De Legende: Leen Van Molle

‘Als je alleen mikt op ambitie en je professionele leven, wat een arm mens ben je dan niet’

19 november 2018
Artikel
Auteur(s): Rani Goelen , Daphne de Roo
Professor Van Molle ging eerder dit jaar op emeritaat met opdracht. Ze blikt terug op een carrière waarin ze toch vaak ‘de eerste’ was. Aan breicursussen en bloemschikken denkt ze nog lang niet.

U was de eerste vastbenoemde vrouwelijke professor in het departement Geschiedenis. Was het een moeilijke weg daarheen?

Leen Van Molle: 'Ik begrijp de vraag, maar het ging vlotter dan je lijkt te denken. Dat meisjes Geschiedenis studeerden was al een traditie sinds de jaren 1920. Er waren wel andere vrouwelijke doctoraatsstudenten, sommige ouder dan ik. Ik heb er nooit bij stilgestaan tot een oudere mannelijke prof me zei "jij bent de eerste vrouwelijke prof in geschiedenis". Toen dacht ik: "Tiens, inderdaad". Er waren wel vrouwelijke proffen in andere departementen hoor, geschiedenis was daar vrij laat in.'

Dus voor u voelde het niet direct als een pioniersrol?

'Toen iemand het zei, ben ik het gaan bekijken. Ik ben wel benoemd door mannelijke professoren natuurlijk. Je mag niet onderschatten hoe de samenleving aan het veranderen was toen. Er was een zekere welwillendheid en fierheid van “Oef, we hebben eindelijk een vrouw”. Iedereen verwacht een heldenverhaal, maar ik heb geen heldendaden gesteld.’  

‘De studenten voelden dat wel als een verandering. Collega Idesbald Goddeeris vertelt dat vaak, over zijn eerste les Nieuwste Tijd. Er kwam zo’n madammeke binnen, en hij dacht “dat is de assistente die materialen komt klaarzetten”, totdat ik begon les te geven.'

'Nu zou ik luidkeels protesteren als mijn idee toegeëigend werd door een mannelijke collega. Toen was ik nog te braaf'

Leen Van Molle, professor emeritus Geschiedenis

Dus er waren nooit moeilijkheden?

'Er was tegelijkertijd ook wel een zekere onwennigheid die soms tot komische situaties leidde. Wat doe je met een vrouw in verwachting bijvoorbeeld? Ik heb een mannelijke collega gehad, die in het ziekenhuis stond een paar dagen na de eerste geboorte, met de boodschap dat "wat ik hem beloofde wel snel af moest geraken hé".'

Oei, dat klinkt wat onwennig.

'(lacht) Ja, dat wel.'

'Ik heb drie kinderen gekregen, in drie tijdelijke statuten, zonder compensatie. Ik was gewoon drie maanden kwijt, als ik niet doorwerkte. Het project loopt gewoon door. Ik moest dus blijven doorwerken tijdens mijn zwangerschap. Dat is nu gelukkig gemakkelijker.'

Was er afgunst van de mannelijke collega’s, bijv. van mannen die uw positie wilden?

'Neen, dat zou ik niet zeggen of daar heb ik toch geen weet van. Als er zich al een vorm van ongelijke behandeling voordeed, dan speelde dat op een subtieler niveau. Een idee dat je aanbrengt op een vergadering en dat opeens van geslacht verandert, alsof meneer X het heeft bedacht. Dat is een mechanisme dat vele vrouwelijke collega’s wel zullen herkennen.' 

'Of tijdens de predeliberatie van een doctoraat een vraag opwerpen, die tijdens de openbare verdediging voor je neus weggekaapt wordt door een mannelijke collega. Als het zich nog zou voordoen, zou ik het luidop in de zaal laten horen, toen was ik te braaf.'

Vanaf de jaren negentig begon u te publiceren over vrouwengeschiedenis, van waar de interesse? Voordien focuste u vooral op agrarische en rurale geschiedenis.

