KU Leuven maakt zich op voor instellingsreview

Universiteit kritisch genoeg voor zichzelf?

02 May 2016
Artikel
De visitatiecommissies zijn verleden tijd. In de plaats daarvan zal de KU Leuven onder het wakende oog van de NVAO nu zichzelf kritisch onder de loep nemen. Hoe kritisch, daar is discussie over.

Tot vorig jaar lichtte een visitatiecommissie om de zoveel jaar één specifieke faculteit door. Een team van experten controleerde daarbij of alle richtingen voldeden aan bepaalde vereisten inzake onderwijs. Een negatieve uitslag kon zware gevolgen hebben, tot opschorting van de richting toe.

Voortaan zullen de faculteiten en de universiteit dit echter zelf doen. De evaluatie van de faculteiten gebeurde al met COBRA. Een kritische zelfreflectie van vijftig bladzijden zal nu de universiteit als geheel beschrijven. "Elke instelling van het hoger onderwijs moet een document schrijven waarin je kritisch naar het gehanteerde systeem van kwaliteitszorg in verband met onderwijs kijkt," legt vicerector van Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt uit.

"Het gaat dan klassiek om vier aspecten," gaat de vicerector verder, "visie op onderwijs, de uitvoering hiervan, de monitoring en de evaluatie van de kwaliteit en ten slotte het verbeterbeleid." Daarbij 385 opleidingen in 50 bladzijden samendrukken, is niet eenvoudig: "Je moet dus in feite meer de algemene processen gaan beschrijven," zegt Pollefeyt, "waarbij we in die tekst toch heel kort concrete voorbeelden geven van good practices ."

"De kritische zelfreflectie moet eigenlijk het verhaal van de instelling vertellen"

Ann Verreth, NVAO

"Er wordt niet zozeer gekeken naar de feitelijke inhoud van een opleiding als wel de manier van organisatie van kwaliteitszorg," verklaart Jan Eggermont, vicedecaan van de Faculteit Geneeskunde. "Dat zijn toch twee verschillende zaken. Met de instellingsreview wordt eigenlijk de vraag gesteld of de universiteit over de nodige organisatie beschikt om ervoor te zorgen dat er goed onderwijs gegeven wordt," gaat hij verder.

NVAO

"De kritische zelfreflectie moet eigenlijk het verhaal van de instelling vertellen," zo zegt Ann Verreth van de NVAO, de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie die de instellingsreview uitvoert. "Dat vormt dan basis voor ons panel om van start te gaan." De kritische zelfreflectie komt immers bij de leden van de reviewcommissie, samengesteld door NVAO, terecht. Gebaseerd op de nota volgen dan nog twee locatiebezoeken, waarvan de eerste in november zal plaatsvinden.

"Op dat locatiebezoek heeft de instellingsreview ook nog anderhalve dag tijd om met alle mogelijke betrokkenen binnen de instellingen, ook met studenten trouwens, te spreken over elementen die minder duidelijk zijn of die het panel verder wil uitdiepen," gaat Verreth verder. "Onze panels zijn vooral geïnteresseerd om te weten hoe de instelling het gewenste resultaat wil bereiken."


"Het is zoals een student die hard gestudeerd heeft en ernaar verlangt examen te doen"

Didier Pollefeyt, vicerector Onderwijsbeleid

"Het panel zal twee rapporten bekijken: één beoordelingsrapport over de instellingsreview en een adviesrapport over de regie over de opleidingskwaliteit," zo zegt Verreth, "we bevinden ons immers in een proeffase dus er zijn nog geen juridische gevolgen." Op het einde van de rit, als alle instellingen een instellingsreview hebben gehad, maakt de NVAO een overzichtsreportage. "Daarnaast is er een decretale evaluatie gepland. Al deze elementen moeten de basis vormen voor een nieuw stelsel van 2020."

Kritische kritiek?

Stura-voorzitter Joris Gevaert merkt alvast op dat de tekst nog kan verbeterd worden:"Zoals dat met elke kritische zelfevaluatie, is de tekst nog niet kritisch genoeg. Maar er wordt geluisterd naar onze feedback." Onder andere diversiteit en gender zouden onderbelicht blijven. Nochtans hebben alle instanties er vertrouwen in dat de uiteindelijke tekst wel kritisch genoeg zal zijn. "Door de waarderende aanpak komen er veel meer dingen op een positieve manier naar boven," verzekert Verreth.

"De vraag is of kritisch hier wel het juiste woord is," zegt Eggermont dan weer, "en of je niet eerder over eerlijk moet spreken." Volgens de vicedecaan telt dat je op een open manier bezig bent met kwaliteit: "Heb je een systeem dat toelaat dat punten tot verbetering naar boven komen en heb je daar een plan van aanpak voor?"

Ook vicerector Pollefeyt is het niet eens met de kritiek. "Wij hebben geen enkel belang bij dingen onder de mat te vegen," klinkt het. "Als de commissie iets ontdekt en je er niet over gereflecteerd hebt, is dat veel erger dan als je een probleem detecteert en aantoont hoe je er werk van maakt."

"Ik denk bijvoorbeeld aan de overgang van COBRA 1 naar COBRA 2.0," licht de vicerector toe. "Dat is een goed voorbeeld van iets dat geoptimaliseerd kon worden en waar we naar de kritiek geluisterd hebben. Hetzelfde rond gender bijvoorbeeld: dat is één punt naast een aantal andere."

De schrik voor een negatief advies zit er dus echt niet in bij de vicerector. "Ik denk als je de tekst nu volledig bekijkt, wij best een sterk geheel zullen kunnen voorleggen. Ik kijk echt uit naar die commissie. Het is zoals een student die hard gestudeerd heeft en ernaar verlangt examen te doen. Zo voel ik mij nu op dit moment."

COBRA is het nieuwste systeem om de onderwijskwaliteitszorg aan de KU Leuven te waarborgen. Tot vorig jaar gebeurde de kwaliteitscontrole door middel van opleidingsvisitaties.

De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) is een orgaan opgericht door de Nederlandse en Vlaamse overheden en heeft als doel om een deskundig en objectief oordeel te geven over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen.