De Legende: Barbara Baert

'Thee troost me en haalt me door de dag'

07 november 2016
Interview
Barbara Baert is professor in de Kunstwetenschappen. Ze geeft bijzonder openhartig les, is verzot op thee en deed onderzoek naar de iconologie van de navel.

Barbara Baert is professor kunstwetenschappen aan de faculteit Letteren. Deze openhartige en energieke vrouw, die graag over zichzelf spreekt in de derde persoon, staat bekend als ware legende onder haar studenten. Nog jaren later herinneren prille kunstwetenschappers zich haar interactieve lessen, haar vele persoonlijke anekdotes en haar bijzondere voorliefde voor thee.

Haar onderzoek kent grote waardering. Ze verkent er obscure denkwegen: zo onderzocht ze de iconologie van de navel. Begin dit jaar won ze met haar onderzoek ook de Francqui-prijs (prijs uitgereikt voor innovatief onderzoek, wordt ook wel de Vlaamse Nobelprijs genoemd, red.). Bovendien verschijnt ze binnenkort in het Canvas programma Alleen Elvis blijft bestaan.

U won dit jaar de prestigieuze Franqui-prijs, wat doet dat met een mens ?
Barbara Baert: 'Ik was verbaasd toen ik de prijs won. Vooral omdat kunstwetenschappen zo’n kleine richting is. Aanvankelijk was het een soort shock, want ze belden me op vanuit Brussel om te vertellen dat ik had gewonnen maar dat ik het nieuws nog geheim moest houden.'

'Ik moest toen een vergadering leiden terwijl er van binnen iets was dat jubelde. Ik heb dat wel goed kunnen verzwijgen.'

En hoe voelt u zich over de nominatie in De Legende?
'De Legende? Dat vind ik nog belangrijker. (lacht) Maar serieus, voor de appreciatie van studenten ben ik heel gevoelig. Ik krijg wel altijd goede reacties over mijn lessen. Misschien komt mijn status daar wel vandaan?'

'Ik ben heel gevoelig voor de appreciatie van studenten'

U staat bekend als extravert, is dat een bewuste keuze?
'Dat is een beetje eigenaardig aan mijn karakter. Ik ben heel extravert, maar toch heel gevoelig voor kritiek. Echt een klein meisje nog. Naast dat extraverte, dat voortdurende vertellen, heb ik ook wel een heel innerlijk leven dat ik echt bescherm.'

'Ik denk dat het door die openheid is dat ik het pedagogisch goed doe in mijn lessen. Het innerlijke leven, het ascetische, het alleen kunnen zijn en het nadenken heb ik nodig voor mijn onderzoek.'

U wordt zelden gezien zonder een kop thee, waar komt die innige band vandaan?
'Het is een beetje een guilty pleasure. Ik denk dat ik verslaafd ben aan thee. Als ik ’s avonds ga slapen dan denk ik al aan mijn kopje straffe thee van de volgende dag. En niet van die zever als kruidenthee of thee met appelsmaak. Ik drink graag zware donkere Engelse melange. Dat troost me en haalt me door de dag.'

U bent ook in het verre West-Vlaanderen een legende. Hoe zou u dat verklaren?
‘De Kulakstudenten waren altijd fans. Geen kunsthistorici, want kunstgeschiedenis is daar een keuzevak. Ik ervaar de Kulak anders: het is meer een school, kleiner en familiairder. De studenten zeggen ook school. Ik dacht: ‘Nog even en ze noemen me hier juf’.' (lacht)

'Er zijn studenten van de Kulak die in Leuven doorstromen naar geschiedenis en in Leuven alle vakken die ik geef komen volgen. In feite werf ik vanuit de Kulakstudenten voor kunstgeschiedenis.'

'De Kulak-dag was mijn trage dag. Ik nam de boemeltrein naar Kortrijk en zat daar twee uur op. Ik kwam dus eigenlijk al ontspannen aan. Dat is ook echt nodig. Ik denk dat studenten onderschatten hoe kapot je wordt van dat lesgeven. Je moet daar echt van recupereren.’

'In de Kulak dacht ik: nog even en ze noemen me hier juf'

U studeerde in Italië en heeft daarna de wereld rondgereisd. Bent u graag on the run?
'Ik reis veel en graag. Het vermindert wel een beetje met ouder worden. Maar de afgelopen tien à twintig jaar heb ik enorm veel gereisd. Veel in functie van congressen op uitnodiging, maar ook om mezelf te trakteren op een studieperiode. Het verblijf in het buitenland zorgt voor zuurstof, voor nieuwe gedachten.'

'Italië is wat vroeger in mijn leven gekomen. Je kon vroeger als primus een beurs winnen. Als je dat won dan kon je je land kiezen. Ik koos voor een kleiner stadje in Italië: Sienna. Ze hebben daar namelijk een goede universiteit die vooral gespecialiseerd is in kunst uit de jaren 1300 en 1400. Italië heeft mij emotioneel niet meer losgelaten, ik krijg soms nog heimwee als ik de taal terug hoor.'

Is die reislust iets wat u aan uw studenten meegeeft?
'In het vak Beeldanalyse zeg ik altijd dat ze veel moeten reizen. Het is immers altijd een verlies om met powerpoints te werken. Er is iets met kunstwerken; het zijn haast levende wezens die je in hun eigen habitat moet ontmoeten.'

