Ronkend koper en generische soundscapes

Recensie: openingsconcert academiejaar KU Leuven

23 september 2019
Recensie
Auteur(s): Anna Poels
Met het concert 'Zoeken naar oneindigheid' is maandagavond het academiejaar en een nieuwe editie van Festival 20·21 ingezet. Het ongewone programma bleek helaas te uitdagend om goed te volbrengen.

De doelstellingen van Festival 20·21 zijn niet min: onder de noemer 'muziekklassiekers van morgen' wil het festival muzikale vertrouwdheid overstijgen en het onbekende aftasten. Dit uit zich in een veelzijdig en pittig programma en de expliciete ambitie om 'de intensiteit van de artistieke beleving zelf aan te scherpen', aldus Maarten Beirens en Pieter Bergé, artistieke leiders achter 20·21. The Antwerp Symphony Orchestra en topensembles als het Pavel Haas Quartet, het Goeyvaerts Trio en het Oxalysensemble staan hierbij in voor muzikale excellentie. 

Voor het openingsconcert waren de verwachtingen dan ook hooggespannen – ensembles Trombone Unit Hannover en Krausfink Percussion stonden voor een uitverkochte PDS, het publiek was opgetogen en gevarieerd. Op het programma: een experimenteel octet van hedendaags componist Georg Friedrich Haas en een arrangement van Holsts populaire orkestsuite The Planets, voor maar liefst acht trombones en percussie.

Het fijngelaagde, mysterieuze werk van Holst versnipperen is een slechte keuze gebleken

Afwisselend werd een stukje planeet en een stuk uit Haas' octet opgevoerd, daartussen telkens een soundscape-interlude. Eerste planeet Mars, the Bringer of War toonde zich met haar onheilspellende en grootse karakter geschikt voor het ronkende geluid van de acht trombones. Die eerste ronde was je als luisteraar mee met de combinatie van Haas' experimentele klanken en de radiostatische ruis die uit de boxen kwam.

Chaotische versnippering

De beoogde astronomische invalshoek was duidelijk: motieven van weidse ruimte, harmonische kosmos en de elektronische geluiden van ruimtevaart en technologie werden haast op een presenteerblaadje aangeboden. Als vanzelf kwamen de ruimtedocumentairebeelden je voor de ogen. De muziek kon zich hierbij helaas niet onttrekken aan een soundtrack met een hoog National Geographic-gehalte en schurkte zelfs tegen vage Star Wars-vibes aan.

Het fijngelaagde, mysterieuze werk van Holst versnipperen over kleine secties is simpelweg een slechte keuze gebleken. Na het derde intermezzo kon Haas' hermetisch klankengebrom eigenlijk niet meer boeien en ook de soundscapes veroorzaakten eerder een soort pauzegevoel waardoor het publiek maar wat ging fluisteren. Het enige live gespeelde interlude kwam wel sterk uit: de dialoog tussen de twee percussionisten hield je op de toppen van je tenen maar zette ironisch genoeg de banaliteit van de afgespeelde interludes in de verf.

Wie 'The Planets' al kende snakte naar de gelaagdheid van de orkestversie

Het slagwerk toonde zich het sterkste element van de opvoering, met een essentiële rol in de mooiste passages. In deel Venus, the Bringer of Peace vonden rond xylofoon en buisklokken alle trombones hun draai en wervelde de muziek van het podium. Ook passages uit Saturn, the Bringer of Old Age toonden hoe zo'n arrangement een nieuw licht op stukken kan laten schijnen en nieuwe lijnen in de muziek kan laten oplichten. Zulke momenten waren echter veel te dun gezaaid. Al te vaak werd het stuk een solide muur van klanken waarin de muzikale lijnen gewoonweg niet overkwamen. Wie The Planets al kende snakte naar de gelaagdheid van de orkestversie.

De vraag voorafgaand aan de opvoering was: kunnen enkel trombones en percussie het aan om  De Planeten van Holst - in verkapte versie dan nog wel - te dragen, en daarbij te overtuigen? Het antwoord bleek afgelopen maandag negatief. Schaarse momenten van dreiging en mysterie konden niet compenseren voor het geheel. De soms logge tromboneklanken kregen de emotie en de muziek niet van de grond. Het zoeken naar oneindigheid raakte wat jammerlijk verloren tussen de bankjes van de PDS.

Gerelateerde Artikels