nog onduidelijk. ‘We hebben geen vast budget gekregen om het project te verwezenlijken’, vertelt Decombel. ‘We willen eerst kijken met de projectgroep hoe we de noden die er zijn op een creatieve manier kunnen verwezenlijken. Hoe we met weinig budget veel kunnen bereiken op vlak van ontmoeting: dat is de uitdaging.'

‘De budgettering is een belangrijk, maar momenteel nog het minst uitgeklaarde verhaal’, geeft Bart Kerremans, decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen, toe. ‘Het past voor een deel binnen de middelen die wij als faculteit hebben om te investering in bijvoorbeeld infrastructuur, maar het is ook iets waarvoor eventueel middelen van de Technische Diensten zullen worden gevraagd.’

‘Het wordt dan afwachten hoe prioritair de Technische Diensten dit zien. Zij moeten natuurlijk een taak vervullen voor de hele universiteit. De financiële middelen zullen voor een stuk door de verschillende spelers moeten worden samengebracht’, aldus Kerremans.

Gezamenlijke doelen

De verschillende partners op de campus engageerden zich om, naast individuele doelen, ook samen naar enkele gezamenlijke initiatieven te streven. Daaronder vallen onder andere het aanleggen van een grasveld en een multifunctioneel sportveld en het creëren van een gebruiksvriendelijk verhuursysteem van ruimtes op de campus.

De afzonderlijke doelen die iedere partner zich stelt, zijn zeer uiteenlopend. Politika wil vooral inzetten op zichtbaarheid naar de studenten toe. Pangaea wil haar drankaanbod vergroten en renoveren. Alma engageert zich onder andere voor bredere openingsuren en een buitenterras.

De faculteit legt de nadruk op het creëren van ontmoetingsmogelijkheden en samenwerkingsverbanden. HIVA wil dan weer inzetten op duurzaamheid, terwijl AGORA meer faciliteiten wil aanbieden.

Of de middelen voor deze afzonderlijke doelen vanuit een algemene of een individuele pot moeten komen, is nog onduidelijk. ‘Het is zo dat voor de inspanningen waar elk lid zich voor geëngageerd heeft, het ook de bedoeling is dat die partner dan zelf zal proberen daar middelen voor vrij te maken', vertelt Sarah Gerard, coördinator Cel Internationale Studenten/Pangaea.

‘We werken met AGORA samen voor de hele universiteit. Er is vanuit AGORA geen specifieke financiering voorzien voor Living Campus, omdat we in onze dienstverlening liever geen exclusieven willen inbouwen voor één specifieke deelcampus’, vertelt Peter Verbist, coördinator van het leercentrum AGORA.

Ook op Arenberg en Gasthuisberg zal een Living Campus project opgestart worden. De initiatiefnemer vertelt: ‘We hebben goedkeuring gekregen voor een pilootproject op campus Arenberg en campus Gasthuisberg. We hopen met deze projecten vanaf november/december te kunnen starten.