"Het belang van de uitwisseling van gegevens is meer dan ooit doorgedrongen in Europa"

Nederlands minister Justitie en Veiligheid doet Leuven aan

19 February 2016
Interview
Auteur(s): Karel Peeters , Joes Minis
Ard van der Steur, Nederlands minister van Justitie en Veiligheid, deed deze week de KU Leuven aan. Hij gaf een lezing samen met Belgisch minister Koen Geens. Twee buren met verschillende visies.

Een lezingenreeks opgedragen aan criminoloog Cyrille Fijnaut bracht van der Steur samen met zijn Belgische collega Geens. Nu Nederland een half jaar lang de rol van voorzitter van de Raad van de Europese Unie opneemt kan het de nadruk leggen op de eigen visie. Een belangrijke taak in toch wel spannende tijden.

Werkt de versnippering van het strafrecht op Europees niveau een effectieve aanpak van terrorisme tegen?

Ard van der Steur: "Het belang van de uitwisseling van gegevens is meer dan ooit doorgedrongen in Europa. Die uitwisseling vindt veel meer dan voorheen plaats, bij Europol en Eurojust bijvoorbeeld. We hebben een aantal faciliteiten opgericht die de lidstaten ondersteunt om op een effectieve manier terrorisme te bestrijden."

"Dat gaat nog allemaal met behoud van het uitgangspunt dat nationale veiligheid een zaak is van nationaal belang. Die verantwoordelijkheid moet je nooit aan Europa afgeven. Over dit punt wordt er wel verschillend gedacht onder de lidstaten."

Guy Verhofstadt, lid van dezelfde liberale fractie als uw partij in het Europees Parlement, stelde voor om een Europese CIA te creëren, deelt u die gedachte?

van der Steur: "Onze partij, maar ook de Nederlandse regering, is daar geen voorstander van. We zijn wel voorstander van het effectiever en efficiënter uitwisselen van gegevens. En dat betekent dat de kwaliteit van de gegevens moet verbeteren. Collega Geens en ikzelf zijn het erover eens dat vele diensten informatie hebben die ze nog beter moeten delen. Dat is in het kader van terrorismebestrijding absoluut noodzakelijk."

Molenbeek

De buitenlandse pers sprak over België en in het bijzonder Molenbeek als een terroristisch centrum in Europa, is dat ook het aanvoelen in Nederland?

van der Steur: "Over Molenbeek kan ik niet oordelen, daar ben ik helaas nog nooit geweest. Maar ik wil wel graag eens een rondleiding."

Koen Geens: "Daar zorg ik voor."

"Nationale veiligheid is een zaak is van nationaal belang. Die verantwoordelijkheid ​moet je nooit aan Europa afgeven."

Ard van der Steur, Nederlands minister van Justitie en Veiligheid

Is er een andere aanpak in België dan in Nederland?

van der Steur: "Wij hebben een aanpak waarvan wij denken dat die succesvol is. En die aanpak houdt in dat wij heel gebiedsgericht werken. Dan spreek ik over mensen die in de wijk werken en daar rondlopen. Geen politie die zwaarbewapend in hun auto zitten of gewoon door de straten wandelen. Onze politiemensen staan bijvoorbeeld in contact met jongerenwerkers, buurtwerkers, vertegenwoordigers van wijkraden, en natuurlijk ook met vertegenwoordigers van de verschillende geloofsgemeenschappen in onze steden."

"Zij zijn een spin in een web, kennen iedereen. Op het moment dat de aanslagen in Parijs plaatsvonden hebben wij er onder meer voor gekozen om de wijkagenten meteen de wijken te laten ingaan, om te voelen wat er speelt onder de mensen. Door het hele land heen. En we zijn ervan overtuigd dat deze lokale aanpak werkt."

"Het zou makkelijker zijn als de Nederlandse gerechtelijke instanties rechtstreeks een telefoonidentificatie zouden kunnen vragen aan een Belgische operator"

Koen Geens, minister van Justitie

Ontbreekt deze buurtgerichte manier van werken in België?

Geens: "Die hebben we wel, met zogenaamde local task forces. Die leveren heel goed werk. Bijvoorbeeld in Vilvoorde wordt er bijzonder geïntegreerd samengewerkt tussen de preventieve en repressieve, politionele en gerechtelijke diensten. Zo komt de informatie uiteindelijk bij de burgemeester en de gerechtelijke diensten terecht."

