Hoe luid mag een TD?

Geluidslimiet voor feestjes flirt met schadegrens

18 april 2017
Artikel
Auteur(s): Arne Sonck
Voor fakbarfeestjes, TD’s en muziekfestivals gelden strenge geluidsnormen. Deze moeten overlast, maar ook gehoorschade bij de toeschouwers voorkomen. Maar hoe wetenschappelijk is die regulering?

Komende woensdag vindt de Dag van De Tuut plaats, de eerste Vlaamse dag gewijd aan tinnitus, oftewel oorsuizen, en gehoorschade. 15% van de 19- tot 20- jarigen in Vlaanderen ervaren constant oorsuizen.

Om gehoorschade te voorkomen legt de wet verschillende restricties op aan festivals, fuiven en discotheken. Maar geheel veilig stellen deze wetten je allerminst.

'Die regulering was een consensus tussen enerzijds voldoende muziekbeleving, en anderzijds een veilige beleving'

Annick Gilles, audiologe aan het UZA

Maximum 100 decibel

Momenteel is het zo dat je voor muziekactiviteiten onder de 85 decibel (dB) geen maatregelen moet treffen. Voor muziekactiviteiten tussen de 85 en de 95 dB ben je verplicht een aanvraag in te dienen en een geluidsmeter te voorzien die ten allen tijde zichtbaar is voor de bediener van het volume. Bij activiteiten tussen de 95 en de 100 dB doe je al het voorgaande, hou je de geluidsgegevens bij én ben je verplicht om gehoorbescherming aan te bieden. De ultieme geluidslimiet ligt dus op 100 dB. Deze geluidsniveaus zijn niet absoluut, het is toegestaan dat er pieken zijn die erboven uitschieten, zolang het gemiddeld maar onder de grens blijft.

Schadelijk vanaf 85 decibel

Gehoorbeschadiging kan echter al optreden vanaf 85 dB. Algemeen wordt aangenomen dat je aan 85 dB acht uren veilig bent voor permanente gehoorschade, aan 95 dB is dat nog maar 30 minuten, en aan 98 dB 15 minuten. Maar die grenzen gelden niet voor iedereen.

‘Wanneer je gehoorschade oploopt is afhankelijk van een aantal factoren’, vertelt Annick Gilles, audioloog aan het UZA. ‘Ten eerste hoe luid het is, ten tweede hoe lang je in die luidheid vertoeft en ten derde een individuele gevoeligheid voor geluidsschade. Die individuele gevoeligheid is het lastigste, omdat we niet kunnen inschatten of meten hoe gevoelig iemand is om schade op te lopen. Iedereen heeft een bepaalde gevoeligheid die grotendeels genetisch bepaald is, maar dat weet je niet van jezelf.’

‘100 dB is voor de meeste mensen een relatief veilige intensiteit, op voorwaarde dat je daar niet te lang in vertoeft’, vervolgt Gilles. ‘Maar toch is het geen niveau waarop iedereen veilig kan zijn. Echt veilige geluidsniveaus vind je pas vanaf 85 dB, dat is bijvoorbeeld de limiet in de industrie waarvan men zegt: onder deze grens mag je acht uur per dag werken zonder risico te lopen. Al zijn medici het er ondertussen over eens dat zelfs dat niet zonder risico is. Maar dan hebben we het over acht uur per dag werken, dat is natuurlijk nog wat anders dan een avondje per week uitgaan.’

Consensus

De huidige regulering lijkt dus niet in staat om gehoorschade te voorkomen. ‘Die regulering is een beetje een consensus geweest tussen enerzijds voldoende muziekbeleving, en anderzijds een veilige beleving’, vertelt Gilles. ‘Is dat dan een volledig vrije blootstelling waarop niemand gehoorschade kan oplopen? Absoluut niet.’

Een ideale geluidsnormering zou de 85 decibel grens niet overschrijden, vindt Gilles. ‘Natuurlijk is dat vrij onrealistisch als je over grote evenementen spreekt. Als er op een Werchterheide of in het Sportpaleis bijvoorbeeld duizenden mensen bij elkaar staan, dan produceren die zelf al 90 dB. Als je de muziek dan 5 dB stiller zet, gaat er niet veel volk meer komen.’

Geluidsbegrenzing niet verplicht

Ook piekniveaus kunnen heel gevaarlijk zijn. Men neemt aan dat vanaf 140 dB één korte blootstelling al permanente schade kan aanrichten. Het is mogelijk om geluidsbegrenzers in te stellen die vermijden dat er pieken boven de vastgelegde grens uitkomen, maar toch zijn deze niet verplicht.

Gilles legt uit: ‘Die piekniveaus zijn in het werken naar de wetgeving inderdaad meegenomen, maar zijn uiteindelijk niet in de wetgeving beland. Aangezien de grenzen momenteel bepaald worden op metingen gedurende een uur, gaan die piekniveaus natuurlijk niet de doorslag geven bij het meten, maar ze zijn wel riskant voor uw gehoor. Dat houdt wel een bepaald risico in.’

Hoe komt die schade tot stand?

‘Wanneer je gehoorschade oploopt, zijn het in eerste instantie de haarcellen in het binnenoor die beschadigd raken’, legt Gilles uit. ‘De voornaamste functie van deze haren is om het geluid dat binnenkomt door te geven in elektrische prikkels naar de gehoorzenuw en zo uiteindelijk naar de hersenen. Wanneer dat signaal aankomt in de hersenen ga je geluid horen. Maar die haarcellen zijn dus heel gevoelig voor lawaaischade, en op het moment dat je naar luide muziek luistert gaan die vaak schade vertonen of hun functie een beetje verliezen. Die beschadiging is vaak van tijdelijke aard, en levert dan een tijdelijke pieptoon of tinnitus op. Maar die schade recupereert ook niet altijd.’

‘Wanneer die haarcellen beschadigd zijn dan gaan die niet het gewone geluid kunnen doorsturen naar de hersenen’, vervolgt Gilles. ‘Die hersenen gaan dat gebrek aan geluid dan proberen te compenseren en dat leidt dan tot tinnitus. Dit oorsuizen kan permanent aanwezig blijven, wat ernstige gevolgen kan hebben: verlies aan concentratie, slaapproblemen, soms gaan mensen die aan tinnitus lijden zich ook sociaal isoleren. Naast permanent gehoorverlies en oorsuizen heeft gehoorbeschadiging dus ook indirecte gevolgen.’

Ook kan je door gehoorschade gevoeliger worden voor geluiden in het algemeen. ‘Zo kan het dat alledaagse geluiden zoals het neerzetten van een glas op tafel opeens pijn gaat doen’, vertelt Gilles. ‘Maar het is niet zo dat je gevoeliger kan worden voor geluidsschade. Iedereen heeft een bepaalde gevoeligheid en die verandert niet. Anderzijds is het zeker niet zo dat je je geen zorgen meer hoeft te maken om geluidsschade als je al tinnitus hebt of al slechter hoort, je symptomen kunnen altijd nog toenemen bij blootstelling aan meer lawaai.’

De decibel, symbool dB, is geen eenheid, maar is een verhouding op een logaritmische schaal. Hierdoor komt het dat een stijging van 3 dB resulteert in een verdubbeling van de geluidsenergie, 103 dB is dus ongeveer dubbel zo luid als 100 dB. Toch lijken we dat niet zo te ervaren: ons gehoor ervaart een verdubbeling van het geluidsvolume eerder als een iets lichtere stijging, daarom is ons gehoor geen betrouwbaar meetinstrument voor geluid.