KU Leuven: ‘Versoepel taalwetgeving voor buitenlandse professoren’

Strikte regelgeving schaadt internationalisering, aldus universiteit

20 November 2016
Artikel
Buitenlandse professoren moeten na drie jaar een strenge taaltest Nederlands afleggen. ‘Onrealistisch en schadelijk’, vinden vicerector Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt en enkele decanen.

Een buitenlandse professor die aan een Vlaamse universiteit vastbenoemd wil werken, moet drie jaar na zijn of haar aanstelling een Nederlandse taaltest op B2-niveau afleggen. Dat niveau wordt omschreven als ‘gevorderd’. In de middelbare school moeten scholieren afstuderen met niveau B1 voor Engels en Frans, één graad lager.

De Vlaamse regel bestaat pas sinds enkele jaren. De KU Leuven kaartte dit eerder aan bij de Vlaamse Overheid en schreef zelfs alternatieve decreetteksten. De vraag wordt evenwel steeds prangender. ‘De manier waarop de regel nu bestaat, is onvoldoende realistisch en eigenlijk zelfs schadelijk voor de internationalisering van de universiteit’, vindt vicerector Onderwijsbeleid Didier Pollefeyt. ‘Vijf jaar om echt goed Nederlands te leren zou bijvoorbeeld een veel realistischer traject zijn dan drie jaar.’

‘Het is belangrijk om expertise uit het buitenland binnen te halen’, meent de vicerector tenslotte. ‘Dat vraagt en eist de politiek ook van ons, terecht. Maar als je aan de andere kant de taaleisen daarrond naar het Nederlands toe dermate onrealistisch organiseert, is dat wat paradoxaal. Als je moedertaal bijvoorbeeld een Aziatisch taal is, is dat gewoon niet realistisch om een B2-niveau te halen na drie jaar.’

‘Deze wetgeving schrikt sterke kandidaten met meerdere opties af'

Luc Sels, decaan Economie en Bedrijfswetenschappen

Pollefeyt wordt bijgestaan door Luc Sels, decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen. ‘Deze wetgeving schrikt sterke kandidaten met meerdere opties af, zeker als we expliciet vermelden dat ze binnen drie jaar Nederlands moeten kennen. In de academische wereld is het direct kunnen rekruteren van hoogwaardig menselijk kapitaal evenwel een belangrijke factor om internationaal mee te kunnen.’

‘We willen de ruimte kunnen hebben om bij een vacature de best gekwalificeerde aan te werven’, vervolgt Sels. ‘In ons domein zitten we al met niet-competitieve salarissen; als daar nog een zo'n strikte taalvereiste bijkomt en Vlaanderen hierin afwijkt van omliggende regio's, is dat nefast’.

Daar sluit ook Peter Lievens, decaan van de faculteit Wetenschappen, zich bij aan. ‘Ik vind dat het behalen van een B2-niveau na drie jaar een te grote druk legt op nieuwe professoren. B2 is zeer hoog. Als je dat na drie jaar moet halen, is dat een ramp. Een aantal internationale toppers, die in het buitenland een vaste benoeming hebben of een alternatief aanbod achter de hand, zijn zeer moeilijk te overhalen hier te komen werken. Zij haken af of stellen zich zelfs geen kandidaat als ze de strenge voorwaarden vernemen.'

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) laat in een reactie weten dat ‘het Nederlands een belangrijke onderwijstaal binnen het hoger onderwijs is. Dat is het uitgangspunt van de huidige taalregeling die vrij recent is. Een evaluatie van die taalregeling is voorzien in het Vlaams regeerakkoord, en de taaltest voor buitenlandse professoren maakt daar deel van uit.’

Oproep tot verandering

Vicerector Pollefeyt benadrukt dat het belangrijk is dat professoren uiteindelijk goed Nederlands kunnen, omdat Nederlands de bestuurstaal is aan deze universiteit. ‘Het is belangrijk voor hun sociale integratie dat zij het Nederlands voldoende beheersen. We zouden niet graag twee types professoren creëren, namelijk zij die alleen Engels kunnen en zij die alleen Nederlands en Engels kunnen en dan maar alle bestuurstaken moeten vervullen.’ Geen kennis van het Nederlands betekent namelijk dat deelname aan alle beleidsorganen aan deze universiteit de facto onmogelijk wordt.

