De Legende: Lucie Vandewalle

'De kerstboom op onze afdeling wordt ingegoten in vezelbeton!'

12 December 2016
Interview
Auteur(s): Sana Jedidi
Lucie Vandewalle is afdelingshoofd Bouwmaterialen en -technieken. De meesten kennen deze frêle dame echter als ‘Lucie Beton’, ze doceert immers alle betonvakken aan het departement Bouwkunde.

Op haar kast prijkt een award voor 'Grappigste prof' van VTK, ernaast een cartoon waarop Lucie brullend de dialoog aangaat met een stel constructiewerkers. Voor haar studenten staat ze bekend als een staalharde academicus, maar achter die façade schuilt een zorgzame echtgenote die dag en nacht in de weer is.

Enig idee waarom u legendarisch bent onder uw studenten?
Lucie Vandewalle: ‘Een reden die ik meteen kan bedenken, is omdat ik met mijn professor getrouwd ben…'

Dus dat is niet enkel een gerucht? Voor velen klinkt dat als een typische urban legend.
‘Ja ja, dat is effectief zo! (lacht) Ik ben dus met professor emeritus Fernand Mortelmans getrouwd. Hij was hier prof aan het departement Burgerlijke Bouwkunde. Ik heb bouwkunde gestudeerd, waarna ik bij hem heb gedoctoreerd, maar ik had toen wel een andere vriend.'

'Ik ben afgestudeerd in ’81 en heb mijn doctoraat afgewerkt in ‘88. Zijn vrouw is in ‘90 gestorven, en wij zijn in ‘95 getrouwd. Ondertussen al 21 jaar geleden, maar mijn man is 32 jaar ouder. Ik ben nu dus ook mantelzorger voor hem. Mantelzorger zijn wordt nog vaak onderschat, hoor. Maar als je trouwt, dan is het in goede en kwade dagen!’

‘Je ziet dus dat dat kan gebeuren. (lacht) Dat is zoiets dat je leest in de kranten en in de boekjes! Maar ja, hij was weduwnaar en ik was alleen, dus …'


A Man's World

U geeft les in een echt mannenbastion. Ervaart u dat ook zo?
‘Hier op de afdeling zijn er vier professoren, waarvan er de laatste drie jaar twee nieuwe zijn gestart: allebei vrouwen! Ik durf dus zeggen dat we een zeer vrouwvriendelijke afdeling zijn.’

‘Maar in het begin, tja. Dan kreeg ik van collega’s zelfs opmerkingen als: 'Zal dat geloofwaardig overkomen, een vrouw die beton geeft?' Dan spreek ik natuurlijk van de vroege jaren 90. Die mentaliteit is veranderd. Gelukkig! (lacht) Maar met de studenten heb ik nooit problemen gehad.’

Dus u ziet wel degelijk een positieve trend?
‘Ja, maar het zou nog sneller moeten gaan! Ook omdat er ingenieurs te kort zijn! Ik denk dat het wel genoeg gepromoot wordt, maar dat vooral het cliché nu nog speelt dat het een echt mannenberoep is.’

‘Vroeger kreeg ik zelfs opmerkingen als: ‘Zal dat geloofwaardig overkomen, een vrouw die beton geeft?’’

Was bouwkunde voor u dan de eerste keuze?
‘Burgerlijk ingenieur wel, maar ik ben eigenlijk begonnen vanuit het idee om computerwetenschappen te volgen. Maar in eerste of tweede kandidatuur moesten we daarvoor een programma schrijven, en bij mij is dat toen helemaal in een lus blijven draaien! Dat was toen nog met ‘computerpunten’ op het rekencentrum. Ik was al mijn punten ineens kwijt, toen had ik er echt genoeg van! (lacht) Bouwkunde is tastbaar. Je ziet meer wat je doet, de resultaten zijn er.’

Heeft u een specifiek thema waarnaar u veel onderzoek gedaan heeft?
‘Ah, ja! Mijn stokpaardje, dat is vezelversterkt beton! Wil je dat een keer zien? (toont een monster van dergelijk beton) Op foto zal dat wel niet veel zeggen, want het is allemaal grijs! (lacht)'

‘Zie, dus waar je normaalgesproken klassieke wapeningsstaven hebt in je beton, heb je hier eigenlijk allemaal kleine stukjes staalvezel. Maar dit is een slecht voorbeeld, die vezels zitten allemaal op elkaar en die moeten eigenlijk mooi verspreid zijn.’

