Evaluatiereeks rectoraat (6): Onderzoeksbeleid

Internationale onderzoeksuniversiteit met torenhoge werkdruk

17 mei 2016
Longread
Auteur(s): Arne Sonck
Onderzoek aan de KU Leuven excelleert, al blijft ook hier de werkdruk bijzonder hoog. “Ik denk dat we heel goed bezig zijn,” vindt vicerector Onderzoeksbeleid Liliane Schoofs.

Werkdruk ORANJE

Over geen enkele onderwerp is iedereen het zo unaniem eens als over de werkdruk voor onderzoekers. “De werkdruk ligt onaanvaardbaar hoog,” zegt Paul Declerck, decaan van de Faculteit Farmaceutische Wetenschappen. De slaagcijfers voor externe onderzoeksbeuren zijn laag. Onderzoekers gaan gebukt onder veel administratie en voorbereiding.

Risico’s op burn-outs liggen dan ook niet ver weg, al bestaan er geen exacte cijfers over (zie ook evaluatie Wetenschappen en Technologie, Veto 4223). “Om te beginnen: elke burn-out is er één te veel,” reageert vicerector Schoofs. “Burn-outs nemen echter overal toe. Wij als universiteit ontsnappen daar ook niet aan.” Omdat concrete cijfers ontbreken, kan de vicerector geen definitieve conclusies trekken. “Het is te vroeg om conclusies te trekken over de oorzaken en de omvang van dit probleem, omdat we geen cijfers hebben.”

Het is echter zo dat de publicatiecultuur en de nadruk op veel publiceren en veel tijdschriftpublicaties halen, een contraproductieve factor is. Zeger Debyser, hoofd van Moleculaire Virologie en Gentherapie, bevestigt dat, maar wil tegelijk nuanceren. “Heel wat professionals moeten hard werken en ik zeg niet dat wij meer moeten klagen dan andere mensen. Het gaat eerder om de manier waarop ons onderzoekswerk wordt beoordeeld. De huidige interne verdeling is zo zeer competitief. Collega’s moeten andere collega’s beoordelen, hoe correct en gewetensvol ook, in een sfeer van competitie. Externe financiering zal steeds competitief zijn, maar waarom gaan we voor de verdeling van de interne middelen niet over op basisfinanciering?”

"Collega’s moeten andere collega’s beoordelen in een sfeer van competitie"

Zeger Debyser, hoofd van Moleculaire Virologie en Gentherapie

Onderzoeksfinanciering op Vlaams of Europees niveau richt zich nog te veel op kwantiteit, vinden velen. “Onderzoekers zijn zoveel met die indicatoren bezig dat ze hun gedrag er aan aanpassen,” vertelt Schoofs. “Het huidige systeem heeft nu echt zijn grenzen bereikt. Het is helemaal fout gelopen op het individuele niveau.”

“Het doel van onderzoek is vandaag de dag publiceren in hoog tijdschrift,” vertelt Debyser, “terwijl onderzoek zou moeten gaan om de waarheid achterhalen en dat te communiceren naar collega's. De eigenlijke waarde van het onderzoek blijkt slechts na de publicatie als collega’s de resultaten kunnen bevestigen en er op verder bouwen. Nu krijgen we in de Onderzoeksraad intern wel de opdracht om meer te kijken naar kwaliteit en minder naar kwantiteit, maar het ganse publicatiesysteem moet eigenlijk op de schop.”

De universiteit en haar onderzoekers zitten dus gewrongen in een internationale academische context die heel wat druk oplegt. Wel nam de huidige rectorale ploeg enkele maatregelen om deze externe druk zo veel mogelijk te verzachten. Een verruiming van sabbaticals zorgt voor een grotere zuurstofperiode, net zoals een duidelijk universiteitsbreed doctoraatsreglement en een charter van de doctorandus en de promotor. Naast deze initiatieven werden de evaluatiecriteria van de zogenaamde tenure tracks verfijnd. Via zo een tenure track procedure kan een jonge onderzoeker na vijf jaar, op basis van de geleverde prestaties, een definitieve benoeming krijgen in het ZAP-kader. Het huidige beleid heeft de evaluatie aangepast. Vroeger waren dat kwantitatieve criteria; x aantal publicaties, x aantal doctoraten en dergelijke. "Dat leidde tot een hoge publicatiedruk, waardoor de kwaliteit van het onderzoek in het gedrang dreigde te komen," vertelt Schoofs. Volgens de vicerector zijn de aantallen er uit. "De nadruk ligt nu op kwaliteit."