'Een evaluatie van deze taalregeling is voorzien in het Vlaams regeerakkoord, ook de taaltest voor buitenlandse professoren'

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs

Pollefeyt vertelt dat de problematiek in de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) vaak is aangehaald en dat de Vlaamse Overheid op de hoogte is van de bezorgdheid. ‘Er is een spanning tussen de nood aan internationalisering aan de ene kant en aan het legitieme behoud van het Nederlands als bestuurlijke en academische taal aan de andere kant. Soms staan die twee belangen tegenover elkaar. Vandaag is dat maatschappelijk-politiek een urgent thema.’

Pollefeyt roept op tot verandering. ‘Er moet een nieuw debat en een nieuwe politieke reflectie komen over de vraag hoe je die twee zaken beter met elkaar zou kunnen verzoenen.’

Zowel Peter Lievens als Luc Sels benadrukt dat het geen wens is om het Nederlands als bestuurstaal af te schaffen of te devalueren. ‘Die professoren leren sowieso Nederlands’, vertelt Lievens, ‘maar daarom niet op B2-niveau na drie jaar. Voor jonge mensen die een tenure track volgen (een traject van bepaalde duur waarbinnen een onderzoeker aan bepaalde onderzoeks- en onderwijsvereisten moet voldoen om vastbenoemd te worden, red.), is dat heel moeilijk. Zij moeten Nederlands leren op een hoog niveau, maar daarnaast nog aan een heleboel academische eisen voldoen. In tijden waarin burn-out hoog op de agenda staat, is dat een vreemde situatie.’

'De taal leren betekent: je integreren in de faculteit'

Bernard Tilleman, decaan Rechtsgeleerdheid

Luc Sels wijst er dan weer op dat het voor professoren uit bepaalde landen extra moeilijk is de test binnen de drie jaar af te leggen. ‘Er wordt geen differentiatie gemaakt naar taalafstand. We hebben de voorbije twee jaar onder meer een Chinees, een Indiër en een Iraniër aangeworven. De taalafstand is voor hen simpelweg veel te groot om op drie jaar te overbruggen. Een van de drie heeft intussen beslist te vertrekken.’

Sels besluit: ‘Ik vind dat we naar een soepeler kader moeten gaan als we onszelf niet willen veroordelen tot een arbeidsmarkt van achttien miljoen Nederlanders, zes miljoen Vlamingen en wat Duitsers of Zuid-Afrikanen.’

Part of the deal

Niet iedereen is tegenstander van de regel. Bernard Tilleman, decaan van de faculteit Rechtsgeleerdheid, heeft begrip voor het strakke wetgevend kader. ‘De taal leren betekent: je integreren in de faculteit. Ik denk niet dat dit ons onmiddellijk een competitief internationaal nadeel geeft. Uiteindelijk is het ook een nadeel als de professoren geen korps vormen en men niet geïntegreerd is in de facultaire gemeenschap. De taal leren is part of the deal.’

Tilleman erkent wel dat het voor sommige professoren moeilijk is om binnen drie jaar B2-niveau te behalen. ‘Over de snelheid valt te spreken. Voor mensen met een Europese taal is drie jaar haalbaar. Voor sommigen is drie jaar misschien te kort en zou je een soepelheid moeten inbouwen. Maar het is gewoon heel belangrijk dat men zegt dat ze Nederlands moeten leren. De taal leren is ook de cultuur leren kennen.’

Sels vindt ook dat Nederlands leren noodzakelijk is, maar ziet niet waarom dat strikt op drie jaar en meteen op zo'n hoog niveau zou moeten. ‘Ik heb absoluut begrip voor argumenten die pleiten voor het bewaken van de eigen taal, maar mensen die hier langer dan drie, vier jaar blijven, committeren zich sowieso om zich te integreren in de gemeenschap. Zij zullen geprikkeld worden om de taal te leren. Je spreekt dan de intrinsieke motivatie aan, wat een betere hefboom is dan de verplichting en druk om het binnen drie jaar te kunnen.’