Navraag: Jozef De Kesel

'Geloof is een zekerheid, maar niet in de rationele zin van het woord'

19 November 2016
Interview
Aartsbisschop Jozef De Kesel is drukbezet deze dagen. Afgelopen zaterdag werd hij in Rome benoemd tot kardinaal. Veto kon hem interviewen een dag voor hij op het vliegtuig stapte.

U wordt zaterdag kardinaal. Ervaart u dat als een grote eer?
De Kesel: ‘Absoluut. Ik was zeer verrast toen ik het hoorde. Nog geen jaar geleden werd ik aartsbisschop in Mechelen en dat vond ik al welletjes. Ik zat op de bus naar de luchthaven na afloop van de Europese bisschoppenconferentie toen men mij kwam vertellen dat de paus op het Sint-Pietersplein mijn naam had vernoemd bij de nieuwe kardinalen. Toen ik uit het vliegtuig stapte op Zaventem, stonden daar al journalisten. Ze geloofden niet dat ik van niets wist.’

Wat betekent de functie van kardinaal concreet?
‘In feite is het geen functie. Kardinaal zijn is iets dat erbij komt. De allereerste opdracht van het kardinalencollege is dat het de opvolger van de paus benoemt. Daarnaast zal ik waarschijnlijk regelmatiger vergaderingen in Rome bijwonen, maar mijn taak blijft die van aartsbisschop hier.’

Franciscus staat bekend als een open, tolerante paus. Is het christendom dat hij vertegenwoordigt de toekomst?
‘Ja. Ik heb veel achting voor de paus. Ik bewonder de energie die hij heeft, wat hij zegt en doet. In het begin kan je denken ‘nieuwe mesjes snijden goed’, maar het blijft duren. Hij heeft een gevoelige snaar geraakt en is voor vele mensen een teken van hoop. Ook voor mij. Ik ben geraakt dat deze paus mij bij zijn onmiddellijke medewerkers heeft gekozen.’

‘Soms denk je weleens dat het ook allemaal niet waar zou kunnen zijn’

De Kerk vandaag

Hoe ziet u de houding van jongeren ten opzichte van de Kerk vandaag?
‘Heel wat jonge mensen zijn op zoek. Toen ik jong was, was het geloof vrij vanzelfsprekend en de Kerk zeer bevoogdend. Vandaag leven we in een samenleving waarin de mens het leven ontdekt, zijn eigen lot in handen neemt. Hij moet wel iets doen met die vrijheid en dat is niet zo eenvoudig.’

‘Jonge mensen hebben een zekere onbevangenheid: ‘Het geloof, why not?’ Ik denk dat we niet zo negatief moeten zijn over onze tijd. Het verleden was veel comfortabeler voor de Kerk, maar de Kerk kan ook over te veel macht beschikken. Vandaag is godsdienst niet meer maatschappelijk vanzelfsprekend, maar het is ook niet weg. Er zijn veel mensen die zich vragen stellen, en veel jongeren. Ik zeg niet dat ze het allemaal bij ons vinden, maar sommigen wel.’

Staat de vrijheid waarover u spreekt niet in contrast met de Kerk die toch het etiket heeft star te zijn? De misvieringen op zondag blijven dezelfde formule volgen.
‘Je kunt niet verwachten dat de eucharistie iedere keer anders is. Vergelijk het met een ontbijt. Het is een ritueel dat zich afspeelt. Als ik in een hotel ben, sta ik daar te kijken naar het buffet. Wie eet dat nu allemaal op? Ook feestvieren gaat om rituelen. Natuurlijk zal ieder feest gekleurd zijn door de omstandigheden. In die zin is er wel verscheidenheid in de liturgie: het zijn nooit dezelfde lezingen.’

‘Ik zou het niet zozeer zoeken in uiterlijke veranderingen, wel veranderingen in de diepte. Je kunt bij de voorbeden zomaar iets aflezen, maar je kunt ook samenzitten en je afvragen voor wie en voor wat je gaat bidden.’

U had het net al over de pluralistische samenleving. Hoe ziet u de dialoog met andere godsdiensten concreet?
‘Dat is zeer belangrijk. De basis van elke religieuze overtuiging, van elke echte overtuiging is de vrijheid. Als ik u zeg ‘zo moet je denken’, dan denk je niet meer. Het fundament van de moderne cultuur is het respect voor de vrijheid van de ander. Maar om elkaar te respecteren moet je elkaar ook kennen. Daarom is de interreligieuze dialoog zo belangrijk. Moslimgelovigen die in je wijk wonen mogen geen vreemden blijven. Als we elkaar niet kennen, dan wordt het gevaarlijk. Dan zit je in de dialectiek van zij en wij. We moeten de samenleving gezamenlijk in onze verscheidenheid opbouwen. In het Frans zeggen ze dat mooi: ‘il faut vivre ensemble, mais aussi construire ensemble’.’

Ondertussen verrijzen overal moskeeën, terwijl kerken hun functie verliezen. Knaagt dat toch niet?
‘Het is normaal dat er ook moskeeën bestaan. En wij zijn het niet die de kerken sluiten. Als alle autochtonen naar de mis zouden gaan, dan zouden er geen kerken gesloten worden. We moeten daarin wel voorzichtig zijn. De kerk is een huis voor iedereen. Mensen vinden er stilte, een beetje rust in onze hectische samenleving. De overheid begrijpt dat en zorgt voor een goed evenwicht van kerken en moskeeën. Maar het kost ook veel geld en we kunnen niet alles bewaren. De grote infrastructuur die we uit het verleden hebben overgeërfd is bedoeld voor een situatie die vandaag niet meer dezelfde is.’