"Met ons onderzoek gaat het beter dan ooit"

Frank Claessens, Laboratorium voor Moleculaire Endocrinologie

Kwaliteit en valorisatie GROEN

Over de kwaliteit van het onderzoek is vrijwel iedereen het eens. “Ik denk dat we heel goed bezig zijn,” geeft Schoofs aan. “Dat zie je ook in rankings, al zijn die natuurlijk slechts een indicator.” Times Higher Education rankt zo de KU Leuven op plaats 35 in de World Univerity Rankings. Vooral de subfactoren research (76,9) en citations (87,3) scoren daar goed. Ter vergelijking: onderwijs scoort 59,9.

Frank Claessens van het Laboratorium voor Moleculaire Endocrinologie is duidelijk. “Met ons onderzoek gaat het beter dan ooit. We zijn nog altijd aan het groeien en ontdekken nog steeds nieuwe grote zaken ontdekt op verschillende domeinen, zoals hier bij Biomedische Wetenschappen.”

Op vlak van valorisatie van het onderzoek doet de universiteit het zeer goed (zie Veto 4222 en 4223) en klinkt het dat we op een toppunt zitten. “Onderzoek in strikte zin, maar ook de valorisatie ervan, zijn onderwerpen waar we meetellen in de wereld,” vertelt Bart Raymaekers, decaan van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte.

Toch zijn er ook bezorgdheden. “Er wordt inderdaad meer gekeken naar valorisatie en hoe het onderzoek toepasbaar is, maar misschien is daardoor de volledige vrijblijvendheid en volledige vrijheid er niet meer,” vertelt Frank Claessens, hoofd van het Laboratorium voor Moleculaire Endocrinologie.

"Door het hoog inzetten op valorisatie krijgt fundamenteel onderzoek niet genoeg aandacht"

Liliane Schoofs, vicerector Onderzoeksbeleid

Die bezorgdheid deelt ook vicerector Schoofs. “De huidige regering zet hoog in op snelle valorisatie van onderzoeksresultaten en daardoor krijgt fundamenteel onderzoek onvoldoende aandacht,” stelt ze vast. “De Vlaamse en Europese overheid zet momenteel in op korte termijn realisaties met zo veel mogelijk economische impact.” Dat toegepaste onderzoek bouwt volgens haar altijd voort op fundamenteel, nieuwsgierigheid gedreven onderzoek. “Die bron wegnemen is de grootste flater die je kan begaan. Wij dringen er daarom bij de Vlaamse en Europese overheden enorm op aan om meer middelen voor fundamenteel onderzoek te voorzien. We overwegen daarvoor protestacties; de studenten zullen ons daarbij helpen.”

“Er is wel nog geld voor fundamenteel onderzoek, maar dat wordt te veel op individuele- en niet op samenwerkingsbasis gefinancierd,” vertelt Debyser. “Op vlak van het FWO (Fonds Wetenschappelijk onderzoek, red.) doen we het dan weer vrij goed. Al dient het FWO zélf grondig vernieuwd te worden om belangenconflicten te vermijden. De verdienste van Schoofs is dat ze het interne financieringssysteem grondig heeft hervormd, dat was echt nodig. Daar kwam kritiek op, maar met alle verandering komt tegenwind. Ik zou haar aanraden nog verder te gaan, te blijven luisteren naar de onderzoekers en interne basisfinanciering te overwegen.”

Die hervorming, bedoeld om het geheel van interne onderzoeksfinancieringskanalen te stroomlijnen, herleidt de vroegere meer omslachtige interne projectfinanciering tot drie duidelijke categorieën. C1 financiert nieuwsgierigheids- en hypothesegedreven onderzoek; C2 staat in voor onderzoek dat inspeelt op reële maatschappelijke vragen en gericht is op impact op middellange tot lange termijn; C3 voor onderzoek met (socio-)economische valorisatie op korte termijn. In 2014 werden in totaal 235 aanvragen ingediend, waarvan 108 C1-, 91 C2- en 36 C3-aanvragen. De projecten hebben vooral een hefboomfunctie om bijkomende externe financiering te kunnen aanvragen. Door komaf te maken met de versnippering in de interne onderzoeksfondsen van KU Leuven, kan de onderzoeker ook meer tijd besteden aan het onderzoek zelf en autonoom beslissen over de wijze waarop hij zijn KU Leuven onderzoeksgelden zal inzetten. Bij de grote projecten moet weliswaar 1% van de middelen gaan naar Science-outreach of onderwijs (bv. Moocs), zodat zowel het grote publiek als de studenten kunnen leren van het lopend toponderzoek aan KU Leuven.

Ondanks de focus op valorisatie zijn er ook initiatieven om fundamenteel onderzoek te boosten. KU Leuven Onderzoeksbeleid reikt jaarlijks ook prijzen uit: “de drie prijzen van de Onderzoeksraad” voor fundamenteel onderzoek in elk van de drie Groepen, W&T, Biomedische Wetenschappen en Humane Wetenschappen. Daarnaast de “L(euvense) Da Vinci prijs” voor vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar valorisatie.

