'Persoonlijke films zijn vaak het uniekst'

Interview: Tim Mielants

29 september 2019
Interview
Auteur(s): Remo Verdickt
Na zijn werk als regisseur bij binnen- en buitenlandse series als Code 37 en Peaky Blinders levert Tim Mielants een fenomenaal filmdebuut af met De Patrick. Wij vroegen hem de kleren van het lijf.

In Tim Mielants' De Patrick speelt Kevin Janssens het titelpersonage, een introverte bijna-veertiger die woont op de Ardeense nudistencamping van zijn ouders. Wanneer op korte tijd zowel Patricks favoriete hamer zoek raakt als zijn vader overlijdt, belandt onze held in een existentiële crisis. De speurtocht naar het vermiste werktuig vormt de basis voor een odyssee vol absurde humor en beeldende poëzie, die een stuk meer om het lijf heeft dan zijn hoofdpersonages. 

De afgelopen jaren heeft u reeds een stevige internationale reputatie uitgebouwd in het tv-landschap. Vanwaar dan uw keuze om voor uw debuutfilm naar België terug te keren?
Tim Mielants: 'Het is een film waar ik al lang mee bezig was. Sommige mensen vroegen mij waarom ik niet volledig in het Engels wou draaien. Dat heeft allemaal te maken met die zo aanwezige jeugdherinnering. Ik denk dat daar de taal - het Frans, het Nederlands, het Duits, het Hollands - een belangrijke plaats in heeft. Het was de bedoeling om een persoonlijk verhaal te vertellen en daar was de taal natuurlijk een onderdeel van.'

Toch injecteerde u wat star power door internationaal gezicht Jemaine Clement te casten als de in de Ardennen verdwaalde rockster Dustin Apollo. Vanwaar die keuze?
'Voor mij is Jemaines personage een extreem ambitieus iemand die aan het andere eind van het spectrum staat dan Patrick, die eigenlijk geen ambities heeft. Ik wou die extreme polen tegenover elkaar zetten. En als het gaat over verregaande ambitie en wereldberoemd zijn, dan is het Engels daar een onderdeel van.'

'Ik ben een gigantisch grote fan van Jemaine en heb het geluk gehad om met hem te werken. Het was wel surreëel dat hij nu opeens naar een Belgische set kwam (lacht). Hij is trouwens ook naakt gegaan. In de Angelsaksische wereld hebben ze doorgaans wat meer problemen met bloot, maar Jemaine zag al die acteurs ervoor gaan en hij zei: “Fuck it, ik ga het ook doen!” We hebben het alleen niet gebruikt, omdat we ons harder op Patrick zelf wilden concentreren.'

'Hyperexistentiële gedachten ontstaan wanneer de meubelmaker een hamer mist: dan begint hij écht na te denken'

Na al die ervaring met het verfilmen van door anderen geschreven tv-scenario’s zoekt u nu met dit zelfgeschreven filmscript erg intieme oorden op. Dat lijkt me geen evidente keuze.
'Persoonlijke films zijn vaak het uniekst. Ik wilde een film maken die andere mensen niet maken en dat kan je enkel door één ding te doen: zo eerlijk en persoonlijk mogelijk iets afleveren dat dicht bij jou staat. Vaak heb je niet veel films in je zitten. Denk maar aan Lukas D’hondt; Girl is ook iets heel persoonlijks. Maar ik denk dat een reeks als Peaky Blinders ook heel persoonlijk is op een andere manier. Ik onderzoek altijd mensen en thematieken die ik denk te begrijpen. Anders begin ik er niet aan.'

De Patrick mixt een typisch Vlaamse kneuterigheid met droge, Waalse, absurde humor en een erg internationaal aanvoelende visuele stijl. Hoe vond u de balans tussen al die elementen?
'Ik denk dat dat opnieuw te maken heeft met dat persoonlijke: iedereen kan iets unieks vertellen als hij heel eerlijk is met zichzelf. Bij mij spelen die elementen die je net opsomt allemaal een rol. Ik denk dat het Vlaamse element heel hard terugkomt in de periode waarin de film zich afspeelt, namelijk 1985. De personages die 40 zijn in 1985 zijn geboren in de jaren 40; oorlogstijd dus. Dat is een heel andere mentaliteit dan het personage van Josse De Pauw: die is 70, iemand die geboren is nog voor de jaren 20 (Josse De Pauw speelt de vader van Patrick, red).'

'Dat zijn zo'n beetje de mensen die ik als kind gezien heb. In die herinneringen zit inderdaad een soort Vlaamse kneuterigheid, of er valt alleszins een diep Vlaams aspect in te ontdekken. De film is eigenlijk een optelsom, een kruisbestuiving tussen buitenlandse ervaringen, mijn persoonlijke ervaringen sedertdien, en tegelijkertijd het zesjarige kind in de jaren 80 dat naar boven komt.'

'Werken op de set is flexibel zijn. Alsof je een spiegelei wil maken, en er een roerei van maakt wanneer dat niet lukt'

Het enorme oog voor detail valt in De Patrick meteen op: elk element, hoe klein ook, zit perfect op zijn plaats. Zijn dat zaken die u en de crew vooraf perfect gepland hadden of was er ruimte voor improvisatie? U wou eerst ook elders filmen, niet?
'Aanvankelijk wilde ik in Frankrijk filmen. Ik ben teruggegaan naar de plek zelf, maar ik was ontgoocheld door de bossen. Als kind loop je daar rond en denk je: “Wauw, dat is fantastisch”. Nu was ik redelijk teleurgesteld. “Is het dít maar?” En dan liep ik in België tussen die hoge kathedraalbomen die je ook in de film ziet. Die hebben zoveel diepte en perspectief. Ik vond ook dat deze plek eigenlijk beter aansloot bij mijn jeugdherinnering dan de feitelijke plek van mijn jeugd. Ik heb mezelf dus toegelaten mijn subjectieve ervaring te respecteren, eerder dan wat er echt gebeurd is. Dat vond ik ook interessanter.'

