“KU Leuven is miljardenbusiness”

Geldstromen aan de KU Leuven (1): Algemeen

22 February 2016
Artikel
Naast een lichtbaken van onderzoek en onderwijs kan de KU Leuven best beschreven worden als een gigantische machine. De brandstof? Geld, natuurlijk. Alloceren is troef, maar vooral ook zeer moeilijk.

Bron cijfermateriaal: jaarverslag KU Leuven 2014

1. Vlaamse regering

    Op Vlaams niveau worden de werkingsuitkeringen voor universiteiten verdeeld op basis van de zogeheten financieringsmotor. “Die financieringsmotor is het allocatiemodel tussen de universiteiten en is met de jaren geëvolueerd naarmate de structuur van het hoger onderwijslandschap veranderde (o.a. integratie, Kunstenhogescholen). Zo was er één voor en is er één na de integratie” vertelt Koenraad Debackere, algemeen beheerder van de KU Leuven.

  • De financieringsmotor verdeelt de universitaire basisfinanciering voor 55% op basis van onderwijsparameters. De overige 45% wordt verdeeld op basis van onderzoeksparameters. De initiële onderwijsverdeling gebeurt op basis van de studiepunten. De eerste 60 studiepunten die de studenten opnemen, krijgt de universiteit uitbetaald ongeacht wat de student presteert. Alle studiepunten die daarboven worden opgenomen, worden pas aan de universiteiten betaald wanneer de student geslaagd is voor de desbetreffende vakken. Bovendien krijgen universiteiten een diplomabonus. “Wanneer je meer dan de helft van je studiepunten behaalt aan een instelling en je er ook je diploma behaalt, dan krijgt die instelling een diplomabonus” verduidelijkt Debackere het mechanisme.
  • Die studiepunten worden vervolgens gewogen met een onderwijsbelastingseenheid, OBE voor de ingewijden. De redenering hierachter is dat sommige richtingen meer kosten dan andere. In de humane wetenschappen bedraagt die 1, in de master tandheelkunde 4,2. De OBE-gewichten zijn bepaald op Vlaams niveau.

Het studiepunt vermenigvuldigd met de OBE is wat je dan krijgt voor een student. “Dat komt neer op ongeveer 52 euro per OBE-gewogen studiepunt, dit zijn de zogenaamde financieringspunten” verklaart Debackere. Als iemand in humane een jaar volgt van 60 verworven studiepunten, dan brengt die student 3.120 euro (60*52*1) op, in de Master tandheelkunde 13.104 euro (60*52*4,2).

“Dat allocatiemodel op Vlaams niveau bestaat sinds 2008 en daar wordt verder aan gewerkt in functie van vastgestelde optimalisatiemogelijkheden en nieuwe noden” verzucht stelt Debackere. Een discussie over die OBE's is volgens de algemeen beheerder moeilijk te objectiveren. “Ik voel geen behoefte om aan die OBE’s te gaan tornen” besluit Debackere

“Allocatie is de verdeling van de armoede, iedereen wil steeds graag meer”

Koenraad Debackere, algemeen beheerder

Die werkingsuitkeringen vormen samen met de sociale toelage (zie volgende editie) en andere overheidstoelagen (waaronder DGD en subsidies) de eerste geldstroom naar de universiteiten. Verder verdeelt de Vlaamse regering via fondsen en andere subsidies nog heel wat geld aan het hoger onderwijs (zie hieronder).

2. Inkomsten KU Leuven

In 2014 heeft de KU Leuven bedrijfsopbrengsten gerealiseerd voor €933,3 miljoen. Van het totaalbedrag hebben €858,0 miljoen of 91,9% betrekking op onderwijs, onderzoek en dienstverlening. Hieronder worden die opbrengsten ontleed in 5 geldstromen.

