Liesbeth Lewi: 'Goed doen betekent soms ook niet ingrijpen'

Navraag

17 April 2019
Interview
Tussen twee operaties door ontmoeten we Liesbeth Lewi in het doolhof van Gasthuisberg. In een knus vergaderzaaltje vertelt de gynaecologe ons over haar leven in het ziekenhuis en ernaast.

U bent van de Kempen afkomstig en studeerde in Leuven. Waar ligt uw hart?

'Goh, mijn hart ligt overal. Maar ik ben altijd blij als ik het Kempens accent nog eens hoor. Toen ik daar woonde, vond ik dat niet mooi. Mijn mama is van West-Vlaanderen en dus spreek ik zelf geen Kempens. Jammer genoeg heb ik dat nooit opgepikt. Vroeger vond ik dat een beetje een Viking accent. Maar nu vind ik het echt heel charmant.'

Waarom koos u in Leuven voor de wereld van de geneeskunde?

'Dat is een moeilijke vraag. Ik denk dat mensen soms achteraf verhalen maken over waarom je daarvoor koos. Ik heb Latijn-Grieks gedaan in de humaniora en ik was altijd heel gepassioneerd door archeologie en oude talen, maar ik had schrik om zo een kluizenaar te worden. Geneeskunde is wel een beroep dat je dwingt om met mensen om te gaan. Dus ik denk dat dat zeker een rol heeft gespeeld om ervoor te kiezen, het menselijke aspect.'

En dan vond u de weg naar de gynaecologie?

'De gynaecologie als specialisatie is heel mooi. Het is heel verscheiden. Je hebt het chirurgische aspect, wij opereren namelijk ook, maar je hebt ook het puur verloskundige aspect. Je hebt altijd twee patiënten tegelijk, de ongeboren baby en de moeder. Daarnaast is ook heel de sociale context rond dat toekomstig kindje belangrijk natuurlijk. Dus voor mij was dat vooral heel breed, de mens als meer holistisch beschouwen in de gehele geneeskunde eigenlijk. Niet alleen het technische, maar heel gevarieerd.'

Naast uw job in het ziekenhuis bent u ook bezig met academisch onderzoek en lesgeven.

'Ja, dat klopt. Ik ben gynaecoloog, maar ben in een klein deeldomein terecht gekomen: meerlingen. Mijn onderzoek is gebaseerd op problemen die we bij tweelingen zien, specifiek bij identieke tweelingen die een moederkoek delen. Het probleem is dat we patiënten hebben die van overal komen. We weten al veel over het verloop van de zwangerschap en hoe de kindjes het onmiddellijk na de geboorte doen, maar we hebben heel weinig informatie over hoe de gezinnen op lange termijn evolueren. Dat is natuurlijk moeilijk te onderzoeken omdat mensen verdwijnen. Je krijgt af en toe nog wel eens een kaartje, maar niet systematisch. Daarom starten we nu een nieuw onderzoek dat focust op die evolutie op langere termijn, die ook erg belangrijk is.

Je hebt altijd twee patiënten tegelijk, de ongeboren baby en de moeder

Daarnaast geef ik les over wetenschappelijke methodologie. Ik vind dat boeiend omdat het noodzakelijk is dat studenten leren kritisch te zijn en niet alles te geloven wat er gepubliceerd wordt. Dat ze zelf inzicht krijgen in wat een goede studie is en wat een wetenschappelijke methode is.'

Uw job brengt ongetwijfeld veel stress met zich mee. 

'Ja, ik denk dat sport heel belangrijk is om hier mee om te kunnen gaan. Dat hoeft daarom geen marathon te zijn, maar gewoon iets doen wat je graag doet en daardoor beseffen dat er niet alleen je hoofd is, maar ook je lichaam waarvoor je zorg moet dragen. Natuurlijk zijn ook familie en vrienden belangrijk. Je moet proberen, ondanks de lange uren, om tijd voor hen vrij te maken. Ik denk ook dat een goede partner heel belangrijk is. Uiteindelijk moet je ergens je energie halen om terug te geven aan je patiënten. Als je zelf een leeg vat bent, dan heb je niet veel te geven. Die zelfzorg is toch ook wel heel belangrijk. Ik denk dat vroeger de dokters vooral mannen waren en die hebben daar misschien minder last van. Maar sowieso voor elke mens is het belangrijk om voldoende te investeren in het leven buiten het werk.'

Hoe bewaakt u de grenzen tussen werk en vrije tijd?

'Dat is een dagelijkse strijd. Als je mijn man zou interviewen, is dat een heel ander verhaal. Dit weekend bijvoorbeeld: je hebt dan deadlines voor beursaanvragen, maar je moet dat allemaal 's nachts doen. Zondagnacht kwamen we elkaar tegen in de badkamer. Mijn man stond op en ik besloot toch nog twee uren te gaan slapen. Dat is gelukkig niet elke week zo. Maar het is goed dat je iemand hebt die dan zegt dat dit niet oké is.'

Het is voor elke mens belangrijk om voldoende te investeren in het leven buiten het werk

Als er tijdens een operatie iets misgaat, neem je dat mee naar huis?