"Maar deze aanpak is nieuw voor ons. Wij hebben nu de geïntegreerde aanpak op het lokale niveau in de nota “Integrale veiligheid”. Die nota, geschreven door Brice De Ruyver en Cyrille Fijnaut,en die heeft al het voorwerp uitgemaakt van overleg in het College van Procureurs-Generaal. Maar we zijn qua integrale aanpak nog niet op het niveau van Nederland."

"Ik wil wel graag eens een rondleiding in Molenbeek"

Ard van der Steur, Nederlands Minister van Justitie en Veiligheid

Samenwerken

Zijn er nog verdere stappen die gezet kunnen worden wat betreft bijvoorbeeld gegevensuitwisseling tussen Nederland en België of zitten we al op het hoogste niveau?

van der Steur: "België en Nederland, maar ook Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië delen veel informatie met elkaar. Maar op sommige punten kan het nog beter. We moeten ervoor zorgen dat alle 28 lidstaten op dezelfde wijze gegevens delen, met dezelfde kwaliteit en volgens dezelfde standaard. Bijvoorbeeld op het gebied van forensische zorg, een van de prioriteiten van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie."

"Enkel zo kunnen we dezelfde conclusies trekken uit bepaalde gegevens en kunnen we die gegevens over en weer gaan gebruiken in rechtszaken."

Geens: "Een voorbeeld is het Europees Onderzoeksbevel, dat nu een enorme lijdensweg is. Dat betekent dat een Nederlandse rechter de Belgische rechter moet contacteren voor alle onderzoeksdaden. Het zou makkelijker zijn als de Nederlandse gerechtelijke instanties rechtstreeks een telefoonidentificatie zouden kunnen vragen aan een Belgische operator."

van der Steur: "Er is lang geleden al een rapport geschreven door Cyrille Fijnaut over cross-border samenwerking van speciale eenheden maar in de uitvoering is het nog steeds onvoldoende geregeld. We zijn nu heel druk bezig om zowel met België als met Duitsland afspraken te maken over gezamenlijke oefeningen en de mogelijkheid om grensoverschrijdend te opereren. Je moet gewoon door kunnen rijden. Dat betekent dus wel dat er goede afspraken moeten zijn zodat je als politie ook de grens over kunt steken om je werk te doen. Dat mag dan niet leiden tot het gevoel dat er een invasie plaatsvindt."

Is er hiervoor genoeg vertrouwen tussen beide landen?

van der Steur: "Tussen België en Nederland is de samenwerking zo goed dat er daar geen twijfel over bestaat."

Er moet ook vertrouwen zijn vanuit de bevolking. Wie houdt er toezicht op de onderzoeksmaatregelen inzake persoonsgegevens?

van der Steur: "Daar hebben wij een speciaal college Persoonsgegevens voor. In specifieke zaken zal de rechter achteraf nog toetsen. Maar wij vinden dat in bepaalde gevallen niet genoeg. We willen ook actueel toezicht, bijvoorbeeld bij dataretentie."

"Maar als je weer een extra orgaan bijmaakt, kijkt dat weer mee over de schouder, dus dat is best ingewikkeld."

Geens: "In België zijn het altijd de onderzoeksrechters die vooraf een controle gaan doen. Wij kennen een symmetrisch maar volledig apart systeem van Bijzondere Opsporings-Methoden en Bijzondere Inlichtingen-Methoden."

Who the fuck?

Nederlands Minister van Justitie Veiligheid Ard van der Steur is lid van de liberale partij VVD. Zijn partij maakt momenteel deel uit van de regerende coalitie in het kabinet Rutte II. In Nederland zijn de functies van de minister van Binnenlandse Zaken en Justitie samengevoegd tot één ministerpost. (hoofdfoto: links)

Cyrille Fijnaut is een bekend Nederlands criminoloog en hoogleraar aan de universiteit van Tilburg. Hij was ook hoogleraar aan de KU Leuven en adviseerde de Belgische en Nederlandse regeringen meermaals over strafrechtelijke hervormingen. Na de aanslagen van de Bende van Nijvel in de jaren '80 werd hij aangesteld om te onderzoeken wat er fout was gelopen. De Rechterfaculteit organiseert van februari tot maart een lezingenreeks opgedragen aan prof. Fijnaut. (hoofdfoto: rechts)