Hoe transparant is de universiteit over ons onderwijs?

Het kwaliteitszorgportaal onder de loep

22 October 2016
Artikel
Auteur(s): Noah Fuhrmann
Informatie over de evaluatie en opvolging van het onderwijs aan de KU Leuven wordt beschikbaar gesteld voor al wie deel uitmaakt van de universiteit. Naar buiten toe is dat een stuk gelimiteerder.

Tot vorig jaar beoordeelden externe commissies de kwaliteit van het onderwijs aan de KU Leuven. Verschillende panels van experten evalueerden de opleidingen en brachten hierover verslag uit. Die rapporten waren publiek toegankelijk en maakten het zo voor iedereen mogelijk om de beoordeling van een opleiding te raadplegen.

In 2015 stelde de KU Leuven hiervoor het COBRA-proces in de plaats. In het vernieuwde systeem, in juni 2016 geüpdatet naar COBRA 2.0, staat de universiteit zelf borg voor de kwaliteit van haar onderwijs. Dat gebeurt aan de hand van gesprekken met studenten, docenten en medewerkers, waarvan de bevindingen vervolgens worden opgeschaald naar het opleidings-, facultair en universitair niveau. Vraag is nu hoe de universiteit hierover zal communiceren. Wat wordt toegankelijk en wat niet? Hoe transparant het nieuwe systeem zal zijn, wordt stilaan duidelijk.

'Zo’n proces als COBRA hou je intern en gooi je niet zomaar op straat'

Didier Pollefeyt, vicerector Onderwijsbeleid

Vicerector Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt vertelt dat ook bij COBRA zichtbaar blijft hoe de KU Leuven zichzelf evalueert. ‘Hoewel de externe visitaties zijn afgeschaft, wordt er nog steeds van een instelling verwacht dat die naar buiten toe getuigenis aflegt over de kwaliteit van haar onderwijs. Als KU Leuven engageren wij ons hier ten volle voor.’

Wordt alle informatie dan voor iedereen beschikbaar? ‘Bij COBRA wordt kwaliteitszorg een voortdurend proces, dat iedereen van de KU Leuven op elk moment kan inkijken', vertelt Pollefeyt. 'Zo’n proces hou je evenwel intern en gooi je niet zomaar op straat.’ De vicerector maakt een onderscheid tussen interne en externe transparantie. ‘Terwijl het proces intern blijft, wordt het product van COBRA voor iedereen toegankelijk. Het is aan de vruchten dat men de boom herkent en die vruchten moeten we geregeld documenteren naar de publieke opinie.’

Ruimte voor verbetering

Binnenkort evalueert een onafhankelijke groep experts het nieuwe kwaliteitszorgsysteem en dus ook de transparantie. ‘De vraag daarbij is ook hoe andere universiteiten over hun onderwijs willen communiceren,’ vertelt Pollefeyt. ‘Hoe we de verschillende manieren van aanpak op elkaar kunnen afstemmen zonder dat er een uniforme standaard wordt opgelegd, die niet toelaat dat wij met onze kwaliteit kunnen schitteren.’

‘Er moet meer ingezet worden op het bekend maken van het kwaliteitszorgportaal'

Marie Vanwingh, voorzitter Studentenraad KU Leuven

De KU Leuven wil heel sterk de vraag naar transparantie onderschrijven. ‘Door die transparantie krijgt iedereen een incentive om samen werk te maken van kwaliteit’, stelt vicerector Pollefeyt. ‘Bovendien moet het een goed geïnformeerde studiekeuze mogelijk maken.’

