De Legende (7): Reine Meylaerts

“Maar maak daar nu niet de titel van hé!”

17 May 2016
Interview
Ooit bekogelde ze haar proffen met sneeuwballen, vandaag doceert Reine Meylaerts zelf literatuurvakken. Als presidiumlid was ze bijzonder actief, als twitteraar wat minder.

Voor Letterenstudenten is professor Meylaerts vooral "die van Europese." In Europese literatuur en cultuur probeert ze studenten Taal- en Letterkunde de hoogtepunten van de Europese canon aan te brengen. Veel boeken en veel auteurs dus, die menig eerstejaars tot wanhoop hebben gedreven.

Dat Meylaerts' kantoor, een kleine kamer in het Erasmushuis, ook als privébibliotheek lijkt te dienen, is dan ook geen wonder. Het is het decor voor een boeiend gesprek, enkel af en toe onderbroken door “Maar maak daar nu niet de titel van hé!”

U bent de enige vrouw in onze reeks De Legende. Vindt u dat jammer?
Reine Meylaerts: “Het is zo dat er procentueel gezien al veel minder vrouwelijke proffen zijn. Het is dus logisch dat zich ook in een reeks als deze uit. Ik vind die ongelijke verdeling enorm jammer. Ik ben echt voor quota. Je ziet dat dat werkt in de Scandinavische landen, waarom niet hier?”

“Ik ben echt geen fan van artificiële werelden, ook niet op beroepsvlak. Ik denk dat quota de verhoudingen op zo’n manier kunnen veranderen dat we een gendermix krijgen die wel de buitenwereld reflecteert.”

Denkt u dat vrouwen het moeilijker hebben aan de universiteit?
Meylaerts: “Ja, absoluut. Dat is gewoon in het algemeen zo. Een mooi voorbeeld dat ik hierbij altijd geef zijn de audities bij orkesten. Tot een tijd geleden waren de muzikanten bij de grote orkesten steevast mannen, die waren dan zogezegd beter."

"Tot ze audities met gesloten gordijn gingen doen en hop, het aantal vrouwen schoot omhoog. Ik zeg natuurlijk niet dat dat moedwillig gebeurde, zo simpel is het niet. Maar als dat onevenwicht rechtgetrokken kan worden met een aantal maatregelen dan moet dat zeker.”

“In de Scandinavische landen is het bijvoorbeeld zo dat mannen ook vaderschapsverlof moeten nemen, in tegenstelling tot hier waar heel wat maatregelen nog steeds extra discriminerend werken. De KU Leuven werkt momenteel niet met quota, maar ik ben er wel voor. Ook het genderbeleid is nog niet zo goed geïmplementeerd. Men werkt daar wel naar toe maar het gaat mij allemaal wat te langzaam. Maar misschien ben ik te ongeduldig.”

Media en politiek

U besprak ook "Freule Julie" van Strindberg in uw lessen, nu niet echt een vrouwvriendelijk stuk. Stoort u dat dan niet?
Meylaerts: “Daar kan ik me dan even over zetten omdat ik het wel een sterk toneelstuk vind. Het blijft natuurlijk ook een tijdsdocument. Bovendien vind ik dat we de mensen van toen weinig lesjes te leren hebben."

"Dat geldt ook voor de superioriteit die wij als West-Europa tentoonspreiden ten opzichte van bijvoorbeeld de islam op vlak van gelijkheid. Wij zouden ons moeten schamen, want die gelijkheid is er hier ook nog altijd niet. Kijk naar de generatie van mijn moeder. Zij moest stoppen met werken toen ze huwde. In het licht van de geschiedenis hebben we pas gisteren de eerste stappen op dat vlak gezet.”

“Ik vraag me af of we zoveel geleerd hebben uit de jaren 30”

“Die gelijkheid ligt me dus wel nauw aan het hart, ook naar andere groepen toe. Daar is nog enorm veel werk aan de winkel. Onderwijs in België is nog steeds enorm sociale ongelijkheid bevestigend en weinig inclusief. Eigenlijk staan we nergens. Qua discriminatie van één bepaalde groep hoop ik dat het niet uitdraait op situaties als in de jaren 30. Ik vraag me af of we daar echt zoveel uit geleerd hebben."

"Bovendien wordt soms vergeten dat iedereen daar een actieve rol in heeft. Het is heel makkelijk om te zeggen: de media doet dit, de politiek doet dat, maar de media en de politiek, dat zijn wij. Ik geloof niet in de scheiding tussen het collectieve en het individuele gegeven. Het blijft een verhaal waarin iedereen naar zichzelf moet kijken.”

