Rudi Vranckx: 'We hebben het niet geweten is geen excuus in deze tijd'

Navraag

08 oktober 2018
Interview
Barboek, de ideale locatie voor een serieus, maar ook geanimeerd gesprek. Gesprekspartner: Rudi Vranckx, die onlangs een boek uitbracht over zijn 30-jarige carrière als oorlogsverslaggever.

Waarom heeft u dit boek nu uitgebracht? Want ik veronderstel niet dat u wilt stoppen.

'Nee nee. U moet niet denken dat het een soort van memoires zijn. (lacht) Ik heb mij geïnspireerd op een boek van Martha Gellhorn, Het gezicht van de oorlog. Zij is iemand die vorige eeuw veertig jaar verhalen schreef uit oorlogstijd. Zij schreef op een heel betrokken manier, die naar menselijke verhalen op zoek ging, bijvoorbeeld toen ze als een van de eersten de kampen binnen ging van de Holocaust. Men vroeg me: “Waarom maak je geen boek? Jij doet dat nu ook dertig jaar.” Het is daar bijna het gevolg op.'

Op eerste zicht lijkt het ook een soort geschiedkundig werk - kunnen we het zo zien?

'Het is een mengeling. Het gaat over de grote blokken van conflicten die in die dertig jaar onze tijd en mijn leven bepaald hebben. Maar het is ook mijn indruk daarvan. Wat waren de grote stroomversnellingen van die dertig jaar? Ik vind ook dat ik recht van spreken heb om na dertig jaar te praten over hoe de oorlogsjournalistiek eraan toe gegaan is, hoeveel mensen in mijn stiel omgekomen zijn, hoe de regels van het internationaal recht vergleden zijn. Lessen die ik trek in oorlogen veraf. Van watch out! Ik denk, na dertig jaar, als ik het nu niet zeg, wanneer dan wel?'

U heeft het in het boek over Congo als failed state. U zegt dat er een afhankelijkheidsmentaliteit is ontstaan en dat een deel van de oplossing is dat wij, als Belgische regering, daar wat meer afstand van zouden moeten nemen.

'Ik heb de periode nog meegemaakt, tussen 1990 en 2010, dat wij ons permanent lieten gijzelen door de dreigementen van Mobutu en zijn opvolgers. Op een of andere manier hebben wij een grote morele verplichting. Ik heb geen morele verplichting. Ik wil mijn hoofd niet in het zand steken over de misdaden die er gebeurd zijn wat betreft Congo, maar… Ze hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid. Voor mij komt het van beide kanten. Wat meer afstand zou de relatie gezonder maken. Je moet het element van chantage eruit halen. Wat mij al heel lang op de lever ligt, is hoe lang wij niet over ons koloniaal verleden gesproken hebben. Toen ik geschiedenis deed, werd er verdomme niks over gezegd hé!'

'Toen ik geschiedenis deed, werd er verdomme niks over ons koloniaal verleden gezegd hé!'

Maxime Goris, de voorzitter van KVHV, heeft onlangs een brief geschreven over het koloniaal verleden. Daaruit is een hele hetze uit ontstaan over de voordelen van de Belgische kolonisatie.

'Daar wordt dan heel emotioneel op gereageerd, heel dogmatisch. Pro of contra. Terwijl - Ik heb dat stuk nog gelezen - en ik wil mij nu niet de banbliksems van ik weet niet wie op mijn hals halen, maar er zitten elementen in die je niet kunt ontkennen. Maar je moet kunnen duiden wanneer en over wat het gaat. Als je bekijkt wat een immens continent de Belgen, toen, een piepklein land aan de Noordzee, hebben bestuurd - dat is iets dat mag gezegd worden, want nu werkt het niet meer. Aan de andere kant was heel de relatie gebaseerd op onderdrukking en vernedering. Maar ik heb geen moeite om te zeggen dat het én licht én duisternis is. Hij heeft dan waarschijnlijk alleen wat in zijn ogen het licht is beklemtoond en wil dat discours gebruiken voor zijn boodschap. Als je geschiedenis doet, moet je alles in zijn tijdsgeest en context bekijken. Kolonisatie is wat ze was, toen ze zo was.'

U heeft het op een bepaald moment over de Afrikaanse wereldoorlog, die te vaak vergeten wordt in de Westerse pers. Hoe komt het dat hier geen aandacht voor is, terwijl het Midden-Oosten dagelijks in de krant staat?

