Thomas Huyghe: ‘Ik moet gewoon als een dronkaard op café dingen roepen vanaf de zijlijn’

Navraag: Thomas Huyghe

25 februari 2019
Interview
Als animator van opleiding struikelde Thomas Huyghe binnen bij De Ideale Wereld, en heeft hij ondertussen ook al een eigen programma op zijn conto. Een gesprek met een hoogst aimabele kerel.

Je eerste wapenfeit was Het lijden van de jonge Wagner, hoe kwam je op dat idee?
‘Ik moest een werkstuk maken voor mijn masterjaar en wou het over een relevant onderwerp hebben. Toen bleek dat Wagner en Verdi net 200 jaar dood waren. De biografie van Wagner was ook zo interessant dat ik dacht: ik doe het daarover. Dat eindwerk heb ik dan ook naar Jonas Geirnaert opgestuurd, en zo ben ik bij De Ideale Wereld (DIW) beland.’

Viel dat voor of na ’t Is gebeurd, je eigen programma op Vier?
‘Ik heb eerst een halfjaar filmpjes gemaakt voor De Slimste Mens, en een half jaar voor DIW, maar ik haal die periodes altijd door elkaar. Het leuke aan DIW is dat iedere werknemer er wel eens de kans krijgt om op het scherm te komen.’

Weegt het niet op een jonge snaak om na een aantal cameo’s plots een eigen programma te krijgen? 
‘Die cameo’s hadden we als stagiair zelf voorgesteld, dus dat viel wel mee. En voor ’t Is gebeurd waren er niet echt zenuwen omdat dat programma niet live is. Het wordt eerst getest, en als het niet zou aanslaan, werd het gewoon niet uitgezonden. Niemand zou dan weten dat het misgelopen is, behalve intern.’

De Ideale Wereld verhuisde van Vier naar Canvas, hield dat beperkingen in?
‘Niet echt. De bazen van Canvas zijn echt wel nog jong van geest en redelijk openminded. Ze weten ook dat wij geen - of niet veel - illegale dingen zullen doen. En op zich is niet iedereen die daar werkt nog groen achter de oren. Onze eindredacteur was toen 40 jaar - zo’n man wil zijn job ook niet verliezen.’

Was er dan wel een groot verschil toen Jan-Jaap het roer overnam?
‘Jan-Jaap heeft meer die typische ‘late show-vibe’, zoals in de VS, met monoloog en het bespelen van het publiek. Otto-Jan was een drogere en meer cynische presentator, maar kende wel alle bv’s die te gast waren. Jan-Jaap is meer de buitenstaander die binnengluurt.’

'Het is bijna mijn fulltime job om de bazen te zeggen dat we iets subversiefs moeten maken'

De grootste troef van een ideale wereldburger lijkt de gave te zijn om snedig en gevat te antwoorden; jij, Jan-Jaap, Jelle De Beule ...
‘Ik denk ook dat dat de reden is dat we er zitten, omdat dat soort humor een deel van het programma is. Als je dat kan, word je meer opgevoerd.’

Is dat dan de reden dat je evolueerde tot vaste sidekick?
‘In de ochtend houden we altijd een brainstorm. Als je daar geregeld moppen maakt, kan je jezelf naar voren schuiven. Het is bij mij nooit de bedoeling geweest om sidekick te zijn, maar ik vind het wel wijs dat ik die rol mag spelen. Het is ook een luxepositie: ik zit rechts en mag er dingen uitflappen. Ik moet mij niet bezighouden met structuur of interessante vragen. Ik moet gewoon zoals een dronkaard op café dingen roepen vanaf de zijlijn. Een droomjob eigenlijk.’ (lacht)

De eerste aflevering van het nieuwe seizoen met Jan-Jaap als presentator en Sam Gooris als gast was bij wijlen erg ongemakkelijk. Hoe reageren jullie daar achteraf op?
‘We vroegen ons allemaal wel af waarom we hem als gast hadden gevraagd. Met Otto-Jan was die wel nog amusant (Gooris was reeds te gast, red.), maar nu lette hij meer op zijn tellen. Otto-Jan liet een gast ook met rust wanneer die zich niet helemaal op zijn gemak voelde, terwijl Jan-Jaap net graag peutert.’