'Je neemt dat wel mee denk ik. Als het gaat over verlies van een kind of een ernstige complicatie, dan neem je dat wel mee. Je blijft ook maar een mens. Ik probeer met de fiets naar het werk te gaan, en het helpt wel als je dan de berg af fietst. Ook daarom is het belangrijk dat je zorgt, ook voor jullie later, dat je een warm nest hebt. Als je dan thuiskomt, dan doet dat ook veel. Ik denk als je dan in een leeg huis zou komen, dat dat dan wel anders is. Als er weer dingen rondom u gebeuren, dan plaats je dat weer in perspectief.'

U heeft zelf geen kinderen. Heeft dat te maken met de job die u gekozen heeft?

'Goh, dat is moeilijk te zeggen achteraf. Ik heb op een gegeven moment wel kinderen gewild. Ik ben een man tegengekomen die al drie volwassen kinderen had. Ik vind de Charlie Chaplin toestanden wat raar, dat uw plusdochter tegelijkertijd met jezelf moeder wordt, dus ik zag dat niet zitten. Ik moet ook zeggen: globaal gezien vind ik dat er al heel wat mensen op deze planeet rondlopen. Ik voel dat niet als een gemis, en dat is ook mede dankzij de kinderen van Luc die mij altijd direct aanvaard hebben, en wier kinderen ik ook mee op de wereld heb gezet.'

Ik vind mezelf nu ook weer niet zo speciaal dat ik vind dat ik mij per se moet voortplanten

'Ik ben blij dat ik dat gemis niet voel. Ik zie veel patiënten die koste wat kost alles doen voor een zwangerschap. Ik heb dat zo niet. Ik vind mezelf nu ook weer niet zo speciaal dat ik vind dat ik mij per se moet voortplanten. Er zijn al zoveel mensen. Je kan je ook op andere manieren nuttig maken in de maatschappij. Maar ik heb veel bewondering, het moederschap is echt een belangrijke taak. Ik vind het fantastisch dat je een warm nest kunt creëren en daaruit mooie volwassenen kunt laten zwermen. Ik ben altijd wat te druk bezig geweest met mijn werk waarschijnlijk. En dan ook relaties, dat moet dan ook juist passen. Had ik nu een man tegengekomen die nog geen kinderen had, dan had ik waarschijnlijk wel kinderen gehad. Het heeft alles te maken met de omstandigheden. Het is geen bewuste keuze van "ik wil geen kinderen", maar het is met de stroom zo gegaan.'

U was promotor van Kypros Nicolaides, die onlangs een eredoctoraat ontving.

'Ja, dat was heel leuk. Het is een man die veel heeft bewogen in ons vak. Vooral naar screening toe, maar ook in verband met de behandeling van baby’tjes met afwijkingen.'

Wat maakt dat iemand zoiets verdient op academisch vlak?

'Bij professor Nicolaides was dat duidelijk. Hij heeft de praktijkvoering echt veranderd. Wat bewonderenswaardig is, is dat hij altijd zijn eigen ding heeft gedaan. Hij heeft altijd gezorgd dat hij zijn eigen sponsoring had voor onderzoek en had het niet zo voor alle conventies. Hij heeft wel erg moeten strijden tegen heilige huisjes en comités, maar is er toch in geslaagd om in ons domein heel mooie onderzoeken te publiceren. 

Het eredoctoraat was ook een gelegenheid om ons domein van prenatale geneeskunde, wat een mini-domein is binnen de wereld van de geneeskunde, onder de aandacht te brengen. Het is een relatief nieuw concept om ongeboren baby’tjes te behandelen. De problemen aan het begin van het leven zijn heel belangrijk. Die kleine baby’tjes zijn natuurlijk de toekomst.'

Waar ik altijd goed over nadenk is: het is niet omdat je veel dingen kan doen, dat je veel dingen moet doen

Hoe voelt het om in te grijpen in het leven van een baby’tje dat nog niet geboren is?

'Waar ik altijd goed over nadenk is: het is niet omdat je veel dingen kan doen, dat je veel dingen moet doen. Er is heel veel mogelijk, maar ik denk ook dat het heel belangrijk is om te kijken wat de wensen van de ouders zijn en in hoeverre zij willen ingrijpen. Kindjes redden is een zaak, maar je wil toch liefst dat die een normaal leven kunnen leiden. Ik denk dat je dat moet bewaken als arts, dat je altijd meer goed dan kwaad moet proberen doen. En dat "goed doen" soms ook "niet ingrijpen" betekent. Als ouders een bepaalde weg niet wensen te bewandelen, moet je daar respect voor opbrengen.'

De wetenschap gaat snel vooruit. Hoe denkt u dat de toekomst er zal uitzien voor uw vakgebied?

'Dat is een goede vraag. Soms denk ik dat ze ons nooit gaan kunnen vervangen. Een beetje arrogant misschien, maar ik zie niet goed in hoe je een bevalling met een robot zou kunnen doen. Tenzij iedereen een keizersnede zou krijgen natuurlijk, dat zou je wel kunnen robotiseren.