‘De grote waarde van het kerkgebouw is dat het niet functioneel is. Zoals alle diepe dingen van het leven niet functioneel zijn. De stilte, daar doe je niets mee, maar dat heb je wel nodig. De zondagsrust is bedreigd vandaag. Men bestempelt het als nutteloos, je zou veel kunnen doen. Maar daar gaat het net om: soms is het heel belangrijk om niets te doen.’

'Geloof is nooit een totaal veilig bezit'

Het leven van een aartsbisschop

Is uw eigen geloof rotsvast of heeft u ooit getwijfeld?
‘Ik heb alleszins nooit vertwijfeld. Ik begrijp dat dat kan; je kunt het geloof vinden, maar ook verliezen. Geloof is nooit een totaal veilig bezit. Het geeft zin aan je leven en handelen en als dat aangetast wordt, zit je in een existentiële crisis. Dat heb ik niet meegemaakt, maar soms denk ik wel: ‘tja, het zou toch wel allemaal niet kunnen waar zijn’. God is geen evidentie.’

Geloven, wat betekent dat voor u?
‘Het is een vertrouwen, een overgave. Geloof gaat niet om het aanhangen van een bepaalde overtuiging. Het is een zekerheid, maar niet in de rationele zin van het woord. Liefde kun je ook niet wetenschappelijk onderbouwen. Maar als je begint te denken dat het niet bestaat, kom je terecht in een existentiële crisis. Stel je ouders voor die een gehandicapt kind hebben en daar alles voor doen. Als je aan die mensen zegt dat wat ze doen puur instinctmatig gedrag is, dan neem je de grond onder hun voeten weg.'

'Iets dergelijks is dat bij mij voor God. De werkelijkheid waarin wij leven, is te groot en mysterieus om ze alleen via rationele weg te verklaren. Er zijn dingen die aan de ratio ontsnappen. De liefde, de kunst. Neem het schilderij van Vincent Van Gogh, zijn slaapkamer in Arles: een bed, een stoel, een beetje zon en een venster. Dat is niets, maar dat is enorm. Voor mij is de wereld niet alleen meer dan wat we zien, maar is er ook iemand die ons gewild heeft en die mijn leven zin geeft.’

Een dag in het leven van Jozef De Kesel, hoe ziet die eruit?
(lacht) ‘Zoals u ziet. Die dag begint rond kwart na zes. Ik start met een halfuur stil gebed en woon vervolgens de eucharistieviering bij in beperkte kring. Dan kom ik naar mijn bureau, als ik niet ergens moet zijn. Ik doe de correspondentie of ontvang mensen. Er zijn natuurlijk ook veel dagen waarop ik weg ben. Je hebt een bestuursfunctie als bisschop, en dus moet je met de betrokken mensen samenkomen. '

'Zondag was ik in Brussel om het heilig jaar te sluiten. Vanavond heb ik ook een conferentie in Brussel. Morgen moet ik naar Rome. Kort nadat ik terugkeer, moet ik alweer naar de grote synagoge in Brussel. Het is zeer gevarieerd. Het mooie van de opdracht bestaat in de contacten met zoveel verschillende mensen.’

'Het geloof is nooit alleen een kwestie tussen mij en God. Als je God vindt, vind je de anderen'

Geloven doe je niet alleen

Is het noodzakelijk dat het geloof een gemeenschapsgebeuren is?
‘Ja. Het christelijk geloof is kerkelijk. Kerk betekent gemeenschap. Je kunt niet alleen christen zijn. Als je God vindt, dan vind je ook broeders en zusters. Het geloof is nooit alleen een kwestie tussen mij en God. God stuurt je altijd naar de anderen.’

Nochtans ligt de nadruk nu meer dan vroeger op de persoonlijke belevenis van God.
‘Dat klopt, maar dat is geen tegenstelling. Er is geen kerkvorming als die niet op basis van een persoonlijke, vrije overtuiging is. De liturgie veronderstelt het persoonlijk contact met God. Als het gebed je totaal vreemd is, gaat dat in de liturgie niet plots lukken. Dat ga je niet oplossen met de structuur te veranderen.’

Katholieke universiteit

Om af te sluiten, een vraag over onze geliefde alma mater: waarvoor staat de K in KU Leuven nog? Wat betekent die katholieke insteek in een universiteit die toch in staat moet zijn onafhankelijk onderzoek te doen?
‘Het is duidelijk dat de universiteit de academische vrijheid heeft. Zij moet niet ideologisch bepaald zijn. Het geloof is geen ideologie. Het is heel belangrijk dat in ons land op alle niveaus plaatsen zijn waar het geloof bespreekbaar is. Je moet het niet verwachten van elke universiteit, maar het is goed dat er een katholieke universiteit is. Een universiteit waar het christelijk geloof, de christelijke cultuur, de christelijke waardebeleving als zodanig in het naar buiten treden van de universiteit en in de manier waarop ze zich organiseert aanwezig is.'

'Ik zorg dat ik bij de opening van het academiejaar aanwezig ben. Uiteraard ga ik mij niet bemoeien met het effectief reilen en zeilen van de universiteit. En natuurlijk is mijn aanwezigheid voor een groot stuk symbolisch, maar symbolen zijn wel belangrijk. Het zegt waarvoor we staan. Ik denk dat er ook in een seculiere cultuur universiteiten mogen zijn waar het christelijk geloof aanwezig en bespreekbaar is. Met een grote openheid op de cultuur.’