Dirk De Wachter: 'We mogen niet naar geluk streven'

Een interview over de kunst van het ongelukkig zijn

05 November 2019
Interview
In zijn nieuwste boek 'De kunst van het ongelukkig zijn' vertelt psychiater Dirk De Wachter ons dat ongelukkig zijn normaal is. 'Vanzelfsprekend, maar de mensen horen het graag van een professor.'

Waarom schreef u De Kunst van het ongelukkig zijn?
Dirk De Wachter: 'De dingen komen op mijn weg, zo is dat altijd gegaan. De laatste jaren heb ik over de hele wereld lezingen gegeven. Het idee voor dit boek ontwikkelde zich dan ook en cours de route. Het publiek gaf aan waar ik meer nadruk op moest leggen, in dit geval dat we ook het ongelukkig zijn moeten accepteren.'

Wat bedoelt u met accepteren?
'Beseffen dat het allemaal bij het leven hoort. Wat ik zeg is vanzelfsprekend, maar de mensen horen het graag van een professor aan de universiteit. Ja, het is normaal dat je je soms niet goed voelt. Dat is zelfs goed.'

Op de achterflap van uw boek zegt u dan ook dat we niet moeten streven naar geluk en gelukkig zijn, maar naar zingeving.
'We zien geluk te veel als het ultieme doel. Geluk, geluk, geluk! Als we er te veel naar streven, als het geluk te egocentrisch en te genieterig wordt, zak je weg naar ledigheid. Onder dat oppervlakkige geluk zit zinvolheid. Een geluk van een fundamentelere aard, die vervulling en voldoening aan het leven geeft. Als mens moet je bezig zijn met zinvol zorgen.'

'Binnenkort moet er een zelfhulpgroep komen voor mensen zonder diagnose'

Die zinvolheid, dat diepere geluk, definieert u dus als zorg dragen voor de ander?
'Ja, absoluut. Als je zorgend bent voor je medemens, ga je naar huis met het gevoel iets betekend te hebben. Als je een ticket boekt naar de Kaaimaneilanden om je daar op het strand elke dag lazarus te drinken, vraag je je na een tijd toch af waar je in godsnaam mee bezig bent?'

U haalt ook aan dat zorg dragen voor elkaar, wat meer 'elkaars therapeut' zijn, een antwoord kan zijn op de overvolle wachtlijsten waar veel zorgverleners mee kampen. Bent u niet bang professionele zorgverleners tegen de schenen te stampen met zo’n uitspraak?
'Dat wordt soms verkeerd begrepen, inderdaad. Er zijn genoeg mensen met problemen waarvoor professionele hulp absoluut noodzakelijk is. Maar ook voor deze mensen zijn gewone gesprekken belangrijk. Het een sluit het ander niet uit. Het zou goed zijn voor de mentale gezondheid als we wat meer met elkaar zouden spreken, in de gewonigheid, over dagdagelijkse ambetantigheden.'

Over gewonigheid gesproken, u heeft het ook over 'de versmalling van het normale'. Niet-pathologisch lijden of ongeluk bestaat haast niet meer. Overal moet haast een label of diagnose opgeplakt worden.
'Om in Nederland bij de psychiater langs te mogen, moet je een diagnose hebben. Dat is toch vreemd! Mensen moeten langs kunnen komen om te spreken over al dat alledaagse verdriet, zonder diagnose. Ik pleit dan ook voor een erg brede invulling van normaliteit.'

'Niet dat er nooit een diagnose gesteld moet worden; die kan net het kader bieden om mensen die ziek zijn medicamenteus en therapeutisch te helpen. Maar als we zo verder doen, moet er een zelfhulpgroep komen voor mensen zonder diagnose. Een goed voorbeeld is ADHD. Sommige kinderen zijn wat druk, anderen wat minder. Er mag wat verschil zijn. Laten we het onderscheid wat meer appreciëren. Zonder daarom de diagnose af te schaffen, natuurlijk.'

Sommige denkers, bijvoorbeeld Slavoj Žižek, menen dat we gelukkiger zouden zijn mochten we het in het Westen iets minder goed hebben.
'Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Kijk, ik ben een psychiater, Žižek een filosoof. Filosofen, sociologen, academici en wetenschappers zitten soms in de boomhut: ze kijken naar de wereld en ze lezen boeken. Ik daarentegen zit met mijn botten in het slijk te wroeten. Ik maak mijn handen vuil om mensen het moeras uit te trekken.'

'Stel je voor dat ik tegen een mens die zich slecht voelt zou zeggen dat het een verwaand figuur is. Je hebt een auto, een vrouw, een huis en je voelt je niet goed? Onnozelaar, trap het eens af! Dat zegt men over de jeugd trouwens ook, dat ze verwend is. En zich dan niet goed voelen? Doe eens normaal! Nee, dat druist volkomen tegen alle therapeutische ideeën in.'