Plaatsen beperkt

U hebt Romaanse filologie gestudeerd.
Meylaerts: “Mijn ouders wilden dat ik farmacie ging studeren. Ik deed graag wetenschappen en was daar ook goed in, maar ik heb me daar sterk van afgekeerd toen ik van iedereen hoorde: ja, dat is wel een mooi beroep voor een meisje, dan ben je altijd thuis. Ik had niet echt een plan, maar als ik één ding wist was het dat ik niet altijd thuis wilde zijn. Een job waar je hele dag voor je gepland staat is echt niets voor mij.”

Wanneer besloot u professor te worden?
Meylaerts: “Ik ben daar echt ingerold. Mijn ouders hadden geen universitair diploma dus dat lag niet direct in mijn horizon. Ik was aanvankelijk echt bij de beste studenten van het jaar. Toen ik in het presidium (Meylaerts was vicepreses van Romania, de voormalige kring van studenten Romaanse filologie, red.) kwam, stopten mijn punten wel met stijgen. Ik had toen ook nog niet echt het idee om prof te worden. Het is de prof waarbij ik mijn licentieverhandeling (vroegere thesis, red.) deed geweest die mij overtuigd heeft te doctoreren.”

“Als het op niets uitdraait, open ik wel een frituur daarna”

“Daar heb ik dan ontdekt hoe geweldig ik onderzoek vond en besloot ik er verder in te gaan. Dat is heel lang onzeker geweest, de plaatsen zijn immers beperkt. Maar ik had wel altijd zoiets van: als mijn doctoraat af is en het draait op niets uit, dan open ik wel een frituur daarna. Ik doe nu wat ik graag doe en we zien wel."

"Gelukkig is het allemaal goed gekomen.”

U doceert zowel pure kennisvakken, zoals Europese literatuur en cultuur, als inzichtsvakken. Waar ligt volgens u de grootste meerwaarde?
Meylaerts: “Ze zijn natuurlijk allebei nodig. Het is logisch dat je in het eerste jaar een brede basis meegeeft. Voor hogere jaren vind ik het vanzelfsprekend dat daar inzicht en discussie bij komt kijken.”

“Dat is ook wat deze richtingen zo sterk maakt: soms komen er vragen waarop verschillende antwoorden mogelijk zijn. Dat maakt veel studenten onzeker, maar daar moeten zij ook mee leren omgaan. Het is net wat onze studenten zo goed voorbereidt op de arbeidsmarkt."

"De competenties die wij willen aanbrengen geven uitzicht op jobs die het laatst door computers overgenomen zullen worden. Het is vooralsnog niet programmeerbaar wat jullie doen. Dat is dan ook de essentie van universitair onderwijs. Wij willen niet aan monkeytraining doen, maar maak daar maar niet de titel van hé! (lacht) Onze bedoeling is om studenten voor te bereiden op een complexe wereld.”

Denkt u, vanuit uw ervaring in het presidium, dat studenten nu minder geëngageerd zijn dan vroeger?
Meylaerts: “Ik heb wel die indruk, maar dat is natuurlijk geen wetenschappelijk bewijs. Als ik zo vergelijk, lijkt het mij toch minder. Ik merk nu bijvoorbeeld geen enkel spoor van stakingen. Wij staakten minstens één keer per jaar."

"Nu heeft er geen haan gekraaid naar het verhogen van het inschrijvingsgeld. Als bij ons de Alma ook maar vijf frank duurder werd, was Leuven te klein! Dan trokken we op straat en liep Walter Pauli (journalist bij Knack en voormalig redactiesecretaris van Veto, red.), nog steeds een goede vriend, voorop met een megafoon. (lacht)"

"We sloten alle aula's af en hebben toen ook ooit een prof met sneeuwballen bekogeld. Misschien zijn dat oubollige manieren geworden. Het kan ook dat het engagement zich nu gewoon anders uit natuurlijk.”

Wij ontdekten ook dat u een Twitter account heeft, met één toch wel opmerkelijke post: “Chillen in de zetel”.

Meylaerts:(Lacht verbaasd) Dat moet mijn zoon geweest zijn, zelf doe ik helemaal niets op Twitter.”

Sommige proffen hebben een naam die in heel de KU Leuven klinkt als een bel. Het zijn bronnen van verhalen, confessions en legendes. Veto voelt enkelen van hen aan de tand.