De rekening van eerlijk onderwijs: wie betaalt?

Hoogleraar Erwin Ooghe doet een voorstel de financiering van het hoger onderwijs eerlijker te maken.

10 oktober 2018
Analyse
Zijn de kosten en de baten van het hoger onderwijs wel eerlijk verdeeld? Hoogleraar Erwin Ooghe vindt alvast van niet.

Al sinds mensenheugenis behoort het Vlaamse hoger onderwijs tot de wereldtop. Extra schrijnend is het dus wanneer blijkt dat het een aanzienlijk deel van de eigen Belgische bevolking, omwille van hun sociaal-economische achtergrond, niet lukt om hier zelf te studeren. Over mogelijke oplossingen breken experts al sinds jaar en dag het hoofd. De Leuvense hoogleraar Erwin Ooghe deed afgelopen maand een voorstel.

Democratisering op de tocht

In België stokt de democratisering van het hoger onderwijs al jaren. Waar in landen als Nederland jongeren van iedere sociale klasse gemakkelijker hun weg naar en door het hoger onderwijs vinden, blijft België enigszins achter. Dit werd recent nog maar eens pijnlijk duidelijk toen bleek dat kansarme jongeren oververtegenwoordigd zijn in het aantal voor hun tweede jaar geweigerde studenten aan de KU Leuven. Er lijkt hier dus sprake van een structureel probleem.

‘Het belangrijkste vind ik dat we meer investeren in de democratische toegang en dus onder andere in het basisonderwijs. Dat we eerder leerachterstanden detecteren. En dat dat geld gaat kosten.’

Erwin Ooghe, professor economie

Dit probleem probeert de Leuvense econoom Erwin Ooghe te tackelen in zijn onlangs uitgebrachte ‘Leuvense Economische Standpunten’. Hierin stelt hij dat de reden voor het gebrek aan democratisering niet zozeer een directe barrière is, zoals het collegegeld of andere studiekosten. Het probleem zou eerder liggen in een slechte voorbereiding. Vooral in het basisonderwijs moet volgens Ooghe meer geïnvesteerd worden. ‘Het belangrijkste vind ik dat we meer investeren in de democratische toegang en dus onder andere in het basisonderwijs. Dat we eerder leerachterstanden detecteren. En dat dat geld gaat kosten.’

Om dit geld bijeen te krijgen, stelt Ooghe een extra belasting voor. Iedere student zou na zijn studie een bepaald percentage moeten betalen voor een bepaalde periode van zijn inkomen. Deze manier van werken is zelfs eerlijker dan het huidige financieringsstelsel, betoogt Ooghe. In het huidige systeem zijn de persoonlijke financiële baten voor de hoogopgeleiden zeer hoog, terwijl hun onderwijs voor een groot deel wordt betaald door niet-studenten. Die krijgen hiervoor niets terug. Dit werkt anders in het plan van Ooghe. ‘De studenten verzekeren elkaar en zijn ook in zekere zin solidair.’ De vaak gemaakte vergelijking met het Nederlandse stelsel, waarbij men juist individueel leent, lijkt dus ook niet op te gaan. 

Gevolgen blijven onduidelijk

De precieze uitwerking van het plan blijft echter nog vaag. Wat te doen met studenten die niet afstuderen? Wat zouden de exacte gevolgen zijn voor de studentenpopulatie? Ook maatschappelijke partijen weten nog niet wat ze ervan moeten denken. Zo vindt de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) in een advies over directe studiekosten van 2016 dat allereerst de drempel om te gaan studeren zo laag mogelijk gehouden moet worden. ‘Belangrijk is dat zoveel mogelijk jongeren hun talent in het hoger onderwijs kunnen ontwikkelen’ staat te lezen in dat advies. Ook hecht de Vlor belang aan een efficiënt studiekeuzetraject, dat al op de middelbare school start. Maar hoe deze doelstellingen beïnvloed zouden worden door het plan van Ooghe, dat is nu niet duidelijk. 

Wel is duidelijk dat ook andere partijen het gebrek aan democratisering van het hoger onderwijs een aandachtspunt vinden. Ook het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) laat bij monde van vertegenwoordiger Jonas De Raeve weten dat extra maatregelen nodig zijn. Het verlagen van de leerplicht naar het kleuteronderwijs en het instellen van een centraal eindexamen worden onder andere genoemd. De financiering van deze democratisering ziet Voka daarentegen meer in een verbeterde samenwerking met het bedrijfsleven. De student zou hierbij dus niet meer gaan betalen.

Een welkome aanvulling

Eigenlijk kan iedereen wel zien dat er wat gedaan moet worden. Diversiteit is immers ver te zoeken in de Leuvense straten, wat extra vreemd is gezien de Belgische multiculturele samenleving. Het voorstel van de heer Ooghe lijkt dus ook een welkome toevoeging aan het debat. Hoe dit plan er in de praktijk uit zou zien, blijft echter nog vaag. 

Het standpunt van Ooghe: https://feb.kuleuven.be/les/do...