Gooi je thesis niet weg

2.500 euro te winnen met je scriptie

28 November 2016
Artikel
Auteur(s): Jan Costers
Elk jaar bekroont de Vlaamse Scriptieprijs een scriptie die excelleert in kwaliteit en nieuwswaarde. Van de 625 inzendingen staan er nu 10 scripties op de longlist. Een greep uit het aanbod.

Elk jaar schrijven duizenden studenten een master- of bachelorproef. Veel van die werken worden amper gelezen en verdwijnen na de beoordeling in een donker hoekje. De Vlaamse Scriptieprijs wil die scripties van een dergelijk lot redden door ze te promoten bij pers en uitgeverijen. Iedere afgestudeerde student kan deelnemen door zijn succesvol afgewerkte scriptie op te sturen. Interessante en relevante scripties worden zo bekroond met bekendheid, én er is een geldprijs van 2.500 euro. Voor de Vlaamse Scriptieprijs 2016 blijven er nog 10 scripties over die kans maken op de grote geldsom. Op 20 december wordt de winnaar bekendgemaakt. Wij bespreken vier van de kanshebbers die onze aandacht trokken.

Dove ouders, doof kind

'Doofheid en kinderwens: kwalitatief onderzoek naar de attitudes van Dove koppels rond hun kinderwens, preïmplantatie genetische diagnostiek en het zich verzekeren van een doof kind’ werd neergepend door Kristof Jakiela, masterstudent in de Moraalwetenschappen aan de UGent.

Jakiela heeft het in zijn scriptie over de perceptie van de Dovengemeenschap, een linguïstisch-culturele minderheidsgroep die een eigen taal en cultuur heeft (vandaar de hoofdletter), over het krijgen van dove kinderen. Zo blijkt uit onderzoek dat dove participanten een horend kind zouden verwelkomen in hun gezin, maar een doof kind verkiezen. Dat zou volgens hen immers een sterkere band opleveren, en ze zouden als doof gezin ook veel voordelen hebben voor een doof kind, zodat die zich volledig kan ontplooien.

Verder gaat het onderzoek in op de 'preïmplantatie genetische diagnostiek', een techniek die genetische ziektes of aandoeningen kan opsporen bij een IVF-procedure. Die techniek wordt in het buitenland gebruikt door koppels om zich ervan te verzekeren dat ze een doof kind ter wereld brengen. De deelnemers van het onderzoek werden bevraagd over hun standpunten hieromtrent en of ze er zelf voor zouden opteren.

Pesten en gepest worden

Met ‘De verschillen tussen autochtonen en allochtonen aangaande slachtoffer- en daderschap bij zowel klassiek als cyberpesten’ onderzocht Jop van der Auwera, masterstudent in de Criminologische wetenschappen aan de KU Leuven, de invloed van de achtergrond van jongeren op pesten.

De steeds groter wordende multiculturele samenleving zorgt voor een heterogene samenstelling in de Vlaamse scholen en brengt heel wat maatschappelijke veranderingen teweeg. Van der Auwera keek voor zijn scriptie naar de impact die allochtone herkomst heeft bij pestgedrag, een probleem dat elk jaar zo’n 200 miljoen jongeren treft. Aan de hand van een schriftelijke en onlinebevraging onderzocht hij of er een significant verschil was tussen allochtonen en autochtonen, zowel bij de daders als de slachtoffers van pesten.

Daaruit blijkt dat allochtonen meer gepest worden, zowel bij het klassieke pestgedrag als bij het cyberpesten, maar ook zelf meer pesten. Dat verschil zou te wijten zijn aan het ‘anders-zijn’ van die allochtonen, een van de grootste redenen om gepest te worden. Allochtone jongeren zijn ook vaker getuige van pestgedrag dan autochtone jongeren, wat te verklaren valt door het feit dat jongeren vooral optrekken met ‘etnisch gelijken’.

Het onderzoek heeft ook een verrassende ontwikkeling: de vluchtelingencrisis zorgt niet voor een stijging van pestgedrag. Een toename van allochtone jongeren zorgt immers voor een mix van diverse culturen, waardoor de wij-zij-kloof verkleind en het gevoel van anders-zijn gereduceerd wordt.

Vals dilemma

In ‘Vluchtelingengezinnen in vrijwillige terugkeer – Een exploratie van de beleefde ervaring van ouders in de context van terugkeer naar herkomstland’ brengen Lio Kaeblen en Hanne Hoet, masterstudenten in de Sociale en culturele pedagogiek aan de KU Leuven, de situatie omtrent vrijwillige terugkeer naar herkomstland in beeld.

Ze werpen een kritische blik op de stijging van het aantal asielzoekers dat ervoor kiest om terug te keren naar hun land. Ze tonen aan dat de keuze voor een vrijwillige terugkeer gezien kan worden als een vals dilemma. Wanneer asielzoekers een negatief advies krijgen bij hun asielaanvraag zijn er namelijk slechts twee mogelijkheden: terugkeren of in België in de illegaliteit leven. Die laatste optie biedt amper toekomstperspectief, waardoor er vaak gekozen wordt om dan maar terug te keren naar het herkomstland, vooral door gezinnen met kinderen.


Uit de gesprekken met verschillende gezinnen kwam ook een grote factor naar boven die de keuze voor terugkeer beïnvloedt, namelijk de opvang gedurende de procedure van terugkeer. Door die opvang belanden asielzoekers niet op straat na een negatief advies, maar het biedt evenmin een duurzame oplossing, wijst het onderzoek uit.

De scriptie hekelt ook de lange wachttijden voor terugkeer en de onzekerheid die mensen te wachten staat in hun herkomstland. Ten slotte pleit de scriptie voor een verandering in het systeem, om de huidige problemen te gebruiken als startpunt voor een oplossing.

Angst en angst

Met ’Leven met angst en angst in het leven: een visuele fenomenologische benadering van het begrip angst’ gooit Anneloes Van Osselaer, Master in de Communicatiewetenschappen aan de UAntwerpen, het over een andere boeg. Ze koos voor een artistiek eindproduct dat vooral focust op foto’s en tekeningen met een begeleidende tekst.

Ze gaat daarvoor in op de individuele beleving van angst, maar haalt ook de ‘angstcultuur’ aan waarin we leven. Die is immers sterk aanwezig in onze Westerse samenleving en piekt op bepaalde momenten, zoals bijvoorbeeld de aanslagen in Brussel en Zaventem.

Op individueel niveau bekijkt ze hoe angst beleefd wordt, zowel door mensen met als zonder een specifieke diagnose van angststoornis of problematiek. Aan de hand van visuele methoden probeert ze moeilijk te verwoorden gevoelens of gedachten toch weer te geven. De respondenten van het onderzoek maken zelf beelden of tekeningen op opdracht van de onderzoekster, maar antwoorden ook met bestaande beelden.

Uit de studie blijkt dat visuele methoden een goede onderzoeksmanier zijn om angst te benaderen, en dat de angsten die bij de deelnemers opduiken te herleiden zijn tot existentiële thema’s. Er blijkt ook geen categorisering mogelijk tussen mensen met en mensen zonder angstklachten, waardoor angst geüniversaliseerd wordt.