Toch wil u dat mensen zich meer bewust zijn van het geluk dat ze hebben en gehad hebben.
'Ja, want naar mensen die minder chance hebben wordt al snel met een beschuldigend vingertje gewezen. Mensen zonder liefdevol gezin, of minder hersenweefsel om het goed mee te doen op school, of hersenweefsel dat kwetsbaar is voor depressie of psychose. Er wordt hun verweten dat ze wat meer hun best moeten doen. Wilskracht! Verschrikkelijk vind ik dat. We moeten wat bescheidener zijn met onze successen. En beter zorgen voor de mensen rondom ons die minder chance gehad hebben.'

'Mensen verwijten me dat ik elke week op televisie kom en verkondig dat het gewone leven voldoende is'

Maar bij veel mensen met veel chance speelt het idee dat ze alles hebben om gelukkig te zijn en zich tóch niet goed voelen.
'Ja, en dat maakt het allemaal nog erger. Dat is mijn punt: we moeten minder in persoonlijke successen denken, het gaat om zin en betekenis. Er moet aan een minimum aan materiële vereisten voldaan worden. Dat heb ik gezien in Tanzania: een vrouw moet geen honger lijden, een kind moet niet doodgeschoten worden en een man moet niet gemarteld worden. Alstublieft. Voorbij die minimale omstandigheden, zijn de materiële dingen echter betekenisloos, niet contraproductief.'

'Dat die betekenis en zingeving dreigt weg te spoelen in een maatschappij die zo inzet op materiële genietingen, daar heeft Žižek een punt. Maar de manier waarop hij het verwoordt is erg verwijtend en dat wil ik ten stelligste vermijden.'

U hebt makkelijk spreken. U bent psychiater, hoogleraar én mediafiguur.
'Mensen verwijten me vaker dat ik vaak op de televisie kom en dan ga zitten verkondigen dat het gewone leven voldoende is. Ik pleit schuldig! Als weerwoord kan ik enkel bieden dat mijn grootste geluksmomenten niet daar plaatsvinden, maar thuis met mijn vrouw, samen van wijn en een goed boek genietend. En dat zij dan een gedicht van Leonard Nolens voorleest en zich afvraagt hoe het kan dat iemand zo'n mooie dingen kan neerschrijven.'

Levert die media-aandacht soms moeilijkheden op in uw praktijk?
'Moeilijkheden niet, maar het is soms ambetant. Ik krijg veel mails en telefoons met vragen. Ik kan daar niet aan voldoen. Veel psychiaters hebben wachtlijsten en te veel werk, maar bij mij is dat nog meer. Omdat ik in de kijker loop, denkt iedereen dat ik de enige psychiater ben die hen zal begrijpen, ook als ze jarenlang bij andere psychiaters in therapie geweest zijn. Wat zou ik nu meer kunnen dan een van mijn collega’s?'

'Ik hoop ook dat ik een goede psychiater ben, maar nu krijg ik dingen op me geprojecteerd die niet meer realistisch zijn. Dat is wel vervelend. Ik kan ook niet goed nee zeggen. Elke dag krijg ik handgeschreven brieven van mensen die ten einde raad zijn en al hun hoop in mij als psychiater vestigen. Dat zet mij onder grote druk.'

Vanwaar die keuze voor de psychiatrie? Was het van jongs af aan al duidelijk voor u dat u psychiater wilde worden?
'Het was een roeping. Ik heb gekozen voor psychiatrie toen ik zestien jaar was, onder invloed van een leerkracht Nederlands op de humaniora. Een heel bijzondere man en een erg goede leerkracht; het is belangrijk dat jonge mensen daarmee in contact komen. Via hem ben ik de psychoanalyse ingesukkeld. Hij sprak over Freud, Jung en Adler: de heilige Drievuldigheid. Toen ik zeventien of achttien was, ben ik Freud beginnen lezen. Snapte ik geen snars van natuurlijk. Maar ik zette door en stilletjes aan kwam het begrip. Sindsdien ben ik er werkelijk door gegrepen.'

'Het hele #MeToo-gebeuren is een tekort aan vel voelen'

Vindt u het jammer dat psychoanalyse meer en meer naar de achtergrond verdwijnt?
'Ja, absoluut. Ondanks mijn interesse ben ik geen psychoanalyticus geworden, maar systeemtherapeut. De opleiding Psychoanalyse bleek nogal aan de dure kant voor een gezin uit de middenstand, dus heb ik een Rogeriaanse opleiding gevolgd. In mijn eerste jaar kwam ik als assistent-psychiatrie bij Luc Isebaert terecht, een systeemtherapeut. Tot de dag van zijn dood, 30 september, was dat mijn mentor, mijn maître à penser. Eigenlijk is hij dat nog steeds. Hij is de mens die mij gevormd heeft.'

'Via hem ben ik als psychiater in het sociale veld terecht gekomen: het zien van de mens binnen zijn sociale context is nu een evidentie voor mij. Ter vergelijking: voor iemand als Paul Verhaeghe is dat een bocht van 180 graden.'