Zijn er ook afleveringen of sketches waarvan je denkt ‘dit hadden we beter niet gedaan’?
‘Er zijn wel dingen die ik terugzie en mezelf dan afvraag waarom ik ooit gedacht heb dat zoiets grappig was, maar dat gebeurt gewoon. Zeker in de periode dat we wekelijks vier afleveringen maakten. Je mag daar gewoon niet te veel aan denken, want daar schiet je weinig mee op.’

Wat deed je in die drukke periode als je het gevoel had ‘vandaag wordt het niets’?
‘Ik had toen een veel minder belangrijke rol. Jelle De Beule en Koen De Poorter deden, samen met nog anderen, het meeste werk. Je zat toen wél in een bepaalde flow: elke dag een aflevering maken, en plots was het al vrijdag. Nu we enkel op dinsdag en donderdag uitzenden, zijn maandag en woensdag wat verworden tot ‘verloren’ dagen. Aan de andere kant was die flow van vier dagen per week werken voor een periode van twintig weken niet vol te houden. Aan het eind van de route was iedereen pompaf.’

Wat doe je als er last-minute nog iets gebeurt in het nieuws en het er per se in moet?
‘Bij Joke Schauvlieges ontslag (6 februari laatsleden, red.) was dat het geval. We hadden ’s ochtends geanticipeerd op haar ontslag en hadden een sketch gemaakt ingeval ze haar C4 zou indienen. Net nadat we dachten dat het niet meer ging gebeuren, heeft ze dan toch haar ontslag aangeboden. Dat is jammer, maar het was te dicht tegen uitzending om er nog iets deftigs van te maken.’

'Ik keek ook enorm op naar de mannen van Neveneffecten, al is dat verminderd nu ik weet dat ze aan prostitutie doen'

En momenten die jullie er niet in willen?
‘Na de aanslagen van 22 maart hebben we vrij snel beslist om niet uit te zenden. Toen ik ’s ochtends op de brainstorm verscheen, had ik net een sms van mijn vriendin gekregen met ‘er is een aanslag gebeurd’. We hebben dan met de hele redactie tv zitten kijken. Bij het zien van die beelden vroegen we ons wel af of we daar toch niets over moesten brengen.’

Zijn er soms discussies over het brengen van bepaalde onderwerpen, of taboes?
‘Interne roddels over VRT-gezichten, bijvoorbeeld. Stel dat het Bart De Pauw-verhaal intern verspreid zou worden, dan gaan wij daar niets over maken. Al is er dan wel discussie of we dat verhaal niet juist moeten brengen als primeur. Bij gevoelige onderwerpen proberen we het ook meer te hebben over hoe een onderwerp gebracht wordt, eerder dan het onderwerp zelf. Bij de aanslagen in Brussel zou dat dan over de berichtgeving kunnen gaan: toen zeiden journalisten aanhoudend dat "er nog geen update was", en weinig over de aanslagen zelf.’

Jullie zijn dus niet actief op zoek naar de primeur?
‘Wij hopen daar wel op, maar bij gevoelige onderwerpen laten we dat eerder aan ons voorbijgaan. Tijdens mijn eerste dag(en) bij DIW heb ik wel zo’n primeur meegemaakt. Op een brainstormweekend kwam iemand op de proppen met de tapes van So You Think You Can Dance, waarin Jejoen Bontinck als Michael Jackson danste. Jejoen was destijds net in het nieuws omdat hij naar Syrië was vertrokken, en wij waren de eerste die die tapes gevonden hadden. Dat was wel cool dat dat van ons kwam.’