'Telkens als iemand bij mij met het idee afkomt om daar iets over te brengen, dan ben ik voor. Maar waarom het dan toch de mainstream media niet haalt? Het verdient wijdverspreide berichtgeving, want het belangt de hele wereld aan. Ik heb geen flauw idee waarom die verslaggeving er niet is. Ik weet wel waarom het Midden-Oosten wél zoveel aandacht krijgt: omdat daar oorlogen gevochten worden waarbij westerse troepen betrokken zijn, onze economische belangen daar onmiddellijk zichtbaar zijn en omdat die gemeenschappen ook in onze wereld vertoeven.'

Stel dat de media daar meer aandacht voor zou hebben, zou er dan meer nuance zijn in het debat over migratie, meer aandacht voor de grondoorzaken?

'Ik weet het niet. Ik hoop dat aandacht voor wat wij doen en brengen enige betekenis heeft. We zijn niet bezig om daar de wereld te veranderen. Ik doe dit om een boodschap mee naar hier te brengen. Een ding wat ik wil zeggen daarover: "we hebben het niet geweten" is geen excuus in deze tijd. Je kunt reizen, opzoeken, lezen. Het migratieverhaal is wat een samenleving kan dragen, en het draagvermogen bepaal je zelf mee. Maar dat is een delicate oefening! Je moet die draagkracht verhogen, het inzicht verhogen. En dan hopen dat de juiste mensen de juiste beslissingen nemen.'

'We hebben het niet geweten is geen excuus in deze tijd'

Is het dan als journalist de taak om mee die perceptie, ik zal niet zeggen…

'Te bewerken? Ja natuurlijk! Dat is wat we doen.'

Is dat een vorm van activisme?

'Is dat activisme? Nee, dat is journalistiek. Activisme is als ik op basis van partijpolitieke of politiek-ideologische gronden van alles zou zeggen of doen. Die tijd is voorbij. Activist, ja. Maar je moet weten voor wat! Voor mij zijn de mensenrechten van belang, Internationaal recht. Daar ben ik een believer van. Dat is mijn moreel kompas. Als ik zo tegenwoordig vanalles hoor en lees, tweets en geblaf… Ik kom vaak in Italië en wat die Salvini daar produceert. Dan denk ik: Mijn God! Dat moreel kompas draait daar precies zot. Telt moraliteit niet meer mee?'

U praat over de Arabische Lente en het begin van de oorlog in Syrië. In die context is het vaak niet gemakkelijk om de waarheid te achterhalen.

(lacht) 'Er wordt bewust en systematisch gelogen. Ik vind dat redelijk hallucinant. Je begint aan jezelf te twijfelen! Ik heb in Syrië bij drie gelegenheden vaatbommen zien vallen uit helikopters, vol met explosieven. Mensen dood. Boem! En dan komen ze mij zeggen dat dat niet waar is.'

'Ik heb in Syrië bij drie gelegenheden vaatbommen zien vallen uit helikopters, vol met explosieven. En dan komen ze mij zeggen dat dat niet waar is'

Wanneer u schrijft over de oorlog in Irak, spreekt u over Ibrahim, Jassim; lokale mensen die uw tolk, fixer zijn. Hoe vind je die mensen en op welk moment vertrouwt u ze, zoals u schrijft, uw leven toe?

'Je moet! Vinden is in het begin toevallig. Zeker die eerste twintig jaar was dat eerder toeval. Je moet ter plekke gaan en mensen tegenkomen, want je hebt geen netwerken op voorhand. Er zijn mensen waarbij je na kort contact al merkt dat je ze niet kan vertrouwen. Degene die overblijven zijn dan Ibrahim, Jassim en de anderen over wie ik heb geschreven. Dat zijn niet per se de meest professionele of zakelijke contacten, de professionals worden door organisaties met veel meer geld, zoals de CNN, de Duitsers en de BBC aangenomen. Ik ga dus af op buikgevoel, intuïtie. Dat bestaat uit: neemt hij u een keer mee naar zijn thuis? Ibrahim en zijn vrouw kochten eten voor ons. Dat is ook wederzijds dan hé. Omdat je daar zo’n intense omgang mee hebt, worden dat eigenlijk, zelfs al zijn ze veraf, vrienden, die je inderdaad uw leven toevertrouwt.'

Hoe zwaar is het werk op locatie? Is dat emotioneel zwaar of kun je je daar, na dertig jaar, wat van distantiëren?

