Een nieuw jaar, een nieuw voorstel

Overzicht van eerdere voorstellen tot herindeling academiejaar

07 November 2016
Artikel
Auteur(s): Tim Van Roey
De herindeling van het academiejaar is een kwestie die jaarlijks weer op tafel komt te liggen. Hieronder een kort overzicht van enkele voorstellen.

Sinds 2000 kent de KU Leuven een semesterindeling. Voordien was er maar een keer per jaar een examenmoment. De grootste kritiek op het semestersysteem is het feit dat er veel tijd zit tussen de eerste examenperiode in januari en de herexamenperiode in augustus.

Basismodel en kwartielen

Een voorstel dat vaak naar voren komt is het ‘basismodel’. Bij dit model wordt er na elke examenperiode meteen een herexamenperiode georganiseerd. Zo ligt de herkansing veel dichter bij de eerste kans en kan eventuele heroriëntering sneller plaatsvinden.

Een tweede voorstel is dat van de vier kwartielen. Hierbij worden beide semesters in twee delen gesplitst, namelijk les en examens. De examens vallen dan, net als bij het vorige voorbeeld, in januari en juli.

In een derde voorstel, genaamd het ‘vijfde kwartiel’, valt het eerste semester vroeger. Semester 1 start dan op 1 september en heeft examens in december. Het tweede semester begint dan al in januari met examens in april. De periode van mei tot juli kan dienen voor eventuele herexamens.

Dit voorstel werd ook in 2010 geponeerd. De studenten zouden dan één weekje vakantie hebben in februari, nu is dit de lesvrije week. De zomervakantie zou begin juli van start gaan. Toen werd ook gesteld dat beide semesters even lang moeten zijn. Doordat beide semesters aan alle instellingen op hetzelfde moment starten, zou dit de onderlinge samenwerking bevorderen. Eventueel kunnen studenten zo ook makkelijker overschakelen naar andere instellingen of studierichtingen.

Aansluiting herexamens

Door het samenvoegen van de semesters met de herexamens zouden studenten sneller zicht moeten hebben op hun definitieve resultaten. Ze zullen bijgevolg ook sneller doorhebben of hun studie al dan niet te zwaar is. Zo stelde de stuurgroep in 2010: ‘Wie een klein tekort had op zijn examen, heeft voordeel bij een snelle afhandeling.’ Zo kan je met een schone lei aan het volgende semester beginnen. 'Een snelle aansluiting maakt uitstelgedrag ook minder aantrekkelijk dan een groot tijdsverloop zou doen.' Ook bestaat de mogelijkheid om in het midden van het semester een pauze in te lassen om tussentijdse examens te organiseren, wat de interactie tussen docent en student moet bevorderen.

Studenten zonder herexamens zouden in de herkansingsperiode geen vakantie hebben. Er zouden dan ‘verdiepende activiteiten’ kunnen plaatsvinden, zoals internationale ervaring, honours programs en dergelijke. De uitdieping mag echter geen voorbereiding zijn op het volgende semester zodat de studenten zonder herexamens geen voordeel opbouwen ten opzichte van de studenten met herexamens.

De werkgroep stelt dat vakantie belangrijk is. Ook voor studenten met herexamens, die bij het huidige systeem maar een beperkte zomervakantie hebben. 'Intense werkperiodes moeten worden afgewisseld met vakantieperiodes die vrij zijn van verplichting.'

Concreet: een kalenderjaar bestaat uit 52 weken. 40 weken worden voorzien voor lessen, studie en examens. Er zijn dan nog twaalf weken beschikbaar voor vakantie. Zes daarvan vormen de zomervakantie, één is de lesvrije week in februari, één week bestaat uit wettelijke feestdagen en de overige week is de week van Kerstdag tot Nieuwjaarsdag.

Een aaneensluiting van semester en herexamens zou ook voordelig zijn voor uitwisselingsstudenten, aangezien veel buitenlandse universiteitssystemen gebaseerd zijn op dat stelsel.