In uw boek lezen we dat twintig procent van de studenten uit het hoger onderwijs kampt met depressieve klachten. Was dit vroeger minder het geval?
'Helaas hebben we geen statistieken van vroeger. Ik krijg al eens het verwijt dat ik te veel kritiek op deze tijd zou hebben. Dat ik zou doen alsof vroeger alles beter was, terwijl ik net een verlichtingsdenker ben. Maar vooruitgang komt niet door zelfgenoegzaam zeggen dat alles toch goed is zoals het is. Dan was er bijvoorbeeld nooit de Franse Revolutie geweest, dan waren de mensen gewoon akkoord gegaan met het bewind van de koning. Men heeft echter zijn kop eraf gesneden. Ik wil nu zeker geen koppen afsnijden, voor alle duidelijkheid.'

'Maar ik wil wel iets doen voor de wereld van nu. Er heerst veel eenzaamheid, ook onder studenten. Ik ben daar zelf erg van geschrokken. Hetzelfde geldt voor andere psychopathologieën als depressie, suïcidale gedachten, of zelfs gelukte zelfdodingen. Dat zijn geen dingen om weg te relativeren, daar moet kritisch over nagedacht worden. Of dit vroeger ook zo was? Waarschijnlijk wel, maar daar kan ik nu weinig mee aanvangen.'

Jongeren zijn veel bezig met sociale media. De negatieve gevolgen op mentale gezondheid daarvan zijn verscheidene keren onderzocht. 
'Vroeger heb ik me kritisch uitgelaten over sociale media, maar dan word je al snel in een hoek gezet. Dat ik tegen sociale media zou zijn. Alstublieft, hier. (toont gsm) Ik gebruik dit zeer intensief. We moeten wel opletten dat sociale media écht contact niet in de weg staan. Soms zie je bijvoorbeeld hoe koppels de hele tijd op hun machientje bezig zijn. Dan vraag ik me af of ze naar elkaar aan het sturen zijn of het eten smaakt. Dat terwijl elkaars stem horen, elkaar in de ogen kijken, zo belangrijk is in een relatie. Een glimlach kan niet vervangen worden door een smiley.'

Op sociale media wordt er nochtans veel over mentale gezondheid gesproken. Al lijkt het soms alsof je niet goed voelen een modefenomeen geworden is. Bepaalde psychische problemen of symptomen daarvan, zoals anxiety, duiken continu op in memes, bijvoorbeeld. Is dat een goede ontwikkeling?
'Dat is goed en slecht. Het gevaar bestaat dat er een emocultuur ontstaat waarin je jezelf interessant wil maken met tranerige berichten. De ware verbinding en het ware delen van verdriet moet gebeuren in het echt, in de ogen van de ander. Elkaars vel voelen is daarin ook belangrijk. Daarom ben ik bang voor dat hele #MeToo-gebeuren. Als het tot gevolg heeft dat we elkaar niet meer durven aanraken en nog meer afstand nemen, zijn we niet goed bezig.'

'Vel voelen is een zeer belangrijke menselijke behoefte. We moeten elkaar vastpakken, maar zonder machtsmisbruik. Het hele #MeToo-gebeuren is net een tekort aan vel voelen, waardoor sommigen doorschieten in het misbruiken van die behoefte. Daarom moeten we onze kinderen leren om elkaar vast te pakken op een manier die erotiek en intimiteit een plaats geeft in het gewone leven.'

'Nick Cave loopt me helemaal achtera'

Een uitsmijter: wat vindt u van de manier waarop iemand als Nick Cave omgaat met verdriet? De dood van zijn zoon is een centraal thema in zijn twee laatste albums.
'Ik denk dat niet iedereen het zo aan de grote klok moet hangen om te verwerken. Iedereen volgt een eigen traject wanneer het om verwerking van verdriet gaat. Cave heeft bijvoorbeeld eerst een tijdje gezwegen, helemaal versmoord van verdriet. Maar hij is en blijft muzikant. Hij vond die troost in muziek, en heel wat mensen met hem. De verhalen die uit het publiek komen bij een album als Skeleton Tree of zijn tour met Conversations zijn beklijvend.'

'Eigenlijk is hij doorheen de jaren meer en meer op mij gaan lijken. Niet alleen met Conversations neemt hij de rol van therapeut op, ook via mailverkeer staat hij zijn fans persoonlijk te woord. Ook fysiek lijken we een beetje op elkaar natuurlijk. En hij kleedt zich ook meer en meer zoals ik. Toen ik achttien was, zag die man er niet uit. Het was een junkie, een freak. Nu loopt hij me helemaal achterna, is zich deftiger gaan gedragen en heeft afstand genomen van de drugs. Die gelijkenis zorgt al wel eens voor vervelende situaties. Dan sta ik na zijn concert buiten nog een babbeltje te slaan en spreken mensen mij aan met: "Wow mister Cave, wonderful!" '