Hilde Crevits: 'Ik wilde het liefst professor worden aan de universiteit'

Navraag: minister van Onderwijs Hilde Crevits

15 mei 2018
Interview
‘Veto, dan zijn jullie toch van Gent, niet?’ De minister is in de war. Haar zoon studeerde in Gent, nu in Leuven. ‘Vandaar dat ik de associatie maakte, soit. Dat was een schampere opmerking.’ (lacht)

Hoe hebt u uw eigen jaar ervaren?

'Op verschillende manieren. Met onverwachte veranderingen soms. Je hebt natuurlijk de nieuwe rectoren die erbij kwamen. Het is ook wel iets speciaals, die start van het academiejaar. Ik ben al in Kortrijk geweest, in Antwerpen, in Leuven en in Gent. Het is ongelooflijk hoe een universiteit door de manier waarop ze een opening organiseert ook meteen een stukje in haar ziel laat kijken. In Kortrijk was dat een super familiale bedoening. In Gent gebeurde dat heel formeel met een optocht, in Leuven ook. Je krijgt ook een beeld door te kijken welke student er mag spreken en hoeveel tijd die krijgt. Die opening toont echt hoe een universiteit in elkaar zit. Het is speciaal om dat mee te maken.'

Hoe ziet u die vrijheid evolueren? Sinds kort heb je in Leuven de 30% CSE maatregel (Studenten die minder dan dertig studiepunten halen in hun eerste bachelor, mogen zich niet opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding, red.).

Dat is iets helemaal anders. Het is niet alleen Leuven, ook Gent bijvoorbeeld neemt maatregelen. Dat is noodzakelijk. De slaagkans van de groep die te weinig studiepunten haalt is zeer klein. De maatregelen die nu genomen worden door de universiteiten, en ook door de hogescholen, zijn net bedoeld om ervoor te zorgen dat jongeren sneller hun draai vinden in het hoger onderwijs. Als ik zie dat op 4 studenten die starten, er 1 afhaakt zonder diploma, en dus eigenlijk gewoonweg uitvalt in het hoger onderwijs, dan is dat heel jammer. Dat heeft een enorme impact op je psyche, op je hele leven eigenlijk.'

Studentenvertegenwoordiging

Dus, over de studentenvertegenwoordiging.

'Ja (lacht schamper). Hier ga ik afwijken van mijn voorbereiding.'

Is studentenvertegenwoordiging vandaag democratisch en legitiem genoeg?

'Eerst het strikt juridische antwoord. De studentenvertegenwoordiging functioneert goed. Formeel is alles goed geregeld. Toch vraag ik me af of er geen spanning is - en ik moet oppassen met hoe ik me nu uitdruk. Ik stel vast dat de manier waarop de zaken decretaal geregeld zijn het enthousiasme van jongeren om te participeren er niet op vooruit helpt.'

'Voor de studenten moet er voldoende vrijheid blijven om hun mening te verkondigen en daarbij out of the box te gaan. Daar zit vandaag wat spanning. Langs de ene kant heb je als student een zitje in een bepaalde raad, anderzijds moet je dan een hoop dossiers voorbereiden. Je zit volledig in die formele structuur. Dat studenten een stem hebben, is heel waardevol, maar het is even waardevol buiten die formele structuren eens op te snuiven wat er leeft.'

Hoe wilt u die moeilijkheid verhelpen?

'Ik zou het decreet graag herzien, maar dan wel samen met jongeren. Ik had graag een evaluatie van het decreet laten doen door jongeren zelf, maar dat is er nog niet van gekomen.'

De VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten, red.) doet ook voorstellen voor participatiecoaches en bestuursjaren, bent u daar dan voor te vinden?

'Ik heb zeker oren naar concrete voorstellen. Wij hebben die ook gevraagd aan VVS. De eerste vraag was eigenlijk of de VVS nog gelegitimeerd is om die vragen te stellen namens alle studenten. Dan hebben we ze toegelaten om via verder overleg binnen de VLOR met een aantal eigen voorstellen te komen, maar die zijn nog niet tot bij mij geraakt. Ik sta voor veel zaken open. Maar je moet wel opletten voor dezelfde moeilijkheid. Als je het gaat professionaliseren blijft die kloof ook. Dan moet je zeker zijn dat je die kan dichten.'

