Ein Försterhaus

Oranje maden

21 maart 2019
Artikel
Auteur(s): Philip Lammens
In een reeks van drie presenteren drie schrijvers een kortverhaal, waarin steeds een bepaalde ervaring of locatie van het Leuvens studentenleven centraal staat.

Het geluid van een ronddraaiende sleutelbos wekt me uit mijn roes. Bedrijvige kotgenoten stommelen de trap op en af, ze hebben dingen te doen vandaag. Ik lig languit op mijn bed getooid in de kleren waarmee ik gisteren nog op stap was, lekker praktisch. Mijn laptop, halfopen, op zijn vertrouwde stek naast mijn bed. Youtube met zijn 'people are awesome'-compilatie heeft me dan toch in slaap gekregen.

Die grote fles wijn van 2.5 liter uit de Match leek me gisteren nog een koopje, nu bekoop ik het met een half sluimerende kater. Met een washandje en wat water fris ik me op aan de lavabo. Restantjes zure wijn glijden van mijn lippen richting afvoer. Vandaag geen waardeloze dag, ik bel Pieter, die vergezelt me wel naar het fietsatelier. Zijn remkabels zijn aan vervanging toe en mijn versnellingssysteem doet het niet meer. In mijn rugzak prop ik nog snel een handvol inbussleutels en een tang, dat moet volstaan.

Met z’n tweeën fietsen we de Kapucijnenvoer af. We hebben zin om te sleutelen, even onze thesis laten rusten en prutsen aan wat moeren en vijsjes. Een paar uur de handen uit de mouwen steken is een welgekomen afwisseling.  Aan de kruidentuin rechtsaf in de Minderbroederstraat. Voor het fietsatelier staat Filip een sigaretje te rollen, hij is blij om ons te zien. Op woensdag en donderdag helpt hij altijd studenten met mankementen aan hun fiets. Terwijl Pieter de fietsen op het werkblok stalt, zet ik een potje koffie. Ik kan wel wat cafeïne gebruiken. De remkabel vervangen gaat vlot, Filip laat Pieter begaan en neemt een kijkje naar mijn versnellingen. ‘Aah, Sturmey Archer’, zowat de meest degelijke versnelling voor een goeie stadsfiets. Hij veegt wat smurrie weg vanop de as van mijn achterwiel, daar prijkt inderdaad de naam Sturmey Archer. Op het internet bekijken we een blauwdruk van het systeem. Drie roterende cilinders met een controlestift, ingenieus en niet kapot te krijgen.

Hij draait mijn controlestift terug in de as, dat was het dan. Ik span de versnellingskabel wat strakker aan en klaar is kees. Heerlijk om iemand met degelijke vakkennis in een handomdraai problemen te zien oplossen. We slurpen wat koffie in de zetel en praten wat over het pand. Een oude schrijnwerkerij waar vroeger lijken werden gestockeerd voor het anatomisch theater in de achtertuin. Mijn ogen fonkelen, dat wil ik zien. 

Via een krakkemikkig trapje klauteren we naar de bovenverdieping. Grote houten balken overspannen een ruimte die bezaaid is met stalen fietskaders en afgesleten fietsbanden. Pieter tuurt door een klein raampje naar de achtertuin. Tussen de paasbloemen kronkelt een stenen pad naar een klassiek gebouwtje dat eerder iets weg heeft van een aristocratisch tuinhuis. Waarschijnlijk het anatomisch theater. In de hoek ligt een dode torenvalk, dan toch nog een lijk gevonden.
Ik neem de dode vogel bij zijn poten, kleine oranje wormen glijden van tussenuit de veren. Gadver, met een voetveeg zwiep ik de wormen tussen een spleet in de planken vloer. Wat geplette maden blijven steken tussen een ingekerfde inscriptie op de vloer.

Lore liegt nicht im Fösterhaus. Schau in den Hinterhof

Filip heeft geen verklaring voor de tekst, waarschijnlijk een studentengrap. Hij gaat terug naar beneden om een nieuwe lading mensen te helpen. Pieter en ik besluiten tot verder onderzoek, alles beter dan in de Agora bezig te zijn met ons eigen academisch onderzoek. Met een licht nasale stem zeg ik ‘Guido, dat beestje, we moeten dat begraven.’ Grinnikend gaan we naar de achtertuin om meneer de torenvalk te begraven. Pieter prevelt een Russisch schietgebedje terwijl ik een kruis maak van twee afgebroken spaken.

Zou ‘Hinterhof’ verwijzen naar de achtertuin? Waar ligt Lore dan begraven, er is hier nergens een gedenksteen of graf te bespeuren. Bij gebrek aan verdere aanwijzingen gaan we over tot het kraken van het anatomisch theater. Met een platte schroevendraaier wrik ik wat in het slot. Na een kwartiertje wroeten en duwen kraakt de klink af, oeps. Nu we toch bezig zijn met kleinschalig vandalisme kunnen we evengoed de deur inbeuken. Gezamenlijk geven we de deur een ferme duw met onze schouders, de scharnieren begeven het. Zonder huiszoekingsbevel snuffelen we rond tussen de oude banken waar ooit studenten hebben plaatsgenomen. Beneden stond dan een zelfverklaarde professor Tulp te snijden in een lijk. Rondom de zaal hangen schilden en ingekaderde foto’s van knuffelende vrienden. Is dit het buitenverblijf van Dries Van Langenhove??