Château Lucie

Hoe staat België eigenlijk op de kaart als ‘ingenieursland’? Je hoort vaak dat Belgische ingenieurs hoog aangeschreven staan.
‘Ja, dat is zeker zo. Ik denk dat dat vooral komt omdat ze een zeer algemene basisopleiding krijgen, wat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten niet het geval is.’

‘Heel wat van onze bouwkundige ingenieurs hebben vóór ze afgestudeerd zijn, reeds een contract ondertekend. Er gaan er veel naar de baggerbedrijven, da’s een zeer goed betaalde job. Ze zijn dan de eerste jaren wel veel weg van huis, maar dan kunnen ze goed sparen hé. De privémarkt is aantrekkelijk in deze sector. De voordelen die ze daar krijgen, kunnen wij hen als universiteit niet bieden.’

‘De privémarkt is aantrekkelijk in deze sector, die voordelen kunnen wij als universiteit niet bieden’

Merkt u dan ook dat studenten misschien meer geïnteresseerd zijn in dat praktische?
‘Ja, je merkt dat toch wel. Want beton kan je gewoon vergelijken met bezig zijn in de keuken. Beton vervaardigen is als een cake maken: alles moet juist afgewogen worden. Aan beton mag je ook niet te veel water toevoegen, want anders krijg je soep. (lacht)'

Ook de bijnaam ‘Lucie Beton’ circuleert. Kent u die?
‘Ja ja, ik ken die! Van waar zou die komen hé?'

'Vroeger moesten de studenten van het vierde jaar een bouwkunde-feest organiseren. Daarvoor heeft een student ooit een etiket ontworpen voor een wijnfles: ‘Château Lucie’, waarop ik poseerde met een wapeningsstaaf. Ik vond dat sympathiek. (lacht)'

Maar beton is dan ook een echte uitdaging.
‘Ja, kijk, voor de ingenieur-architecten is dat een technisch vak. Dat zit standaard in hun curriculum, met nog zulke vakken erbij. Dat zijn niet de meest geliefde vakken, ik besef dat. Ik merk dat ook in het slaagcijfer.’

‘Maar ik vind: ze krijgen een ingenieursdiploma, en ze weten niet waar ze later zullen terecht komen. Dat maakt net de sterkte van onze ingenieurs, dat ze die kwaliteitsgarantie hebben.'


Kook en zorg

Heeft u nog andere passies naast het ingenieursleven?
‘Ik kook en bak heel graag. Vroeger ging ik met mijn man ook veel wandelen en fietsen, ook samen met onze hond. Maar sinds een jaar of drie heb ik eigenlijk geen tijd meer voor hobby's. Allez, ik kook wel nog, hé! Maar al mijn tijd gaat nu naar de zorg voor mijn man. Een echte voltijdse job, ‘s nachts telkens een paar keer uit mijn bed. Maar koken blijft een passie. Er zijn er die dat niet begrijpen, met mijn lijn! (lacht)'

‘Gelukkig gaat mijn man nu overdag naar een dagcentrum, zodat ik gerust ben dat hem niets overkomt. Want ik wil niet stoppen met werken. Voor mij is dat een uitlaatklep. Mijn man wil ook helemaal niet dat ik stop.’

‘Werken is een uitlaatklep voor mij’

Heeft u als afdelingshoofd een gerust gevoel voor de toekomst?
Ik vind dat we een goede afdeling zijn. Vooral ook de sfeer binnen de afdeling. Binnenkort komt er weer een kerstboom op de gang, daar zorgen de doctoraatsstudenten voor. En niet onbelangrijk, hij wordt gegoten in vezelbeton!’

‘Sinterklaas moet ook nog komen. Daar zorgt het afdelingshoofd dan weer voor. Dit jaar heeft de Sint wat vertraging, maar hij kan niet overal tegelijk zijn, hé. (lacht) Dat zijn misschien maar kleine attenties, maar je krijgt er veel voor terug.’

Wie zich verder vil verdiepen in de persoon van Professor Vandewalle, vindt hier nog een oud interview van VTK.