Ook Stura, de Studentenraad KU Leuven, hecht veel waarde aan heldere communicatie over hoe de KU Leuven aan de kwaliteit van haar onderwijs werkt. ‘Tijdens overleg halen wij steeds weer het belang van transparantie aan’, vertelt voorzitter Marie Vanwingh. Ze benadrukt dat er nog ruimte voor verbetering is. ‘Er moet meer ingezet worden op het bekend maken van het kwaliteitszorgportaal, de site waar je POC-verslagen (verslagen van de permanente onderwijscommissies, red.) en andere intern beschikbare informatie kan terugvinden. Heel weinig studenten weten af van dat portaal,’ stelt de Stura-voorzitter.

‘Zeker studenten die aan gesprekken voor COBRA deelnemen, moeten beter op de hoogte worden gesteld over wat er met hun input gebeurt. Die informatie kunnen we nog meer in de verf zetten’, besluit Vanwingh.

Welke informatie wordt extern toegankelijk?

‘De KU Leuven heeft beslist om haar onderwijsevaluatie op drie manieren naar buiten te communiceren’, vertelt Pollefeyt. ‘Allereerst kan iedereen voor elke opleiding een online blauwdruk bekijken. Dat is een visitekaartje van de opleiding (zie pagina 6, red.). Het is een gestabiliseerd document, waarin de opleidingen onder andere hun profiel, specifieke visie, vormingsdoelen, leerresultaten, etc. scherpstellen.’

‘Ten tweede worden ook een aantal essentiële kwantitatieve parameters uit het dashboard extern beschikbaar, basiscijfers die een algemeen beeld moeten geven. Denk bijvoorbeeld aan gegevens over de instroom, doorstroom en uitstroom van een opleiding, of aan een cijfer dat verwijst naar de online studentenbevragingen.’ Pollefeyt benadrukt dat voorzichtigheid hierbij van groot belang is. ‘We mogen de neveneffecten van de cijfers niet negeren. We willen bijvoorbeeld niet aanzetten tot gespeculeer over wat zogenaamd ‘makkelijkere’ richtingen zijn.’

Het derde luik van de externe communicatie is nog in ontwikkeling, toch geeft de vicerector al een inkijk in de plannen. ‘COBRA bestaat uit cycli van twee maal twee jaar. In het vierde jaar van zo’n cyclus gaan de opleidingen in gesprek met externe peers, werkveld en alumni om op de voorbije vier jaar terug te blikken en daarbij feedback te ontvangen. We willen een rapportage van die evaluaties openbaar maken. De precieze vorm ligt nog niet vast, maar het zal een foto zijn van het proces op dat moment. Een waardering of een advies om de opleiding te verbeteren’, aldus Pollefeyt.

Wat blijft er intern?

Vicerector Pollefeyt onderstreept dat er grote hoeveelheden informatie beschikbaar zijn voor wie deel uitmaakt van KU Leuven. ‘We hebben ervoor gekozen om vanaf de verslagen van de permanente onderwijscommissies (POC’s) en het overleg binnen faculteiten tot aan het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu) en de Academische Raad (de twee hoogste beleidsorganen aan de KU Leuven, red.) alles beschikbaar te stellen. Als student kun je verifiëren welke gevolgen worden gegeven aan jouw gesprek voor COBRA.'

De rapporten die aan de basis liggen van de POC’s worden echter niet intern ontsloten. ‘De gesprekken met studenten hebben nood aan een superveilige omgeving. Studenten moeten kritisch en onafhankelijk kunnen denken’, stelt de vicerector.

Ook voor alle intern beschikbare informatie wil Pollefeyt veiligheid garanderen door externe toegang niet mogelijk te maken. ‘POC’s en faculteiten kunnen zo op nieuwe ideeën broeden zonder dat opleidingen van andere universiteiten onmiddellijk kunnen meelezen.’ Daarnaast haalt de vicerector aan dat COBRA nog maar een eerste proefdoorloop heeft gemaakt en een proces is. Bovendien duidt hij op het gebrek aan kennis van de context die externen hebben: ‘Inzicht in de film is ook inzicht in wat er vooraf kwam en wat er nog volgt.’

Het kwaliteitszorgportaal kun je hier raadplegen.