'Nee. Ik kan niet zeggen dat ik daar cynischer of afstandelijker van ben geworden, integendeel. Ik denk dat het mij nu meer raakt, omdat ik dat meer toelaat nu. In het begin laat je dat niet toe en wil je veel professioneler zijn. Het is een beetje zoals autorijden. In het begin let je vooral op je techniek. Maar eens de basis vanzelf gaat, ga je op in je omgeving. Die verhalen raken mij en blijven mij raken. Als dat niet zo zou zijn, zou ik ermee stoppen, want dan word je cynisch.'

Weegt dit werk dan ook niet door op familiaal vlak en op vlak van relaties?

'Toen ik aan de job begon, was dat een droom die uitkwam. Op dat moment wilde ik alles daarvoor opgeven. In het begin moet je het waarmaken. Wat meer een impact heeft gehad dan ik had kunnen vermoeden, is dat je geen sociaal leven meer hebt. Wanneer plan je een etentje met mensen? Na een tijdje werd het duidelijk dat ik gewoon moest zeggen: “Ik kom, als ik er ben.”'

'Ik denk dat iedereen die op een gepassioneerde manier bezig is met zijn job, zoiets heeft. Alleen, bij mij is dat nu al 30 jaar. Ik kan mij inbeelden dat iemand zoals een sporter dat tien jaar doet, maar dan is het op. Ooit ben ik in contact gekomen met een Canadese psychiater die al een grote bevraging had gemaakt rond dit onderwerp. Uit zijn onderzoek bleek dat een heel groot percentage van de collega’s het, één, nooit zo lang volhielden en, twee, vaak last hadden van drugsverslavingen, alcoholisme, echtscheidingen, PTSS…'

'Waar we voor moeten opletten is dat we geen angstcultuur kweken'

Als u dan zegt: drugs, alcohol. Ziet u dat effectief veel?

'Ik ken wel al die films waar de held de ene avond whisky’s zit te drinken en dan de volgende ochtend met een kater iets heldhaftigs moet gaan doen. Zo werkt dat niet. Zeker niet als je dat dertig jaar wil doen. Ik ben een redelijk saaie mens; ik lees mijn boekje ‘s avonds, wij leuteren soms eens en drinken een pintje, praten met mensen in de omgeving en we weten dat we de volgende dag weer paraat moeten staan. Dat is mijn interpretatie van professioneel werk.'

Het is duidelijk wel psychologisch zwaar werk.

(lacht) 'Zie ik er psychologisch zwaar beladen uit?'

Wil je mensen aansporen om de nieuwe Rudi Vranckx te worden?

'Iedereen moet de nieuwe zichzelf worden. Ik zou graag hebben dat mensen met de juiste instelling en een gevoel van passie conflicten gaan belichten. Wil dat zeggen dat je meer aandacht moet creëren voor milieuproblemen op een originele en betrokken manier? Graag. Voor mij gaat het er niet om ergens aan het front te zijn, ergens in het puin te gaan zitten en beschoten te worden. Dat is saai. Dat is goed voor een keer, maar voor de rest leer je daar niets van. Ze schieten op elkaar en ze gaan dood. Dat leer je daar. De echte informatie haal je bij de mensen zelf.'

U doet veel rond internationale politiek, maar vindt u dan nog de tijd om u bezig te houden met de lokale politiek?  

'Ik ben daar vaak mee bezig. Het valt me op dat het hele debat anders wordt, harder. Daar maak ik me zorgen over. Waar we voor moeten opletten is dat we geen angstcultuur kweken. Ik heb het al vaak gezien, dat leiders zich optrekken aan angst en haat. Die richting mogen we hier niet op gaan. We mogen daar niet te licht over gaan.'

Wat wil je nog meegeven aan onze lezers?

'Passie en betrokkenheid. Dat zijn de enige twee dingen die je recht houden. Ik ben niet groot, ik ben niet sterk, ik was niet de slimste, gelukkig wel slim genoeg (lacht). Laat je niet leiden door angst, haat, geslotenheid. Je wordt geboren en je gaat dood. Tussenin bepaal je zelf wat je doet. Als je alles haalt uit de dingen die je hebt, dan zit je goed. Wat ik niet kan accepteren is lamlendigheid. Met zo’n mensen kan ik ook niet werken.'

Edit: in een vorige versie stond dat Maxime Goris voorzitter is van KVHV Leuven. Dat klopt niet, Goris is nationale voorzitter van KVHV.

'Mijn kleine oorlog' van Rudi Vranckx, gepubliceerd door uitgeverij Horizon ligt nu in de boekhandel.