Politieke standpunten over de hervorming van het secundair onderwijs

"We zijn twee jaar later en nog geen millimeter verder"

17 April 2016
Artikel
De hervorming van het secundair onderwijs is een langdurige discussie. Tegen de zomer zou de onderwijscommissie tot een akkoord moeten komen.

Reeds in de vorige legislatuur werd het masterplan door CD&V, N-VA en sp.a goedgekeurd. Later kwam er ook een regeerakkoord tussen CD&V, N-VA en Open Vld waarin stond dat het plan zou worden uitgevoerd. Minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) heeft er vertrouwen in dat dat ook gebeurt.

Pijnpunten

De hervorming blijkt dringend nodig vanwege enkele pijnpunten in ons secundair onderwijs. De eindtermen worden onvoldoende bereikt en veel richtingen bieden niet wat ze beloven.

Ook speelt de socio-economische achtergrond een te grote rol in het schooltraject en te veel leerlingen verlaten het onderwijs zonder diploma. “Het aantal zittenblijvers is nog steeds te hoog en zelfs onze sterkst presterende leerlingen dalen in de internationale onderzoeken,” stelt Crevits vast.

Een ander pijnpunt is de eerste graad: die werkt te weinig oriënterend en de mogelijkheden om te differentiëren zijn te beperkt.

"Het is zoveel meer dan een structuurhervorming."

Hilde Crevits (CD&V), minister van Onderwijs

Genoeg dus om een verregaande hervorming door te voeren. “Maar de modernisering van het secundair onderwijs is zoveel meer dan enkel een structuurhervorming of een discussie over de benaming of het aantal studierichtingen,” benadrukt Crevits. “We moeten er toe komen dat opleidingen evenwaardig worden beschouwd.”

ASO, TSO en BSO

Een van de grootste twistpunten tussen de partijen is het behoud van de opdeling aso, tso en bso. Het masterplan spreekt namelijk over de mogelijkheid om te evolueren naar een systeem van doorstroom- versus arbeidsmarktgericht. De invulling daarvan is echter voer voor discussie.

Sp.a pleit voor een afschaffing van de tussenschotten. Caroline Gennez, tweede ondervoorzitter van de onderwijscommissie, vindt dat kinderen moeten kiezen voor een richting op basis van hun interesses, en niet naar onderwijsvorm. “Door hun connotatie beïnvloeden de tussenschotten nog steeds die keuze.”

Voor Open VLD is het afschaffen van de tussenschotten van minder belang, aldus Jo De Ro, vast lid van de onderwijscommissie. Niet de naamsverandering of het hervormen van structuren, maar wel een concrete hervormingsaanpak is nodig. “Zo moeten we bijvoorbeeld weg van de B- en C-attesten die het watervalsysteem en de schoolmoeheid enkel bestendigen.”

“Waarom termen afschaffen die duidelijk zijn en die iedereen kent?” vraagt Koen Daniëls, eerste ondervoorzitter van de onderwijscommissie voor N-VA, zich af. “We steken onze tijd beter in gerichte maatregelen waarvan we weten dat ze kans hebben op slagen, zoals inzetten op Nederlands voor zij die thuis geen Nederlands spreken.”

Brede eerste graad

Naast het weghalen van de tussenschotten is er ook discussie over een verbreding van de eerste graad. Sp.a is voorstander van een brede eerste graad met een gemeenschappelijk curriculum. Volgens Katia Segers, plaatsvervangend lid van de onderwijscommissie, is twaalf jaar veel te jong om al te kiezen welke kant je verdere leven op zal gaan. “In die eerste graad zouden leerlingen moeten kunnen proeven van alles, om dan te kiezen op basis van hun talenten en interesses.”

"Ons onderwijs is vierde in Europa en zevende in de wereld"

Koen Daniëls (N-VA), eerste ondervoorzitter onderwijscommissie

Crevits is hierover duidelijk: “Een goede eerste graad moet verhinderen dat leerlingen al zeer vroeg onomkeerbare keuzes moeten maken. Maar een brede eerste graad zonder richtingen, waarbij elke leerling exact hetzelfde programma krijgt, komt er zeker niet.”

De N-VA ziet het idee als tabula rasa maken met een goed werkend systeem. “Ons onderwijs is vierde in Europa en zevende in de wereld,” aldus Daniëls. Volgens hem komen er problemen kijken bij zo’n brede eerste graad. “In de praktijk betekent het dat je sterk verschillende leerlingen te lang gaat samenhouden. Dat is onhoudbaar: de sterkste leerlingen worden niet uitgedaagd en de zwakkere kunnen niet mee.”

Gennez spreekt dat argument tegen: “Elk onderzoek wijst uit dat jongeren wijzer kiezen op hun veertiende en dat dat helemaal geen nivellering meebrengt.”

Zij wil de lat hoger leggen voor alle jongeren en via maatwerk jongeren die getalenteerd of cognitief sterker zijn een extra uitdaging geven. “Maar dat moet los staan van de richting waar men voor kiest.”

Politieke drempels

De meningsverschillen tussen de partijen geven de indruk dat het binnen de onderwijscommissie spaak loopt. Recent nog maakte Gwendolyn Rutten de opmerking dat de hervormingen zich veel te weinig focussen op het basisonderwijs, wat niet in goede aarde viel bij minister Crevits.

De Ro verdedigt zijn voorzitter: “Onderzoek toont aan dat de leerachterstand al ontstaat in de kleuterklas.” Enkel inzetten op het hervormen van het secundair onderwijs, is dus achter de feiten aanlopen. “We moeten de fundamenten aanpakken,” meent hij.

“Aan het einde van vorige legislatuur was er een groot draagvlak voor de hervormingen en nu zijn we twee jaar later nog geen millimeter verder,” stelt Caroline Gennez vast. “Dat is schuldig verzuim.”

“Wij willen geen dingen naar buiten brengen die in de praktijk niet uitvoerbaar blijken,” verantwoordt Daniëls de houding van zijn partij.

Ondanks de sterke meningsverschillen werkt de vergadering volgens Crevits goed samen. “Het vormgeven van het secundair onderwijs van de toekomst, daar ga je zorgzaam mee om,” repliceert Crevits op de kritiek dat het allemaal te traag gaat. “Bovendien is 75 procent van de maatregelen uit het masterplan in uitvoer of reeds uitgevoerd.”

Veto sprak ook met Lieven Boeve van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen (klik hier) en Raymonda Verdyck van het gemeenschapsonderwijs (klik hier) over de onderwijshervormingen.