Ook kwam er onder het huidige beleid een startkrediet, dat jonge startende onderzoekers toelaat om zich competitief en onafhankelijk op te stellen bij het verwerven van bijkomende nationale en internationale fondsen. Met een looptijd van twee jaar wordt een budget van 50.000 per jaar toegekend. De middelen kunnen besteed worden aan personeel , werking en/of uitrusting.

Ook op groepsniveau worden er pogingen gedaan onderzoek te stroomlijnen en te verbeteren. In de groep Biomedische Wetenschappen wil men onderzoek meer gaan 'thematiseren'. “Zoals het Kankerinstituut moeten we meer streven naar thematische instituten zoals een herseninstituut of een Instituut voor Regeneratieve Geneeskunde," aldus vicerector Biomedische Wetenschappen Wim Robberecht.

"Vroeger was de universiteit regionaal georiënteerd, nu is dat internationaal"

Frank Claessens, Laboratorium voor Moleculaire Endocrinologie

Internationalisering GROEN

Ook op vlak van internationalisering wordt er positief gescoord. Die verbetering merkt ook Claessens: “Vroeger was de universiteit regionaal georiënteerd, nu is dat internationaal. Internationale onderzoekers willen in Leuven onderzoek doen.”

“Leuven staat internationaal zeker goed qua perceptie,” vertelt Mathijs Lamberigts, decaan Theologie en Religiewetenschappen. “Als decaan heb ik regelmatig toelatingen goed te keuren van mensen die naar het buitenland gaan, dat zijn er veel. Ik zie ook dat wij internationaal gepubliceerd worden in zeer goede tijdschriften. Met de internationalisering staat het dus vrij goed. Langs de andere kant zorgt dit voor een enorme competitiedruk die niet onderschat mag worden."

Een bijzondere verdienste van Schoofs op vlak van internationalisering is het aanbieden van een tienjarig persoonlijk mandaat vanuit het DOC. “Wij kunnen binnenkort een academische positie aanbieden aan toponderzoekers waarbij wij de financiering de eerste tien jaar op ons nemen. Zo willen we de instroom van buitenlands toptalent die eerder afwezig was, stimuleren,” legt ze uit. “Vroeger konden we enkel een vijfjarig mandaat aanbieden, terwijl onze concurrenten een vaste positie aanboden. Dat bezorgde ons een competitief nadeel. Nu kunnen we ook een lange termijn perspectief bieden.”

Schoofs wil dus de instroom van inkomende toponderzoekers vergroten. Soms vertrekken echter ook toponderzoekers uit Leuven naar ergens anders. “Zo heb ik al mensen zien vertrekken met een prestigieuze ERC-grant,” zegt Schoofs. “Vandaar dat de nieuwe maatregel niet beperkt is tot buitenlandse toponderzoekers. Ook KU Leuven toptalent, bv. postdocs die een ERC-grant in de wacht slepen, kunnen de academische positie verwerven.”

Het aantal doctoraten is het afgelopen jaar met 129 gestegen

Doctoraten GROEN

Op het gebied van doctoraten heeft Schoofs orde op zaken gezet.“We hebben een universiteitsbreed doctoraatsreglement uitgerold. Zo gebeurt de opvolging van de doctorandi op gelijke manier, al zijn er zeker nog facultaire accenten. Vroeger had je honderd-en-één sites. Nu is er één loket en een duidelijk, centraal beleid.”

De laatste jaren stak regelmatig het argument de kop op dat er te veel doctoraten zouden zijn, omdat weinig gedoctoreerden (ongeveer 13%) doorstromen naar het professorenkorps. “Dat debat heeft meer te maken met de ongerustheid van studenten over hun toekomst, dan over reële werkzekerheidsproblemen,” aldus Schoofs. “De werkloosheid van doctorandi is nagenoeg onbestaande. Om de uitstroom beter te begeleiden, hebben we YouReCa Career Center gelanceerd.”

Bovendien is het profiel van de promotor aangescherpt en zet een charter in op betere en vooral duidelijkere afspraken. Het aantal doctoraten is ook gestegen, afgelopen jaar met 129.


Elke groep heef ook een eigen ‘doctoral school’: de Doctoral School Humane Wetenschappen, Leuven Arendberg Doctoral School en de Doctoral School of Biomedical Sciences. Die worden steeds verder uitgebouwd. Zo wordt bij de groep Wetenschap en Technologie gewerkt aan een betere begeleiding van onderzoekers. In de Arenberg Doctoral School kan je terecht voor opleidingen en workshops, over bijvoorbeeld bijvoorbeeld wetenschappelijke integriteit. Een groot succes zo blijkt, want alle cursussen zitten daar vol.

