In de voetsporen van Vesalius

Anatomie in Leuven

12 March 2016
Artikel
Auteur(s): Joes Minis
Bijna vijfhonderd jaar na Vesalius snijden geneeskundestudenten in Leuven nog steeds in lichamen. Waar het vroeger openbaar gebeurde, zijn de onderzoekers nu heel discreet.

Iedereen kan zijn lichaam afstaan aan het Vesalius Instituut, vernoemd naar de bekende anatomist. “Elk jaar zijn dat er zo’n honderd,” vertelt Paul Herijgers, verantwoordelijke van het instituut. “Het afstaan gebeurt per testament, net zoals je dat met je spullen zou doen. Vaak gebeurt dat met een handgeschreven brief die we ontvangen van iemand.”

Na het overlijden wordt iemands lichaam geprepareerd. Daarna kan het lichaam dienst doen voor één van de twee kerntaken van het Vesalius Instituut, onderwijs en onderzoek. Verreweg de meeste lichamen, zo’n twee derde, zijn bestemd voor onderwijs aan de bachelor- en masterstudenten geneeskunde, kinesitherapie en tandheelkunde.

Maar ook assistenten, specialisten in opleiding of chirurgen moeten nog af en toe in de dissectiekamer zijn. “Als er een nieuwe operatietechniek komt, moet een chirurg van veertig of vijftig jaar die ook kunnen aanleren op een veilige manier. De tijd dat je patiënten proefpersonen zijn en dat je een operatie de eerste keer uitvoert op een patiënt zonder dat je hebt kunnen trainen is echt voorbij,” aldus Herijgers.

"De tijd dat je patiënten proefpersonen zijn, is echt voorbij"

Paul Herijgers, verantwoordelijke Vesalius Instituut

De lichamen komen uit heel Vlaanderen. De kans dat iemand ooit een lichaam herkent als van zijn opa of buurman, lijkt daarmee groot. Toch is het volgens Herijgers nooit gebeurd dat iemand werd herkend. “Enkel die delen van het lichaam waar het in de les over gaan zijn zichtbaar – de lichamen liggen niet naakt op tafel.” zegt Herijgers. Op die manier wordt herkenning tegengegaan.

In België worden de lichamen niet verplaatst van de ene regio naar de andere, zoals dat bijvoorbeeld in Nederland gebeurt. “Wie zijn lichaam aan de KU Leuven geeft, mag er zeker van zijn dat dat lichaam ook in Leuven blijft.”

Voor de studenten is de les anatomie zeer belangrijk. Gijs Timmers, student tandheelkunde, vertelt: “We hadden anatomie geleerd vanuit onze tekstboeken, waarin alles netjes een eigen kleur heeft: slagaders zijn altijd rood van kleur, gewone aders blauw, zenuwen geel en lymfevaten groen. Op die manier herinner je het, maar zodra je in een lichaam kijkt, zie je dat alles dezelfde kleur heeft. Alles lijkt op elkaar.”

"Alles in het lichaam lijkt op elkaar"

Gijs Timmers, student tandheelkunde

De lichamen worden niet alleen voor onderwijs, maar ook voor onderzoek gebruikt. Een lichaam wordt meestal gebruikt voor een proef die niet kan worden uitgevoerd op een dier, omdat het specifiek voor het menselijk lichaam is. “Men heeft in Leuven bijvoorbeeld een nieuwe hartpomp ontwikkeld. Dan is de vraag hoe je die pomp het best in de patiënt kunt implanteren zonder schade te berokkenen aan de omliggende organen, en hoe je de pomp het beste positioneert. Daar gebruik je een lichaam voor.”

Eénmaal per jaar gedenkt de universiteit in de kerk van Johannes de Doper in het Groot Begijnhof de mensen die hun lichaam aan de wetenschap hebben gegeven, meestal met studenten en familie. Herijgers: “Dat is een enorm dankbaar moment, het is echt een dankviering voor mensen die zo edelmoedig zijn om hun lichaam af te staan. Dat is namelijk nog altijd heel belangrijk voor onze wetenschap.”

Zodra iemand sterft, wordt zijn lichaam een lijk. Binnen de anatomie wordt dat woord echter niet gebruikt. In plaats daarvan gebruikt mijn 'lichaam' of 'kadaver', om het dode aspect van het lichaam te benadrukken.