Volgens soixante-huitard en ex-studentenleider Paul Goossens maken studenten vandaag de dag te veel deel uit van het establishment, doordat ze in al die raden geïntegreerd zijn. Zo missen ze aan slagkracht.

'Hij zegt het scherper dan ik het verwoord heb, maar ik ben dan ook minister.'

Herindeling

Het dossier over een herindeling van het academiejaar leeft vandaag heel erg. Hoe staat u daar tegenover?

'De universiteiten hebben nu al heel wat mogelijkheden om het academiejaar herin te richten. De UHasselt doet dat bijvoorbeeld helemaal anders dan de UGent. Ze moeten wel binnen bepaalde voorwaarden zitten, zoals het hebben van een volwaardige tweede examenkans. Wat ik natuurlijk graag zou hebben als de universiteiten tot herindelingen overgaan, is dat die niet haaks staan op elkaar. De indeling van het academiejaar mag geen concurrentie-argument worden.'

'Permanent evalueren kan, maar moet uiteraard in combinatie met een duidelijke vakantieperiode. Maar ik weet dat men er nu in werkgroepen over nadenkt en dat die ideeën evolueren.'

De rector kijkt veel naar internationale modellen, zoals aan MIT. Daar kan je je wel enkele vragen bij stellen. Bijvoorbeeld over herexamens die dicht tegen de examenperiode aan liggen, naast de al bestaande 30% CSE maatregel. Jongeren met diversiteitskenmerken hebben langer tijd nodig om zich aan te passen. Dit lijkt dan een asociale maatregel.

'Ik denk niet dat het de bedoeling van die herindeling is om de herkansing te bemoeilijken. Anderzijds zeggen sommigen dat als je pas in september herexamen hebt van iets wat je in het eerste semester studeerde, dat al snel weer ver weg zit. Een snellere herkansing is dan beter.'

'Ook hier hebben de studenten een stem. Het is een dossier waarin je met die formele structuur zit, maar toch ook volk kunt mobiliseren rond de pro’s en contra’s. Voor mij als minister, als men blijft tussen de contouren van het decreet, is er geen probleem.'

Als die herexamens toch in het gedrang zouden komen, moet de politiek dan niet ingrijpen?

'Ik geloof niet dat men dat in Leuven gaat doen. Ik denk dat het decreet goed is. Op dit moment zie ik geen reden om zwaar in te grijpen. Er is nog niets beslist. Een herexamen moet wel een volwaardige kans zijn. Dit is wel heel duidelijk.'

Stel dat het zo’n wending neemt dat het de facto een uitholling van de herexamenkans inhoudt, acht u een decreetwijziging dan mogelijk?

'Het lijkt me evident dat je het decreet dan moet verscherpen. Maar het staat een beetje haaks op de wijze waarop ik aan politiek doe. Dan zou ik de universiteiten uitnodigen. Als het op bijvoorbeeld op veel verzet stuit bij de studenten kan je zulke beslissingen niet doorvoeren. Zoals ik de nieuwe rector ervaar, denk ik niet dat hij dat zo bruusk zal doen.'

Hoe verliep de samenwerking met de nieuwe rectoren?

'Tot nu verliep dat goed. Het zijn totaal andere mensen dan de vorige. Binnen mijn legislatuur veranderde het hele team binnen de VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad, red.). Antwerpen, Gent, Leuven, Brussel kregen allemaal een nieuwe rector. Dat geeft een heel nieuwe, andere dynamiek. Op zich is dat een goede zaak. Ik had verwacht dat Rik Torfs nog als rector zou aanblijven, dus ik was wel verrast.'

'Luc Sels is anders, zijn stijl is wat zakelijker. Maar hij doet het met veel enthousiasme, dat merk je. Ik hoop dat er door de nieuwe rector wat meer kansen ontstaan om samen te werken. Rik was iets scherper in zijn taal om Leuven aldus - in zijn perceptie - boven de rest te zetten. Luc Sels zoekt meer verbinding.'

