'Magnus' op DOCVILLE: achter de schermen bij ‘the Mozart of chess’

Docurecensie

28 maart 2017
Recensie
Er was op zich niet veel nodig om het verhaal van Magnus Carlsen, de hoogst geklasseerde schaker aller tijden, tot een goede documentaire te verwerken.

Zijn verhaal leest dan ook een beetje als een sprookje - van kinds af aan speelt hij mee met grote toernooien tegen figuren die vele malen ouder zijn dan hemzelf. Op zijn veertiende houdt hij de illustere grootmeester Garry Kasparov, die op dat moment al twintig jaar de schaakwereld domineert, na een gewaagde partij op remise.

In de daaropvolgende jaren pikt hij tal van titels op. In 2013 zegeviert hij op semi-miraculeuze wijze in het kandidatentoernooi, waarvan de winnaar het mag opnemen tegen de regerend wereldkampioen. Magnus sleept ons door deze razendspannende episode en toont daarbij hoe de jonge grootmeester vatbaar was (en is?) voor grootmeesterschaakstress.

Enkele maanden later neemt Magnus het op tegen heersend kampioen Vishwanathan Anand voor de wereldtitel. Die wedstrijd, in het Indiase Chennai, vormt de climax van de documentaire. Zelfs de onwetende toeschouwer weet dan eigenlijk al wie er aan het langste eind zal trekken.

De tweekamp Anand-Carlsen, een strijd tussen een computermatige stijl (Anand) en een intuïtieve manier (Carlsen) van schaken, finaliseert het schaakportret van de documakers: Carlsen schaakt vanuit intuïtie en slaagt erin Anand uit de comfort zone van ingestuurde spellijnen te halen.

It's lonely at the top

De documentaire schuwt wijselijk de al te technische kant van het verhaal, en zet dubbel in op het menselijke luik. Zo krijgen we beelden te zien van een introverte zesjarige Magnus tijdens een familie-uitstap en zien we hem even later in de zetel doodleuk Donald Duck-strips lezen.

Magnus brengt, dankzij een ijverig filmende familie, een weelde aan dit soort archiefbeelden naar voren, en het zijn net deze beelden die van de documentaire meer maken dan een verhaal dat enkel maar over schaken gaat. De kijker valt geleidelijk aan voor de charmes van Carlsen, met zijn alleszeggende mimiek en aandoenlijke lichaamstaal.

Bij momenten krijgen we dan ook een erg kwetsbare Carlsen voorgeschoteld. Als kind wordt hij gepest en vindt hij maar moeilijk een plaats. Zijn eerder teruggetrokken aard maakt hem vaak erg eenzaam. Ondanks de steun van zijn familie zijn er veel zaken waar hij simpelweg niet over kan praten. ‘Je weet dat het uiteindelijk allemaal van jou afhangt’, zegt Carlsen. Het is een cliché, maar it’s lonely at the top.

De enorme druk waar Carlsen - en elke topschaker - mee moet omgaan wordt prachtig in beeld gebracht. Al te vaak zie je Carlsen ongemakkelijk heen en weer schuiven op een persconferentie, stiekem alweer een volgende partij spelend in zijn hoofd.

Alle sérieux ten spijt is Magnus ook gewoon een erg grappige documentaire, met beelden die voor zich spreken. Zo krijgen we Carlsen als klein veertienjarig mannetje in een fleecetrui te zien op het podium van een schaaktoernooi, waarna hij stelselmatig omsingeld en verdrongen wordt door grootmeesters als Karpov, Kasparov of Short. Langzaam verdwijnt de veertienjarige achter de reclamebanner van het toernooi. Ook de beelden van de aankomst van Carlsen in de luchthaven van Chennai, waar de grootmeester op uitermate enthousiaste maar chaotische wijze wordt ontvangen, lokken heel wat gelach uit.

Al die ingrediënten samen maken van Magnus een bijzonder toegankelijke documentaire, die, net als Carlsen zelf, het potentieel heeft om een hele nieuwe generatie warm te maken voor de schaaksport.

Magnus speelt nog woensdag 29 maart om 17u in ZED-Vesalius.