  1. De eerste geldstroom zoals hierboven aangehaald bedraagt voor de KU Leuven 382.045.110 euro in 2014. “Dat komt overeen met ongeveer 40% van ons budget,” vertelt Debackere. Dat betekent een toename van €78,9 miljoen tegenover 2013 en wordt voor €66,7 miljoen verklaard door de integratie van de academische hogeschoolopleidingen.
  2. De tweede geldstroom is de overheidsbijdrage fundamenteel basisonderzoek. Het grootste deel hiervan wordt verdeeld via het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) en Bijzonder Onderzoeksfonds (BOF). Het bedraagt in 2014 127.390.362 euro voor de KU Leuven.
  3. Overheidsbijdragen voor toegepast wetenschappelijk onderzoek vormen de derde geldstroom en bedragen 121.129.408 euro in 2014. Een deel hiervan komt vanuit de Vlaamse gemeenschap, maar ook vanuit internationale organen zoals de Europese Unie (41.677.171 euro).
  4. De vierde geldstroom is het contractonderzoek met de privésector en wetenschappelijke dienstverlening. Het totaalplaatje hiervan bedraagt 45.497.698 euro, de hoofdbrok wordt voorgeschoteld door valorisatie van onderzoeksresultaten (waaronder patenten, octrooien, enz.)
  5. Andere opbrengsten verbonden aan onderwijs, onderzoek en dienstverlening zijn samen de vijfde geldstroom, goed voor 81.929.438 euro. Daar zitten inschrijvingsgelden bij, huuropbrengsten, opbrengsten van de boekenverkoop enzovoort.

Buiten die vijf grote geldstromen, heeft de KU Leuven nog inkomsten uit giften, schenkingen en legaten. De 18.580.234 euro in 2014 uit die tak is een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2013 (11.621.475 euro).

In 2014 heeft de KU Leuven bedrijfsopbrengsten gerealiseerd voor €933,3 miljoen

Naast de verschillende inkomstenbronnen verbonden aan onderwijs, onderzoek en dienstverlening, heb je de zogeheten andere bedrijfsopbrengsten die 56.751.739 euro in het laatje brengen. “Dat zijn onder andere de beleggingen van de KU Leuven. Die worden onafhankelijk beheerd door het beleggingscomité dat werkt in opdracht van en verslag uitbrengt aan de raad van bestuur,” weet Debackere. De beleggingen gebeuren voornamelijk in obligaties, de meeste daarvan uitgegeven door Belgische overheden.

3. Verdeling tussen de groepen

Het onderwijsgeld dat de KU Leuven binnenhaalt (eerste geldstroom), kan de universiteit zelf verder verdelen onder de groepen Humane Wetenschappen, Wetenschappen en Technologie en Biomedische Wetenschappen. Na de betaling van de enveloppen voor de drie groepen, is er een voorafname toewijzing van budgetten voor onder andere bibliotheken, ICTS, onderhoud van gebouwen, groepsoverkoepelende projecten zoals COBRA (nieuwe systeem voor kwaliteitszorg) en dergelijke.

De verdeling blijkt geen sinecure. “Allocatie is de verdeling van de armoede, iedereen wil steeds graag meer,” beseft Debackere.

“Sommige faculteiten of departementen kunnen tijdelijk wat in de problemen komen, bvb. door tegenvallende studentenaantallen. Letteren werkt vandaag bijvoorbeeld aan een verbeteringstraject. Dat hangt samen met allocatie, maar ook interne organisatie (kosten en opbrengsten),” verklaart de algemeen beheerder de problematiek.

Er is binnen de universiteit geen jaarlijkse actualisering van het allocatiemodel tussen de 3 groepen. Het laatste dateert van 2010 en is sindsdien bevroren. “De grootste groep rekeneenheden gaat naar Humane Wetenschappen, dan W&T en dan Biomedische Wetenschappen” vertelt Debackere.

“Dat hebben we indertijd gebaseerd op de filosofie van het allocatiemodel op Vlaams niveau, maar met tastbare wijzigingen,” vervolgt Debackere.

