Examens maken met een functiebeperking

Hoe examenfaciliteiten studenten hulp kunnen bieden

12 december 2017
Artikel
Auteur(s): Benno Debals
Examens afleggen is niet voor iedereen even gemakkelijk. De Dienst Studeren en Functiebeperking van de KU Leuven helpt studenten met functiebeperkingen tijdens de examens.

Iedere examenperiode brengt de nodige stress met zich mee. Voor mensen met leerstoornissen en functiebeperkingen wordt die stress nog eens extra groot. Studenten met dyslexie hebben vaak tijd tekort op een examen, terwijl studenten met ADD te snel afgeleid raken in een aula met 100 medestudenten die puffen en zuchten. Ook studenten met motorische beperkingen hebben het extra moeilijk tijdens de examenperiode.

Elke faculteit heeft een zorgcoördinator die instaat voor het verwerken en erkennen van attesten die recht geven op examenfaciliteiten. Evelien Ameloot, een van die zorgcoördinatoren, geeft aan wie er recht kan hebben op die faciliteiten: ‘Dit gaat over verschillende groepen, zoals studenten met auditieve, visuele, motorische of psychiatrische functiebeperkingen, chronische ziekte of studenten met een ontwikkelingsstoornis. Dan zijn er ook nog de student die vallen onder de doelgroep ‘overige’, die bijvoorbeeld door een ongeval langdurige of blijvende moeilijkheden ondervinden.’

'Bij het bepalen van faciliteiten worden de eindtermen altijd mee in rekening gebracht'

Evelien Ameloot, zorgcoördinator

Niet iedereen met dezelfde beperking krijgt dezelfde faciliteiten. Zoals Ameloot aangeeft, worden de meeste attesten op maat vastgelegd, behalve voor studenten met dyslexie. ‘Studenten met dyslexie kunnen vragen naar meer tijd op een examen, het niet bestraffen van spelfouten als het geen curriculumonderdeel is, voorleesfaciliteiten en een betere examenspreiding. Voor studenten met een andere functiebeperking worden faciliteiten bepaald op basis van medische documenten en het assessment dat door de zorgcoördinator werd uitgevoerd. Bij het bepalen van faciliteiten worden de eindtermen ook altijd mee in rekening gebracht om te zien of er geen ontwikkelingsdoelen van het vak worden overschreden door faciliteiten toe te kennen.’

De procedure

De procedure is persoonlijk en op maat. Alles begint bij een aanmeldingsgesprek waarop er wordt uitgelegd wat de erkenningsprocedure inhoudt en welke documenten moeten worden ingevuld. Daarop volgt het toekennen van de erkenning. Voor sommigen komt er dan nog bij dat ze faciliteiten krijgen, maar dat is geen automatisme. Die moeten de studenten zelf nog eens specifiek aanvragen. Het is dus niet omdat je een erkenning hebt, dat je automatisch faciliteiten krijgt.

Klinkt dit wat omslachtig? Dat is normaal. Robby vertelt hoe hij is afgestapt van die faciliteiten sinds hij is overgestapt van de KULAK naar Leuven. Het was ten eerste wel bewust, aangezien hij voelde dat hij de extra tijd niet meer nodig had. Maar het proces was beduidend omslachtiger: ‘Hier in Leuven moet je zelf een hele vragenlijst invullen en moet je op gesprek met de dienst Studeren en Functiebeperking. Het is allemaal nogal omslachtig. Aan de KULAK ging het een stuk vlotter. Daar had iedere richting een ombudsman, waar je faciliteiten kon aanvragen. Dat was daar ook wel met een attest, net zoals in Leuven. Maar dan deed de ombudsman alles voor jou. Die vroeg dan: wil je voor al je examens faciliteiten? En dan kwam dat in orde.’

Iedere faculteit heeft deadlines om die faciliteiten aan te vragen en die zijn voor het eerste semester jammer genoeg al verlopen. Ameloot wil wel nog even duiden op het feit dat deadlines één ding zijn, maar dat de erkenning wel altijd blijft lopen. Studenten kunnen zich doorheen het jaar altijd aanmelden. Als je twijfelt of je recht hebt op een erkenning en/of examenfaciliteiten, twijfel zeker niet om dan eens contact op te nemen met de zorgcoördinator van je faculteit.

Een uitgebreide uitleg van de procedure om een erkenning en examenfaciliteiten aan te vragen kun je hier vinden.

Een lijst met alle zorgcoördinatoren kun je hier vinden.