'En ja, er is goed voorbereid. We hebben allemaal met heel talentvolle mensen gewerkt die heel veel goede ideeën hadden. Sommigen onder hen zijn ook van de jaren 80 en voelden de sfeer goed aan. Maar natuurlijk kan je niet op alles voorbereid zijn. Soms zijn er zaken op de set die gewoon niet werken en dan moet je die durven veranderen. Werken op de set is flexibel zijn. Het is alsof je een spiegelei wil maken en wanneer dat niet lukt, je er maar een roerei van maakt.'

Hoe gaat u om met naakt op de set, zeker in tijden van #MeToo? Was u nooit bang dat er misschien toch iemand zich niet op zijn gemak zou voelen bij dergelijke scènes?
'Euh … neen. (lacht) Er waren in elk geval geen gsm’s toegelaten op de set. Bij een bepaalde gevechtsscène realiseerde ik me natuurlijk wel altijd dat één van de acteurs 70 jaar oud is. Hij is heel hard gegaan voor die scène en ik zat er wat mee. Bij gevechtsscènes dragen acteurs meestal iets onder de kleren om hun val te breken, maar je begrijpt dat dat hier niet kon. En deze acteur heeft zich zó gesmeten, dus dat was toch wel bang afwachten… Hij heeft me nooit verteld hoe hij zich de dag erna voelde, maar ik probeerde er in elk geval rekening mee te houden.'

'Ik heb mezelf toegelaten mijn subjectieve ervaring te respecteren eerder dan wat er echt gebeurd is'

De film laat veel ruimte voor interpretatie. Waar trok u de grens tussen bewuste vaagheid en het aanreiken van clous waarmee kijkers aan de slag kunnen? 
'Ik hou wel van het idee dat hoe harder je jezelf in een hoek duwt, hoe universeler de interpretatie of het gevoel wordt. Dat vond ik iets interessants om vanuit te vertrekken. Dikwijls creëer je een universele interpretatie als je dieper en dieper op iets abstracts ingaat. Daar ben ik wel mee bezig geweest, vooral in het schrijfproces. We voelden dat we hints wilden geven. Wat moet je doen met je leven en met volwassen worden, wat met je identiteit...? Tegelijkertijd ondervonden we ook dat als we daar te letterlijk over waren, het minder interessant werd. Door extreem lang op die ene hamer te blijven hameren, vertelden we net iets breder, iets filosofischer. Het blijft misschien iets conceptueels, maar tegelijk kunnen mensen het harder als metafoor gaan gebruiken.'

En waarom dan precies een hamer?
'Ik heb een vriend die filosofie studeert. Toen ik aan het schrijven was, vertelde die vriend me dat dat de grote filosofie is van Nietzsche, de hamertheorie. De idee van hyperexistentiële gedachten ontstaan wanneer de meubelmaker een hamer mist: dan begint hij echt over de diepere vragen van het bestaan na te denken. Toen ik dat hoorde, dacht ik: "Aha, dat is cool!" (lacht)'

'Natuurlijk moet het niet altijd zo diep gaan. Wat ik zo fijn vind aan de film is dat je hem op verschillende niveaus kan bekijken. Je kan De Patrick gewoon zien als een whodunnit, ook al zijn we daar op het einde met opzet van weggebleven om zo ook iets breder en opener te concluderen. Je kan de film als een komedie bekijken, als een thriller, maar je kan De Patrick ook als een filosofische film beschouwen. Dat vind ik wel fijn.'

'Ik denk dat blij zijn met wie je bent … het klinkt misschien wat melig, maar ik denk dat daarin een groot geluk zit'

Die ondefinieerbaarheid gaat ook op voor Patricks persoonlijkheid. Het personage is niet gewoon iemand met een autismestoornis: de film blijft bewust vaag over wat er nu precies met hem aan de hand is en wie hij was, tot aan de gebeurtenissen van de film toe.  
'Ik heb dat soort figuren altijd een warm hart toegedragen. Hoe ik het zie is dat Patrick eigenlijk door iedereen wordt geapprecieerd en geniet van het leven zoals het is. Hij is alleen misschien wat teruggetrokken en overgevoelig. Dat de hamer in het begin weg is bijvoorbeeld, wordt pas een probleem wanneer zijn vader sterft. In die zin vind ik het label 'autisme' niet kloppen, omdat Patrick er niet van meet af aan obsessief mee bezig was. Het is een manier om te ontsnappen aan die gevoelens, aan die grote vragen die opkomen wanneer iemand sterft. Zoals andere mensen dat bijvoorbeeld doen door in het werk te duiken of in de alcohol te vliegen.'

Op een bepaald moment verwijt een personage Patrick dat het door mensen zoals hij is 'dat de wereld naar de kloten gaat'. Ik heb het gevoel dat u het net omgekeerd ziet, dat een beetje meer Patrick in elk van ons net een iets mooiere wereld zou maken.
'Inderdaad, dat klopt. Ik denk dat blij zijn met wie je bent… het klinkt misschien wat melig, maar ik denk dat daar een groot geluk in zit, terwijl ambitie net dikwijls een vorm van frustratie kan teweegbrengen. Ik vraag mij soms af of ambitie je nu eigenlijk gelukkiger maakt in het leven.’