Wat met internationalisering en Engels dat aan heel veel belang wint. Is dat niet een extra drempel: bij jongeren die al moeite hebben met Nederlands, ook nog eens goede kennis van het Engels te verwachten?

'Dat debat zal nog gevoerd worden. Bij ons is het Nederlandstalige onderwijs belangrijk, ook in de toekomst. Voor jongeren is het niet moeilijk om meerdere talen te beheersen. Engels is een wereldtaal. Op zich hoeft dat helemaal geen drempel te zijn. Je moet over die drempel heen raken om die keuze te maken voor hoger onderwijs. Dan moet er voldoende begeleiding zijn.'

Toekomstperspectief

Hoe ziet u uw rol in de politiek? En naar de toekomst toe?

‘Hadden ze mij toen ik afstudeerde in de rechten gezegd dat ik ooit minister zou worden, had ik dat niet geloofd. Ik wilde het liefst professor worden aan de universiteit, dat was mijn eerste betrachting. Ik ben dan aan de balie gestart als advocaat. Toen wilde ik plots de grote advocaat zijn. De politiek is maar later gekomen.'

'Ik ben nog altijd advocaat, Als het morgen gedaan is, kan ik overmorgen terug gaan pleiten. Die vrijheid heb ik ook wel nodig in mijn hoofd. Ik probeer die politiek zo goed mogelijk te doen, in elke functie die ik uitoefen. En dan zien we wel. Ik kan niet voorspellen waar ik binnen vijf jaar zal staan.’

Hoe zou u uw eigen stijl omschrijven?

‘Ik probeer zo verbindend mogelijk aan politiek te doen. Als er grote discussies zijn, zie je mij zelden als eerste in de krant zien staan met iets heel polemisch. Ik probeer oplossingen te zoeken en hervormingen door te voeren die een draagvlak hebben. Je kan dan zeggen dat ik niet ver genoeg ga, maar zeker in Onderwijs moet je stapsgewijs werken. Onderwijs kan geen revolutie verdragen. Je moet proberen zo veel mogelijk mensen mee te krijgen in wat je probeert te bereiken.’

Wat vindt u van het pleidooi van Gwendolyn Rutten voor quota in de regering?

(lacht) 'Ja! Je wist het misschien, of je wist het niet. Maar ik ben een product van de quota. Van in het parlement, 2004… Nu ja, “product”. In 2004 moest de lijst gemaakt worden. Het was het kartel CD&V-N-VA, Yves Leterme trok de lijst, Geert Bourgeois stond in West-Vlaanderen op de tweede plaats, en ze moesten een vrouw hebben op plaats drie. Achter mij stonden allemaal mannen met heel lange carrière in de politiek. Ik ben heel blij dat die quota er waren op dat moment. Een gigantische kans, maar ik heb ze ook met beide handen gegrepen.'

'Het is goed dat als partijen mensen afvaardigen naar regeringen, ze ook bewust keuzes maken voor vrouwen. Maar hoe dat er precies moet uitzien, is erg complex. Stel dat je bijvoorbeeld met 5 partijen in een regering zit en dat er drie partijen 1 minister mogen afvaardigen. Maar ik kan het basispleidooi van Rutten voor meer vrouwen zeker steunen, het is zeker nodig.’

Nog nooit was er een vrouwelijke premier of minister-president.

‘Dat zal sowieso eens gebeuren, dat is onomkeerbaar. Op Vlaams of op federaal niveau. Maar onze eurocommissaris Marianne Thyssen is dan weer wel een vrouw. Het is wel al gebeurd. We zijn al heel ver geraakt, ik mag hopen dat die klok niet wordt teruggedraaid. Maar ik vind het heel belangrijk dat je of je nu een meisje of jongen bent je talenten ten volle benut. Dat je je niet laat afschrikken door onzekerheid of ‘het zal voor mij wel moeilijker gaan’. Ik heb heel veel kansen gekregen in de politiek en ik heb niet het gevoel dat er binnen mijn partij een plafond is waar ik nog niet door geraakt ben.’