Falen als een meester

Verslag van het Feest van de Filosofie

08 April 2019
Artikel
Auteur(s): Daphne de Roo
De eerste zaterdag van de paasvakantie organiseert het Hoger Instituut der Wijsbegeerte traditiegetrouw het Feest van de Filosofie. Ditmaal met de titel ‘Met Falen en Opstaan’.

Het Feest opende met een lezing van de Franse filosoof Jacques Rancière, toonaangevend denker in ondermeer esthetica, politiek en pedagogiek. In onze regionen werd hij vooral bekend met zijn boek Le Maître Ignorant (vertaald als De Onwetende Meester), waarin hij pleit voor emancipatie van de leerling, en het rekenen op de gelijkheid van de mens.

Hortus conclusus

Een pleidooi voor emancipatie van de leerling of toeschouwer had waarschijnlijk goed gepast in het centrale thema van kwetsbaarheid en stuntelen als weg naar ontwikkeling en groei, maar Rancière had organisator prof. Stéphane Symons al gewaarschuwd dat zijn lezing niet binnen het thema zou passen. De carte blanche die hij daarop kreeg leidde tot een verrassende lezing getiteld The Politics of Landscape. Met sneltreinvaart vertrok de filosoof door Engelse en Franse tuinen ten tijde van de Franse revolutie, passerend aan stations als ‘het sublieme’, ‘wilde natuur versus het landschap’ en ‘het pittoreske’.

Adriaens is een meesterlijk spreker, en de theoretische inzichten kregen een sterke rugsteun door middel van een aantal gevalstudies

Het snelle spreektempo en hevig Frans accent zorgde er helaas wel voor dat niet iedereen bij de rit bleef. Het was dus vooral op deze wijze dat het thema falen geïntroduceerd werd. Hoewel Rancière over zeer interessante opvattingen beschikt, en zijn lezing vol vervoering vervolgde, bleef het lastig de concentratie te behouden. Ook ondergetekende verloor haar aandacht, na een korte struikeling over het woord ‘smooth’, (ik verstond steeds mousse) waarna levendige fantasieën over Rancière als de nieuwe Anthony Bourdain alle welverdiende aandacht verhinderden.

Gelukkig werd het daarna een stuk makkelijker voor alle bezoekers. In de namiddag kon het ‘volwassen’ publiek zich steeds verdelen over drie zalen, en de kinderen konden als echte geëmancipeerde leerlingen filosoferen met topbegeleidster Nynke van Uffelen.

Geriefelijk ongemak

Jan Dirk Baetens gaf een lezing over mislukking in de kunstgeschiedenis - over losers en mediocriteit. ‘Op mijn lijf geschreven’, dacht ik. En dat was goed gedacht. De ‘dieptreurige mislukkingen’ zorgden voor een entertainende doch onderhoudende lezing. Vervolgens sloot ik aan bij Pieter Adriaens’ lezing Over ziekten en andere ongemakken. De mensen die echt ongemak vreesden konden opgelucht ademhalen, want Adriaens is een meesterlijk spreker, en de theoretische inzichten kregen een sterke rugsteun door middel van een aantal gevalstudies.  

Voor het avondprogramma waren er twee keuzes: een uitvoering van Cul-de-Sac van pianist en componist Frederik Croene en de film Gattaca met inleiding van Celia Groothedde-Ledoux. Voor het concert van Croene zat de zaal lang niet vol, maar gelukkig kun je zijn virtuositeit nog bewonderen als je zijn plaat in huis haalt, want deze wirwar van motieven en ritmen is waardevol voor iedereen. De uitvoering van Cul-de-Sac was tergend en tegelijkertijd warm en huiselijk. Je kunt het vergelijken met je lieve vader die voor je staat, maar plots meermaals schreeuwt dat je een ‘stom rund’ bent. En zo zijn we weer terug bij mijn eigen falen.