Een ode aan het onvoltooide

Recensie: Aren - Benjamin Verdonck

03 april 2019
Recensie
Auteur(s): Daphne de Roo
Afgelopen zondag betrad Benjamin Verdonck het podium van De Schouwburg om kleine objecten en grootse plannen te tonen. Wie niet bleef kijken, had ongelijk.

Een bijna kaal podium, enigszins meditatieve achtergrondmuziek, en een zwijgende Benjamin Verdonck verwelkomen het publiek bij Aren. Wie verwacht meegesleept te worden in een groot verhaal, is hier aan het verkeerde adres. Verdonck toont ons integendeel de kleinigheden van het leven. Objets trouvés, onuitgewerkte plannen, uitgestelde afspraken. De focus lijkt te liggen op de dingen die we normaal over het hoofd zien. 

In het eerste deel plaatst Verdonck zijn verzamelde objecten zorgvuldig in reeksen op een tafel, waarbij ze geprojecteerd worden op een groot scherm achter hem. Uitleg wordt niet gegeven, het enige geluid wordt gevormd door de kalme achtergrondmuziek, die varieert van xylofoontoontjes tot een opgenomen live-performance van There’s a Hole in My Bucket. Het heeft iets schattigs, hoe teder en toegewijd Verdonck omgaat met zijn verzameling. Hoewel de objecten op zich geen grote waarde te lijken te hebben, en hun verpakking evenmin, maakt de consciëntieuze uitstalling hen tot kostbare schatten. 

De titel van deze voorstelling verwijst naar de ‘arenlezers’ - de mensen die de achtergebleven aren opraapten na de oogst, het schamele deel dat voor de oogstende boer niet belangrijk genoeg was om voor terug te keren. De mensen voor wie het afval van de boer een kostbaarheid was. Onder naam van de Engelse vertaling ‘gleaning’, gebeurt het nog steeds. Het kan hierbij gaan om producten die na de oogst overblijven op het land, maar ook om het inzamelen van voedsel dat over de uiterste houdbaarheidsdatum dreigt te gaan. Bij Aren is die houdbaarheidsdatum echter weggenomen van de dingen. Het doel wat de voorwerpen ooit hadden, is eraan onttrokken: de oude kurken worden nooit meer gebruikt, en de opsporingspapiertjes voor vermiste poezen liggen voor de kat z’n kut in het doosje van Verdonck. En juist daardoor krijgen ze een nieuwe, poëtische waarde.

Bij Aren is de houdbaarheidsdatum weggenomen van de dingen

Na dit meer poëtische deel waarin de objecten centraal staan, neemt Verdonck in het tweede deel - nadat hij eerst al wat applaus voor zichzelf afspeelt en in ontvangst neemt - zelf het woord. Met kinderlijk enthousiasme vertelt hij over zijn vele niet-uitgevoerde plannen, alsof hij ze wil verkopen aan het publiek. Hij leest een briefwisseling voor over een kunstwerk in een kunstwerk. ‘Een huisje! Een huisje...’, zegt hij met een lichte dramatiek die doet denken aan de sketch De Woudloper van In de Gloria. Het betreffende huisje kwam er nooit, en echt erg is dat niet. Verdonck toont ons dat we lang niet al onze plannen hoeven uitvoeren, materialiseren. 

Hoewel er in dit deel ogenschijnlijk veel meer gebeurt dan in het eerste, verveelt het toch na een tijdje. Hebben we niet allemaal zulke ideeën? En is het podium wel de beste plaats voor een onuitgewerkt theaterplan? Het is zeker niet de makkelijkste materie om je publiek voor te schotelen. Verdoncks uitleg vraagt, hoewel geestdriftig gebracht, soms veel verbeelding aan de kijker. Misschien had een kleine visualisatie bij momenten geholpen.

Anderzijds is die openheid ook wel de kracht van Aren. Het laat ruimte voor reflectie op de eigen plannen, de eigen dromen. En het toont die ambivalentie tussen droom en daad, die we maar zelden onder ogen durven komen. Het zijn soms de grootste dromen die de uitwerking niet halen, juist omdat ze zo groot zijn. En dat is ook oké. Als we iets leren is het dat. Dat we de kleine dingen ook mogen waarderen, de nutteloze objecten, de niet nagekomen afspraken. En al die plannen mogen blijven borrelen en groeien, zelfs als ze nooit volgroeid zijn. Zelfs als de uitwerking niet mogelijk is. De verveling weegt niet op tegen de ode aan het leven die Verdonck ons op deze manier voorschotelt.