“De grote publishers verdienen geld met slijk, op kap van onderzoeksmiddelen"

Liliane Schoofs, vicerector Onderzoeksbeleid

Open Access ORANJE

Het KU Leuven onderzoeksbeleid wil volop inzetten op Open Access volgens de zogenaamde ‘Green Road', het gratis en vrij beschikbaar stellen van publicaties in haar eigen digitale databank, Lirias. Vicerector Schoofs installeerde hiertoe het Open Access steunpunt dat alle administratie op zich neemt, zoals het nagaan van de embargoperiode (periode waarin de publicatie alleen via het tijdschrift toegankelijk is), het auteursrecht, enz. De onderzoekers moeten enkel nog hun 'full text publicaties opladen, het OA-steunpunt zorgt voor de rest. De vicerector is echter voorzichtig waar het de 'Golden Road' betreft, het vrij beschikbaar stellen van publicaties tegen betaling. “Het Golden Open Access verhaal was initieel goed bedoeld, maar de gevolgen hiervan zijn voorlopig niet zo positief.”

“De grote uitgeverijen van gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften verdienen namelijk geld als slijk, op kap van onderzoeksmiddelen,” gaat Schoofs verder. “Een groot deel van onze onderzoeksmiddelen gaat sowieso naar de kost om onderzoek te publiceren. Maar, Golden Open Access heeft ertoe geleid dat uitgeverijen nu dubbele tot driedubbele inkomsten ontvangen. Ook duiken er plots heel wat malafide open access publishers op, die een graantje willen meepikken maar een loopje nemen met de kwaliteitscontrole. Dat moet worden aangekaart door heel de onderzoekswereld. Het publiek en beleidsmakers wereldwijd zijn daar met open ogen in gelopen. Dat is een blunder, want nu gaat er nog meer onderzoeksgeld naar de op grote winsten gerichte publishers.”

“We kunnen dat niet echter veranderen vanuit de KU Leuven alleen,” meent Schoofs. “We schieten in onze eigen voet als we zeggen: we publiceren niet meer of niet meer zoveel in die bladen. ” Dat de KU Leuven dit helemaal alleen niet verandert, lijkt normaal. Maar doet ze, als belangrijke onderzoeksuniversiteit, wel genoeg inspanning? Is ze een voortrekker?

“De KU Leuven heeft dit debat daarom ook op de agenda van LERU (League of European Research Universities, groep van prestigieuze onderzoeksuniversiteiten waar de KU Leuven in zit, red.) gezet, om alvast binnen Europa de zoektocht naar alternatieven te enthousiasmeren. Dat is echter niet zo eenvoudig en vormt een grote uitdaging,” besluit de vicerector. "Onderzoeksfinanciering moet naar onderzoekers gaan en niet naar de uitgevers.” (http://www.leru.org/index.php/public/extra/signtheLERUstatement/ ). Ook Harvard University zegt in the Guardian ‘it can’t afford publishers' prices’. (zie: https://www.theguardian.com/science/2012/apr/24/harvard-university-journal-publishers-prices )

Conclusie

Dat deze universiteit het goed doet op vlak van onderzoek, zal niemand ontkennen. Desalniettemin duiken her en der (serieuze) werkpunten op, waarvan de immense werkdruk blijkt de grootste bezorgdheid.

Maar ook met gender zit het nog niet snor. “Het gaat geleidelijk de goede kant op,” vertelt Paul Declerck, decaan Farmaceutische Wetenschappen, “Dat is een proces van lange duur dat je niet moet forceren.” Lamberigts meent dat het genderprobleem iets is dat overal aan bod komt: “Ik heb de indruk dat vicerector Schoofs vooral gaat voor kwaliteit. Ik denk zeker dat ze niemand gaat bevoordelen.”
Schoofs licht verder toe: “Je merkt wel dat de genderonevenwichten in de faculteiten aan het ombuigen zijn. Voor onderzoeksmandaten zoals een postdoctoraal mandaat of een (BOF)ZAP selecteren we altijd de beste kandidaten, ongeacht het geslacht. Bij een ex aequo score heeft de vrouwelijke kandidaat de voorkeur. Ik ben geen fervent voorstander van quota. Je kan ook niet vissen in een vijver waar geen vissen zijn.”

Hoe dan ook ogen de realisaties van vicerector Schoofs goed: de vereenvoudiging van de interne onderzoeksfinanciering, het startkrediet van 100.000 euro voor nieuwe ZAP’ers, het charter van de doctorandus en de promotor… Er is nog steeds werk aan de winkel, maar de huidige ploeg is goed op weg om de universiteit op vlak van onderzoek beter achter te laten dan ze haar aantrof.

Volgend jaar verkiezen we opnieuw een rector. Maar hoe doet de huidige rectorale ploeg het? Tijd voor een grondige evaluatie. Deze week is het de beurt aan onderzoeksbeleid.