Ik denk dat we in de toekomst vooral zullen moeten focussen op communicatie met en begeleiding van de patiënt. Communicatie gaat belangrijker worden. Je merkt dat nu al. Mensen lezen veel informatie op internet. Ik vind dat heel prettig, omdat je dan iets hebt om op in te spelen. Iedereen komt met een andere invalshoek.

In het begin van mijn carrière was het eerder ‘meneer doktoor zal wel zeggen wat er moet gebeuren’, maar nu is dat anders

Ik denk dat bijvoorbeeld artificiële intelligentie een deel van ons werk zeker zal overnemen, maar het maken van complexe keuzes in een specifieke situatie, daar heb je nog altijd artsen voor nodig. Deze moeten dan samen met de patiënt kiezen. Alhoewel dat daar misschien ook al algoritmes voor bestaan. Toch, geneeskunde grijpt in in het welzijn van de mens. Menselijk contact zal volgens mij essentieel blijven.'

Merkt u veranderingen op in de manier waarop patiënten naar een raadpleging komen?

'Ja. Internet speelt hier een grote rol, denk ik. Mensen zijn geen onbeschreven bladen meer. Ik heb graag dat mensen kritisch zijn, omdat dat je uitdaagt als arts. Sommige artsen vinden het vervelend wanneer patiënten zelf met oplossingen komen. Ik vind dat leuk omdat, en ik denk in alle vakgebieden, er verschillende mogelijkheden zijn in de meeste pathologieën. Als arts denk ik vooral dat het onze taak is om de patiënt te helpen kiezen. Bijvoorbeeld, doe ik een NIPT test of niet? Als die NIPT test iets toont, hoe moet het dan verder? In het begin van mijn carrière was het eerder "meneer doktoor zal wel zeggen wat er moet gebeuren", maar nu is dat anders.

Ik merk ook dat de sociale problematiek toeneemt. Misschien is dat vooral in mijn hoofd, maar ik denk het niet. Het gaat vooral over de mensen die van de vierde wereld komen, mensen die generationeel niet mee kunnen. En dan natuurlijk ook de allochtone populatie. Dat blijft toch een heel andere benadering, waar je als arts gevoelig voor moet zijn en rekening mee moet houden. In het algemeen voel ik toch dat de ongelijkheid in de maatschappij toeneemt.'

Hoe kijkt u terug naar uw deelname aan Topdokters?

'Ik zou dat niet opnieuw doen. Hm, ik zou het misschien wel terug opnieuw doen als ik het nog nooit gedaan had, maar niet opnieuw doen nu ik weet wat het is. Ik sta niet graag in de belangstelling. Dat is geen deel van mijn karakter. Ik vond de constante aanwezigheid van de camera’s heel vervelend. Er zijn mensen die daar echt voor openstaan en dan openbloeien, maar ik niet. Ik vond mijn job eigenlijk al belastend genoeg, dus dit kon daar eigenlijk soms gewoon niet bij. 

Ik moet wel zeggen: het waren fantastische mensen, de mensen van Woestijnvis. Dat heeft echt het verschil gemaakt voor mij. Ik ben nog altijd bevriend met de journaliste die mij toen gevolgd heeft. Dat was natuurlijk niet altijd een gemakkelijke relatie, iemand die de hele tijd op uw huid zit. Maar toch, we zijn nog altijd goede vrienden.'

Heeft u zelf een groot voorbeeld?

'Da’s onnozel, maar mijn vader is mijn grote voorbeeld. Ik mis hem nog altijd. Hij is nu bijna vier jaar geleden gestorven. Ouder en kind, dat is echt mooi. Als ouder geef je altijd onbewust voorbeelden aan je kinderen, en die worden opgepikt. Daar sta ik soms van versteld. Dan doe ik dingen en denk ik: waarom doe ik dat nu zo? En dan concludeer ik dat ze dat bij ons thuis ook zo deden. Dat vind ik mooi. 

Ik denk wel dat je altijd je eigen weg moet volgen. Ik heb daarom ook geen voorbeeld van hoe ik exact zou willen zijn. Je moet echt zijn wie je wil zijn. In die zin heb ik niet echt een voorbeeld, omdat ik heel fel geloof dat je jezelf moet vinden in wat je doet. Je kunt bewondering hebben voor mensen, en dat heb ik voor een aantal mensen, zonder dat je daarom die persoon wil zijn. Dat zijn twee andere dingen. Dat tweede heb ik niet.'

In een interview stelt u dat uw muzieksmaak reikt van Ed Sheeran tot Rachmaninov. Waar luistert u naar wanneer u opereert?

'Ik zet in ons nieuw operatiekwartier altijd Norah Jones op. Rustige muziek. Ik vind dat de muziek voor iedereen die werkt aanvaardbaar moet zijn. Rachmaninov is op zich al vrij dramatisch en als er dan nog eens wat bloed aan te pas komt… ' (lacht)

Als u moet kiezen: onderzoek, lesgeven of uw job in het ziekenhuis?

'Mijn job in het ziekenhuis is toch wel wat ik het liefste doe. Onderzoek ook wel en de wereld van de studenten eigenlijk ook wel, maar als ik echt moest kiezen, dan koos ik voor mijn patiënten.'