De Hitlerjugend van Gasthuisberg

Hoeveel is de eed van Hippocrates nog waard?

07 March 2016
Artikel
Auteur(s): Nora Sleiderink
Geneeskundestudenten zijn te apathisch en geprivilegieerd. Dat is althans de conclusie van Gentse professor Jan De Maeseneer, een mening die hij neerschreef in een opiniestuk voor De Standaard.

Het stuk deed veel stof opwaaien en liet ons allen met de vraag: wat is er van aan? Moeten we ook voor de toekomstige Leuvense artsen vrezen of valt de barmhartigheid van onze medestudenten op Gasthuisberg best mee?

Dat empathie een essentiële eigenschap is van een arts, daar zijn de meeste geneeskundestudenten het over eens. “Je moet een vertrouwensrelatie hebben met je patiënt,” zegt Tom, die in zijn laatste jaar Geneeskunde zit in Leuven. “Empathie zorgt voor kwaliteitsvolle zorg.”

Toch moet je dat nuanceren volgens Olivia*, die in haar tweede jaar zit. “Voor mij kan een arts zijn patiënten zelfs als pure objecten beschouwen. Zolang hij dat niet laat merken en goed werk aflevert, is hij een goede arts.”

Hitlerjugend

Controversiëler is de link die De Maeseneer trekt tussen dat empathisch vermogen en politieke voorkeur. Iets wat vooral bij rechtse geneeskundestudenten niet in goede aarde viel. “Sommige van mijn studiegenoten vinden dat we worden afgeschilderd als de nieuwe Hitlerjugend,” vertelt Sacha*, eerstejaars geneeskunde aan de UGent.

Zelf vindt ze het ook te kort door de bocht om een correlatie te maken tussen stemgedrag en empathisch vermogen. “Toch denk ik dat hij ook een punt heeft. Sommige geneeskundestudenten lijken het enkel voor het geld te doen, maar dat hangt los van politieke voorkeur.”

“Empathie zorgt voor kwaliteitsvolle zorg”

Tom, geneeskundestudent

Die mening is ook Finn, preses bij de Leuvense studentenvereniging Medica, aangedaan. “Je hoeft niet de idealistische wereldverbeteraar te zijn om aan Geneeskunde te beginnen. Er zijn artsen van alle verschillende politieke strekkingen en ideologieën, die allen heel goed werk leveren.”

Samy, eerstejaars Geneeskunde aan de KU Leuven, staat daar argwanender tegenover. In een rechts gedachtegoed worden mensen volgens hem niet gelijk beschouwd, waardoor ook patiënten niet op een evenwaardige behandeling kunnen rekenen. “Tenzij dat iemand mij het tegendeel kan bewijzen, denk ik toch dat een arts die Vlaams Belang stemt, zijn vooroordelen niet achter zich kan laten bij de behandeling van een patiënt van vreemde origine.”

Te blank

Zelf is Samy ook van vreemde afkomst, iets wat volgens het opiniestuk zeldzaam is bij de populatie geneeskundestudenten. Dat erkent hij. “In mijn aula zijn we nog geen vijf studenten met vreemde roots.” Tom, Finn en Olivia beamen dat. “Etnisch-culturele minderheden krijgen in dit land vaak minder kansen,” meent die laatste. “Het Nederlandstalige toelatingsexamen zou een drempel kunnen vormen.”

Toch is ze voorstander van die proef, omdat een goede kennis van het Nederlands nu eenmaal nodig is om te slagen voor de opleiding in Vlaanderen.

“Je hoeft geen idealistische wereldverbeteraar te zijn”

Finn, preses Medica

Ver-van-mijn-bed-show

Volgens De Maeseneer ligt het probleem echter niet enkel bij huidskleur. Geneeskundestudenten zouden ook een te geprivilegieerde achtergrond hebben. Voor velen is kansarmoede een ver-van-mijn-bed-show.

Dat lijkt het beroep van de ouders van de doorsnee geneeskundestudent te bevestigen. “In de aula werd gevraagd wiens ouders arts waren en een derde stak zijn hand op,” zegt Samy. “Ik denk dat de meesten dus wel uit een welvarende familie komen.”

Meer confrontatie met kansarmoede vindt Samy een goede zaak. “Door veel te zien, word je geraakt en verandert ook je wereldbeeld. Zo leer je bij om uiteindelijk een betere arts te worden.”

Ook bij Medica proberen ze de kloof te verkleinen. “Onze sociale werkgroep organiseert projecten om studenten in contact te brengen met een wereld die ze niet kennen,” vertelt Finn.

Zo denkt Medica aan een ontmoetingsproject tussen studenten en artsen met een migratieachtergrond die een gelijkwaardigheidsexamen moeten afleggen om hun diploma te laten erkennen. Ook zamelt Medica’s werkgroep (W)Arme Landen geld in voor een project in het zuiden.

Bovendien merkt Finn op dat studenten vaak zelf actief op zoek gaan naar dergelijke opportuniteiten. “Ik zou dus niet te veel conclusies koppelen aan het opiniestuk van De Maeseneer. Hij wil vooral de discussie openen.”

* Olivia en Sacha zijn fictieve namen