Recensie: Inoah

Hypnotiserende, grenzeloze gevoelens

12 October 2019
Recensie
Auteur(s): Margot Blomme
Negen oktober strijkt het wereldberoemde Grupa de Rua van Braziliaanse choreograaf Bruno Beltrão neer in 30cc. In de hypnotiserende dansvoorstelling Inoah gaan esthetiek en politiek hand in hand.

Een straal champagnekleurig licht valt door de kier van een deur op het podium. Althans, zo lijkt het toch. Stofdeeltjes dwarrelen in het lichtgordijn naast twee dansers die in het schemerdonker een intimistische choreografie inzetten. Hun tedere gebaren groeien onder de begeleiding van trage, onheilspellende muziek uit tot grotere, meer uitgesponnen energieke bewegingen, die spelen met de ‘lichtgrens’ op de podiumvloer. 

De dansers gaan in dialoog met deze grens, ze wordt overgestoken, verlegd, vervormd tot een spiegel, een barrière... Braziliaanse choreograaf Bruno Beltrão maakt gedurende de volledige opvoering vernuftig gebruik van de belichting om concepten zoals centrum en marge, spotlight en schaduw, vechten en vluchten – die ook in de choreografie zelf centraal staan - naar de voorgrond te brengen.

De grens is inderdaad een centraal gegeven, gezien Beltrão voor deze opvoering zijn inspiratie vond bij de beweging van mensenlichamen, in het bijzonder in het idee van massamigratie. In zijn deconstructie van hiphop en breakdance, door onder andere de vermenging met moderne dans, laat Beltrão’s tienkoppige Grupo di Rua een heel spectrum aan menselijke emoties zien.

Bovenal lijkt INOAH een ode aan de (fysieke én mentale) veerkracht van de mens

De intieme en tedere gevoelens van het begin van de opvoering worden met verloop van tijd vervangen door meer heftigere bewegingen die samengaan met agressie en angst. De dansers springen op het podium, doen headspins, lijken een gevecht aan te gaan maar gaan halverwege de aanval dan over naar slow motion of een volledige verstijving… De dansers duwen en dragen elkaar, stoten af en trekken terug aan.

Sommige bewegingen lijken zelfs volledig ongecontroleerd en roepen zo ook associaties op met waanzinnigheid en obsessie. Bovenal lijkt Inoah een ode aan de (fysieke én mentale) veerkracht van de mens. De dansers vallen op hun handen, rug en zelfs hoofd, maar kaatsen telkens in een sierlijk vloeiende beweging terug omhoog.

Beltrão focust naar eigen zeggen meer op het esthetische aspect van zijn choreografieën dan op het socio-politieke, en inderdaad het beeldend artistieke aspect van Inoah mag zeker niet ongenoemd gaan. De tien gespierde Braziliaanse dansers zijn gekleed in gewaden, die allen een verschillende terracottakleur hebben. De kledij vloeit mee met de bewegingen en creëert een dansend kleurenpalet die is een streling voor het oog – hoewel (of juist doordat) de harmonieuze kleuren botsen met de vaak asymmetrische, discordante dansbewegingen. 

​De dansers pleiten voor de vrije beweging van mensenlichamen, die – in een steeds toenemend xenofobe en rechtse maatschappij - al te vaak beperkt wordt

Toch kan er niet naast de politieke en pijnlijk actuele insteek van Inoah gekeken worden. De dansers pleiten voor de vrije beweging van mensenlichamen, die – in een steeds toenemend xenofobe en rechtse maatschappij - al te vaak beperkt wordt. Een evolutie die de dansers zelf jammer genoeg ook moesten ondervinden tijdens hun bezoek aan Gent voor hun optredens in kunstencentrum Vooruit. 

Tourmanager Nico Fernandes deelde op zijn Facebookpagina zijn ongenoegen over het bezoek van de Braziliaanse dansgroep aan de Gentse binnenstad. Na hun optreden wouden de dansers het nachtleven gaan verkennen, maar hun feestvreugde werd algauw in de kiem gesmoord toen ze voor een identiteitscontrole werden tegengehouden door de politie omdat ze ‘te traag wandelden’. Daarna werden – zo vertelt Fernandes – de dansers tot driemaal toe en zonder grondige reden de toegang tot verschillende clubs geweigerd.

De ‘lichtgrens’ van de scène verplaatste zich voor Grupo di Rua zo naar de dagdagelijkse realiteit. Het voorval van discriminatie maakt duidelijk dat aanklachten tegen de beperking van bewegingsvrijheid, zoals we die impliciet in Inoah terugvinden, nog steeds broodnodig zijn. Ik kan enkel maar hopen dat de dansers gereageerd hebben met dezelfde veerkrachtigheid en strijdlust die van hun optreden in de Schouwburg spatte.