“Uiteindelijk moeten we zo veel mogelijk waarde creëren met de middelen die we hebben”

Wim Robberecht, vicerector Biomedische Wetenschappen

Anders dan het Vlaamse allocatiemodel werkt de KU Leuven naast onderwijsparameters ook met onderzoeksparameters. Niet alleen het aantal publicaties, maar vooral de positie binnen het Vlaamse vakgebied telt mee. Ook de dienstverlening op onderwijsvlak aan andere groepen wordt meegerekend. Zo hebben bijvoorbeeld alle studenten het vak Religie, zingeving en levensbeschouwing. De faculteit Theologie en Religiewetenschappen wordt hiervoor gecompenseerd in het allocatiemodel.

Dat model heeft geleid tot een eerste enveloppe, die daarna nog aangepast is op basis van beleid. “Dat alles herbekijken we tegen 2019,” vertelt Debackere. “Aangezien het tot dan bevroren is, ligt de voornaamste allocatiedynamiek bij wat de groepen zelf intern doen. Dat wordt bepaald op het groepsniveau. Wij rekenen wel, maar het beleid en de beslissingen liggen bij hen,” besluit Debackere.

4. Verdeling binnen de groepen

Binnen de groepen wordt het geld verdeeld tussen de faculteiten en de departementen (die zijn er niet in Humane Wetenschappen). Ook hier moet veel gesleuteld worden. “Wij zijn nu bezig met een oefening om de allocatie binnen Biomedische Wetenschappen te veranderen in 2017, ondanks het feit dat er geen middelen bijkomen,” vertelt Wim Robberecht, vicerector van Biomedische Wetenschappen.

De groep werkt met een voorafname om beleid te voeren, alsook voor de faculteiten omdat de omgang met studenten meer middelen vereist.

Waarom de groep beslist heeft om het allocatiemodel te herzien? “Er zijn bepaalde pijnpunten en we beginnen aan een nieuwe ronde van beleidsplannen van de departementen. Wanneer zij voorstellen doen waar het groepsbestuur zich achter schaart, moeten wij daar ook middelen tegenover kunnen plaatsen,” vertelt Robberecht.

“We moeten departementen belonen, maar ook zaken die niet meer van deze wereld zijn niet kunstmatig in leven houden. Er zijn bijvoorbeeld variaties in studentenaantallen. Daar kan je je ogen niet voor sluiten. Maar die verandering moet op een wijze manier gebeuren. Dat is echt een oefening,” vervolgt de vicerector.

“Uiteindelijk moeten we zo veel mogelijk waarde creëren met de middelen die we hebben,” besluit Robberecht.

Een concreet plan is er evenwel nog niet. “We zijn volop aan het rekenen, maar er zijn zaken die ik graag zou veranderen,” vertelt Robberecht.

“Qua onderwijs wordt er gealloceerd op basis van studentenaantallen en studiepunten, maar dat is vanuit het studentenoogpunt gekeken. Een docent moet echter niet altijd dezelfde inspanning geven. 1,5 uur hoorcollege is minder intensief dan 1,5 uur practica geven of klinische colleges waar veel meer voorbereiding voor nodig is,” aldus Robberecht.

“Ik wil graag dat de leervormen die voor de student meer betekenen meer gehonoreerd worden dan een hoorcollege. Dat is noodzakelijk om onderwijs te moderniseren. Mensen die zich hiervoor inspannen, moeten beloond worden,” besluit de vicerector.

Meer gedetailleerde analyses van de geldstromen lees je volgende week.

Bron cijfermateriaal: Jaarverslag KU Leuven 2014

  1. Bedrijfsopbrengsten: 933,3 miljoen; dat is €115,3 miljoen of 14,1% hoger dan in 2013
  2. Bedrijfskosten: €893,2 miljoen dat is €95,8 miljoen of 12,0% hoger dan in 2013
  3. Totale balanswaarde: €1,681 miljard dat is €145,8 miljoen of 9,5% meer dan balans €1,535 miljard in 2013