'In 1992 werd ik opeens gevraagd om mee te doen aan een debat georganiseerd door een groep van jonge historici over gender history, wat toen pas in ontwikkeling was.  Ik heb eerst geweigerd met het argument "ik weet daar helemaal niets van". Toen kreeg ik de reactie "euh ja maar jij bent de enige vrouw hier". Ik ben me beginnen inlezen, het begon me te fascineren en ik dacht "potverdikke, ik mis hier wat".'

'Kort daarna kreeg ik van Miet Smet, staatssecretaris voor gelijke kansen, de kans om een project te realiseren rond vrouwengeschiedenis. Er moest wel op één week tijd een projectvoorstel op tafel liggen, tussen Kerstmis en Nieuwjaar. Dat werd het begin van een jarenlange samenwerking voor verschillende projecten met Éliane Gubin, toen professor aan de ULB.  Die samenwerking leidde ook tot de oprichting van het federale Archiefcentrum voor Vrouwengeschiedenis in Brussel, dat nog steeds goed functioneert.'

'Ik ben ooit geschrokken van een kleine enquête die ik afnam in de les. Voor veel studenten stond feminisme gelijk met mannenhaat'

In een interview met Veto in 1997 (getiteld: ‘Vrouw stoot door het glazen plafond’) zei u over de manier waarop feminisme zich ontwikkeld heeft: ‘Het huidige feminisme is misschien minder geëngageerd en veel kalmer, maar maakt ook minder fouten. Het extremisme van toen is weg. Nu wordt er meer gemikt op beslissingsorganen, probeert men via de politieke weg resultaten te bereiken, volgens mij met meer succes.’ Bent u het nog steeds met deze uitspraak eens, of zou u vrouwen aanmoedigen terug op de barricades te kruipen?

'Je moet die quote natuurlijk in de toenmalige context zien. In 1997 werd feminisme nog heel gemakkelijk geassocieerd met de tweede feministische golf uit de jaren 1970, die rondliep met slogans als "baas in eigen buik" en "recht op roken", wat toen voor velen  choquerende taal was. Toch ben ik geschrokken van de resultaten van een kleine enquête onder mijn studenten in de late jaren 1990 met onder andere de vraag: "Geef eens een definitie van feminisme". En voor veel studenten stond dat toen gelijk met radicalisme en zelfs mannenhaat.'

 Zou dat nu nog het geval zijn?

'Dat weet ik niet, misschien zou de enquête eens moeten worden overgedaan. Want dat is toch wel een heel eng, zelfs zwaar vertekend beeld van het begrip van feminisme. Er wordt ook te vaak nog herhaald dat er een eerste en een tweede feministische golf was, als was er daartussen radiostilte. Zo was het natuurlijk niet, wetgevend werk en maatschappelijke veranderingen liepen veel trager. Die trage werkwijzen hebben meer diepgaand gewerkt dan het radicalisme van de jaren zeventig.'  

'Tegelijkertijd mag die stille werking de dingen niet doen ondersneeuwen, het gaat nog steeds om sociale ongelijkheid. Daar moet je bewustzijn voor blijven houden, want anders slaat de slinger terug.'

'Mannen moeten ook toegelaten worden in huishoudelijke en zorgtaken'

Hoe ziet u het feminisme van vandaag?

'Het is nooit goed om op een kant van gender te mikken. Net zoals vrouwen het glazen plafond breken en verder willen gaan in hun professionele carrière moeten mannen ook de kans krijgen om zorgtaken en huiselijke taken op zich te nemen.'

'Het is een kwestie van evenwichtiger "mensworden". Als je alleen maar mikt op een professioneel leven, wat een arm mens ben je dan niet. Net zoals een vrouw die alleen huishoudelijke taken heeft kunnen doen ook veel ervaringen mist.' 

Heeft u nog leuke toekomstplannen nu u op emeritaat bent?

‘Er is niet veel veranderd, behalve dat ik één vak geef in de plaats van vijf. Verder begeleid ik nog een paar masterproeven, enkele doctoraten, dan zijn er voorzitterschappen en nog wat.'

'Grootmoeder spelen behoort natuurlijk ook tot mijn takenpakket. ik heb vier kleinkinderen. Mijn eigen promotor Lode Wils is pas recent gestopt met schrijven, op negentigjarige leeftijd. Of ik even lang doorga als hij, dat weet ik nog niet… (lacht).'