'Je komt toch nog terug hè?'

In de marge: vrijwilligerswerk met vluchtelingen

28 November 2017
Reportage
Auteur(s): Els Cole
De reeks 'In de marge’ belicht minder zichtbare vormen van vrijwilligerswerk. Deze laatste editie focust op studenten die zich inzetten voor vluchtelingen in ons land.

Hanne Bakelants en Nabil Qanoune delen hun ervaringen met ons. Hanne is studente Pedagogische Wetenschappen, vrijwilliger via Bouworde in het opvangcentrum in Wingene. Nabil, alumnus in de Rechten, was vrijwilliger in het Maximiliaanpark in Brussel.

Bij het zien van de confronterende beelden twee jaar geleden voelde Hanne 'dat ze niet zomaar in haar zetel kon blijven zitten'. Een online zoektocht bracht haar bij de kampen georganiseerd door Bouworde. Nabil hoefde zelfs niet te zoeken. Hij zag de ‘camping’ in het Maximiliaanpark dagelijks aangroeien en heeft toen zelf iemand aangesproken. 'Vrijwilligers hebben zich daar spontaan verenigd, zonder veel coördinatie vanuit de overheid. De politie kwam enkel even langs om te checken of ze niet teveel in de weg zaten…' Nabil ziet het hoopvol in: ‘De jonge generatie wil mensen helpen, niet enkel vanuit politieke of religieuze ideologieën, maar uit menselijkheid.'

Potteke stamp en propagandapraat

Nabil beschrijft hoe vrijwilligers in het park vanuit tentjes o.a. (juridisch) advies, kleding en voedsel aanboden. Ze zorgden ook voor kinderanimatie en psychologische steun. ‘Om te weten hoe het voelde, hebben we zelf ook eens in een tent geslapen’, vertelt Nabil. 'Langer dan één nacht hielden we het niet uit. De kou, het gesnurk (en de hierop volgende ruzies), het gehuil tot diep in de nacht. Na één nacht was ik al geïrriteerd. Ik voelde me vuil en slecht in mijn vel.’

In het opvangcentrum speelden de vrijwilligers vooral met de kinderen. Ze willen hen de kans geven zich gewoon te amuseren, even de gruwel te vergeten. 'Spelen', het klinkt vanzelfsprekend. Toch schrok Hanne ervan hoe zelfs 'mannen, ga in een kring staan' lastig bleek. 'Dan ging de planning aan de kant en werd gezocht: wat willen jullie dan wel? Vaak verstoppertje, of potteke stamp.'

'Eén jongetje kon soms ook echt slaan en stampen.' Toch was hij degene die bij het vertrek aan Hanne vroeg: ‘Je komt toch nog terug hè?’ Toen besefte ik hoe negatief gedrag vaak een schreeuw om aandacht is.

Ook in het Maximiliaanpark bleek samen spelen niet evident. Zo beschrijft Nabil hoe twee meisjes van vijf, de ene Sjiiet, de andere Soenniet, elkaar tijdens de kinderanimatie bestookten met propaganda: ‘Jullie zijn de slechten, want jullie werken samen met de Amerikanen!’ Niet de alledaagse kinderpraat.

Zoals gij en ik

Volgens het stereotype zijn vluchtelingen arm en op zoek naar economische voordelen. Ook Nabil stelde hen, tot zijn eigen schaamte, de vraag: ‘Waarom heeft iedereen hier een iPhone?’ Het confronterende antwoord bleek dat zij vaak ook een leven hadden vòòr het vluchteling-zijn. 'Ze waren zoals gij en ik. Ze leefden niet in hutjes, reden niet op kamelen. Vaak hadden ze gestudeerd, werkten ze. Tot hun school of werkplaats werd platgebombardeerd.'

'In Wingene werd ’s avonds samen met de gezinnen gegeten, gelachen, gedanst en gepraat. Dan vertelden ze veel over hoe goed hun leven vroeger was, maar bijna nooit over de moeilijke tijden. De meesten hebben dat afgesloten en willen nu hier verder.' Dit heeft Hanne getroffen: ‘Dat zijn zo’n gewone mensen, dat is niet ver van ons bed, dat is hier!' Ze vond het ongelofelijk: 'Ze hebben zoveel hoop nog. Ze volgen Nederlandse les en scholen zich bij, allemaal voor hun kinderen.' Ze bleven zeggen: 'We komen er wel.'

What… the f***?

Nabil sprak met mensen over wat ze meemaakten in Syrië. 'Hoe ze elke keer wanneer ze hun deur openden bang waren een familielid te vinden in een zak, in stukken gehakt. Ondenkbaar.' Wanneer iemand zich afvroeg waarom er alleen mannen in het park leken te zijn, vertelde een vrijwilligster hem hoe de meisjes gewoon niet uit hun tent durfden komen; te getraumatiseerd. Verkracht. ‘Daar krijg je toch echt rillingen van.'

De gruwel zien we echter ook in de kleine dingen. Hanne vertelt: 'Toen ik met die mensen over straat liep, gingen voorbijgangers plots aan de andere kant van de straat lopen. Kleine dingen, maar maak dat maar eens elke dag mee…' 'Er was ook een vader, zo trots op zijn zoon, die mij telkens vroeg: 'Maak foto’s van onze Mohammed!' En dan kopte de krant plots 'Wij willen geen Mohammed meer in België'. 'Die man is twee dagen niet buiten geweest.'

Wat zindert na?

'Het is een ervaring die je alles doet relativeren', vertelt Nabil. 'Je gaat de kansen die je krijgt zo veel meer appreciëren. Nadien ga je uitspraken hierover ook echt nuanceren en kritischer bekijken, vanuit je eigen ervaringen.' Hanne beleefde in Wingene 'een fantastische tijd, kei plezant!’ Pas toen ze vertrok sloeg de bom in: 'Ik ga nu naar huis, maar zij kunnen helemaal niet naar huis...'