'De confrontatie met een werk in levende lijve kan enorm zijn. Het kan grote vreugde geven of juist teleurstellend zijn, wanneer het werk bijvoorbeeld kleiner uitvalt in het echt. Sommige studenten doen dat ook en gaan dan werken die ze zagen in Beeldanalyse in het echt bekijken in de zomervakantie. Soms krijg ik achteraf zelfs mailtjes van studenten die zeggen wat ze allemaal in het echt hebben gezien.'

'Kunstwerken zijn haast levende wezens: je moet die in hun eigen habitat gaan bekijken'

Ziet u een verschil tussen de Belgische student en die in het buitenland?
'Ik denk wel dat er een verschil is. In het buitenland wordt meer gedurfd op pedagogisch vlak, er is meer ruimte voor experiment. Ik praat soms met buitenlandse proffen die hier les komen geven en die zeggen steeds dat onze studenten zo lief en zo braaf zijn. Ik heb het dan niet over farsheid, maar over echt durven zeggen van ‘dat snap ik niet goed’ of ‘waar haalt u dat vandaan’. Dat ontbreekt hier wat, maar het begint tegenwoordig wel te verbeteren.'

'Het echt kritische, bijna uitputtende nadenken over dingen gebeurt hier nog veel te weinig. Men probeert dat wel in de master, maar veel te vaak zegt men de studenten gewoon: ‘Schrijf een paper’. Dat is belachelijk. Ik ben daar dan ook mee gestopt.'

Hoe bent u eigenlijk in de kunstgeschiedenis beland?
'Dat is gekomen doordat reizen al in mijn opvoeding zat. Mijn vader is een kunstenaar en mijn ouders gingen met mij al vroeg op reis, ook naar Italië en alle andere mediterrane landen.

'Mijn leerkrachten wilden mij eigenlijk Latijn-Grieks laten studeren. Dat vond ik wel interessant, maar ik had het gevoel dat kunstgeschiedenis mij als discipline uiteindelijk meer vrijheid zou geven.'


Hoe was Barbara Baert als studente?
'Ik deed mijn best maar was geen brave. Ik ging uit en had succes en vriendjes. Vroeger zat ik soms dagen in STUK. Ik heb er ook mijn echtgenoot leren kennen. Ik was wel iemand die haar examens goed voorbereidde en het goed wilde doen. Dat is nog altijd zo: mijn powerpoints moeten afgewerkt zijn.'

'Ik deed ook graag mondelinge examens, ik was daar goed in. Bij mondelinge examens iets vergeten is minder erg, tenzij het echt flagrant is. Het verbaast mij wel dat studenten nog zo zenuwachtig zijn voor mondelinge examens, ook als ze bij mij komen.'

Is dat de reden waarom uw mondelinge examens haast een legendarische status hebben gekregen?
'Ik ben indertijd begonnen op het monitoraat en ik heb dat zes jaar gedaan samen met mijn doctoraat. Dat kon in die tijd. Dat is me ook altijd bijgebleven: die bezorgdheid om de studenten.'

'Als prof voel ik mezelf bij een mondeling examen iets beter in mijn vel. Ik hou wel van het contrast van eerst voor een groep te hebben gesproken en dan die gezichtjes van dichtbij individueel te zien. De studenten komen zo ook losser en geven wat meer feedback.'

'Soms gedraag ik mij een beetje als creatief artieste in mijn onderzoek'

Hoe kwam u erbij om te schrijven over de navel in de kunst?
'Ik kan dat niet verklaren, eerlijk gezegd. Ik denk door heel veel te kijken naar kunst en kleine eigenaardigheden op te merken en daarover verwonderd te zijn. De navel bleek de mogelijkheid te hebben om er bijna een cultuurgeschiedenis over te schrijven, van de navel als middelpuntgedachte en als reliek.'

'De navel van Christus bestaat zelfs nog. En dat verdroogd weefsel leek op perkament, dus ik zag daar ook wel de schoonheid van het materiaal in. Dat is genoeg om mij te triggeren. Soms gedraag ik mij een beetje als creatieve artieste denk ik. In kunstgeschiedenis kun je je zulke dingen permitteren. (lacht)'

Tot slot: is er een kunstwerk dat u erg aanspreekt ?
'Ik heb een favoriete kunstenaar. Ik hou heel veel van Piero Della Francesca (een 15e-eeuwse Italiaanse kunstenaar, red.). Omwille van een zekere uitgepuurdheid en de balans van zijn kunst. Hij schildert in feite stilte. Een schilderij is niet enkel visueel, andere zintuigen spelen ook een rol. Je kunt lawaaierige schilderijen hebben. Het vocabularium om over kunst te spreken is vaak gebaseerd op andere zintuigen.'

De Francquiprijs is een belangrijke Belgische wetenschappelijke prijs. De prijs is een bekroning, niet van een carrière, maar van het door een (relatief) jonge vorser reeds geleverde werk, en is dus bedoeld als ondersteuning voor verder wetenschappelijk onderzoek. De prijs wordt jaarlijks toegekend door de Francqui-Stichting en gaat beurtelings naar een wetenschapper uit de humane, exacte en biologisch-medische wetenschappen.

In 2016 won Barbara Baert de Francqui-prijs omwille van haar iconologisch onderzoek naar de middeleeuwse beeldcultuur. (Lees de speech van Barbara Baert op de uitreiking, en meer over de Francqui-prijs hier)