Is Leuven de grootste bananenrepubliek?

Bananenonderzoek in Heverlee

20 november 2018
Reportage
In de jungle van Arenberg schuilt een van de KU Leuvens grootste geheimen. Het Laboratory of Tropical Crop Improvement bevat 's werelds grootste bananencollectie. Wat gebeurt er daar?

Studenten aan de campus Arenberg die al eens tijdens het pikkedonker over de campus dwalen hebben het ongetwijfeld al eens van ver gezien: de feeëriek verlichte serres tussen het departement Werktuigkunde en de Willem De Croylaan. Liefhebbers van de pretsigaret hebben vast al gefantaseerd over de activiteiten en mogelijkheden van de bewuste serres, het antwoord is eerder banaal: het is banaan.

Al meer dan 30 jaar houdt het team van professor Rony Swennen de vinger aan de pols op gebied van alles wat zich afspeelt in de bananen-scene, en dat is een veel grotere scene dan je zou verwachten. Na maïs, tarwe en rijst claimt de banaan de vierde plaats als belangrijkste voedselgewas ter wereld. Dat lijkt misschien vreemd vanuit ons westers supermarktstandpunt, maar banaan is in de eerste plaats een zeer lokaal product. Amper 15% van de wereldproductie is bestemd voor de export, wat wil zeggen dat de meeste bananen geconsumeerd worden niet zo heel erg ver van de kweker.

Na maïs, tarwe en rijst claimt de banaan de vierde plaats als belangrijkste voedselgewas ter wereld

Daarbij komt nog dat wat wij als ‘banaan’ kennen eigenlijk maar één specifieke soort betreft: de ‘cavendish’, een zoete dessertbanaan. Daarnaast bestaan er nog kookbananen, bakbananen en ja, zelfs bierbananen. De liefhebbers van de pretsigaret die daar rookbananen aan willen toevoegen moeten we teleurstellen, het betreft hier een hoax gelanceerd door William Powell in zijn ‘Anarchist cookbook’ uit 1971.

De grootste collectie ter wereld

Wat 8000 jaar geleden begon als een kleine vrucht boordevol zaden is door eeuwenlange selectie en veredeling uitgegroeid tot het bananenras met ondertussen zo’n 2000 variëteiten. Meer dan 1500 daarvan vinden we terug in de collectie die Swennen beheert (onderdeel van Bioversity International), goed voor de grootste collectie ter wereld. Die soorten staan niet alleen in de eerder genoemde serres, maar worden ook bewaard in proefbuizen, en tegenwoordig zelfs in vloeibare stikstof gepreserveerd voor de eeuwigheid, een techniek waarbij Leuven een pioniersrol vervult.

'De benutting van die biodiversiteit wordt flink aangemoedigd om de leefomstandigheden te verbeteren van de kleinschalige bananenproducenten’

Rony Swennen, directeur Laboratory of Tropical Crop Improvement (KU Leuven)

Swennen is vooral trots op wat er gedaan wordt met deze technieken: ‘Nadat ik afstudeerde wilde ik absoluut geen professor worden, ik wilde ontwikkelingssamenwerking doen.’ Na eerst dit plan te hebben gevolgd, kwam Swennen toch terug naar Leuven, maar zijn aanvankelijke wens is nog niet op de achtergrond geraakt. Zo heeft hij een project opgestart in Congo, waarbij boeren worden gesteund in het telen en verwerken van bananen en bakbananen, en draagt zijn team een belangrijk steentje bij door onderzoek naar ziekteresistentie bij bananenplanten, waarbij resistentiemechanismen in de plant zelf als het ware ‘aangezet’ worden. 

De resultaten van dit onderzoek blijven niet in Leuven, vertelt Swennen. ‘Er is een samenwerking met 110 landen, en dagelijks worden er vijf tot zeven stalen verzonden naar allerlei instellingen, voor onderzoek en beschrijving, maar ook voor direct gebruik. De benutting van die biodiversiteit wordt flink aangemoedigd om de leefomstandigheden en het levensonderhoud te verbeteren van de kleinschalige bananen- en plantanenproducenten.’   

Nog lang niet gedaan met de banaan

‘Als we het bananenras willen wapenen tegen ziektes is genetische biodiversiteit een must’, aldus Swennen. ‘Het is absolute onzin dat de banaan zal uitsterven, er zijn nog zoveel soorten! We moeten dan natuurlijk wel beseffen dat er meer is dan de cavendish-banaan, en de bananen op de juiste manier kweken. Bananen groeien bijvoorbeeld het liefst in de schaduw, iets waar voorheen totaal geen rekening mee gehouden werd.’

Daarnaast vindt Swennen het ook heel belangrijk om rekening te houden met de cultuur van de lokale bevolking. ‘Het is belangrijk om te zien hoe de bananen daar verwerkt worden en om op de traditionele kennis van boeren te vertrouwen. We proberen de lokale kwekers dus direct te bereiken, en een ruim keuzeaanbod te voorzien. Alleen zo weten we welk soort planten de boeren echt nodig hebben.’ 

Uit deze samenwerking haalt Swennen dan ook de grootste voldoening. Hoewel zijn kantoor volhangt met certificaten, is zijn grootste trots het verkrijgen van chieftaincy in Nigeria. ‘Toen wist ik dat ik mijn werk goed had gedaan, de boeren waren voorzien in hun behoeften.’