Beschouwen jullie DIW als nieuws- of als komedieprogramma?
‘Meer als komedieprogramma. We hebben een keer een nieuwsprijs gewonnen - en ergens begrijp ik dat wel, omdat satire ook een soort van nieuws is - maar ons hoofddoel blijft komedie. Ik denk wel dat het leuk is dat als nieuws je niet echt interesseert, je door DIW wel iets van de actualiteit kan oppikken. Hoeveel dat is, weet ik niet, want bij ons is het soms moeilijk om de zin van de onzin te onderscheiden.’(lacht)

Onze redactie is het er unaniem over eens dat je een van de grappigste mensen op Vlaamse televisie bent op dit moment. Zijn er volgens jou dingen in humor die niet door de beugel kunnen?
‘Neen, op voorwaarde dat je niet lacht met het onderwerp zelf, maar met de situatie. Neem nu miskramen: niemand zou een ziekenhuis bezoeken en grappen maken over iemands miskraam. Wat wél kan, is een mop maken over het feit dat iemand geen verstand heeft van hoe om te gaan met een miskraam, bijvoorbeeld in een fictieserie. Een paar weken geleden heb ik in DIW de vlogs van Linde Merckpoel geparodieerd; dat zijn hectische montages die van de hak op de tak springen. Ik ging toen van luchtige onderwerpen pardoes over naar de peuter die in Malaga in een put was gevallen. Het is niet dat ik op dat moment met het onderwerp lach, maar eerder wil aantonen dat je die stijl onmogelijk kan combineren met serieuze feiten. Na die sketch heb ik me de woede van vele Facebook-commentatoren op de hals gehaald. Ik zou dan graag met die mensen samenzitten om uit te leggen waarom die sketch wél grappig is.’

Is dat geen ijdele hoop?
‘Ja. Het feit dat iemand zich daarover opwindt bewijst dat hij de humoristische laag gemist heeft. Een aantal jaren geleden maakten we met DIW een sketch over de Herald of Free Enterprise (een schip dat zonk in 1987 en het leven kostte aan 193 mensen, red.). In die sketch doen we ons voor als DIW in de jaren 80 en lachen we met de Herald, net vóór dat hij gezonken is. De mop schuilt erin dat we met onszelf lachen omdat we ongevoelige mensen zijn, en niet met de ramp zelf. Sommige mensen zien dat onderscheid niet en bestempelen die humor dan als ‘grof’.’

Je interviewt onder de hoedanigheid van DIW Sports-reporter verschillende Vlaamse sportfiguren. Kunnen zij de satire die je opvoert pruimen?
‘Je hebt bij alle sporters gradaties. Yves Vanderhaeghe (voormalig voetbalcoach van Gent, red.) was bijvoorbeeld erg sympathiek en trok zich weinig aan van mijn interviewtechniek.

'Een programma als Temptation is gewoon bagger - zelfs als je het met een ironische blik bekijkt'

Wie zijn jouw inspiratiebronnen?
‘Ricky Gervais. Wat hij met The Office en Extras heeft gedaan vind ik echt fantastisch. (Maar nu is hij eigenlijk een ambetante mens). The Office is van het beste wat ooit gemaakt is, maar ook The Simpsons was een grote inspiratiebron. Het zijn dus vooral Britse en Amerikaanse dingen. In Vlaanderen horen Jelle De Beule en Jonas Geirnaert bij de meest getalenteerde televisiemensen. Ook Jan Eelens werk vind ik top. Ik kijk ook op naar de mannen van Neveneffecten in het algemeen. Maar nu ik weet dat ze aan prostitutie doen, is dat toch wat verminderd.’ (lacht)

Zijn er volgens jou programma’s die in Vlaanderen broodnodig zijn?
‘Het is bijna mijn fulltime job om aan de bazen te zeggen dat we iets subversiefs moeten maken, iets dat ingaat tegen alle bagger op tv. Alles is zo ‘veilig’ - er zouden meer risico’s genomen moeten worden. Ik weet dat ik zelf ook geen risico’s neem door bij Woestijnvis te blijven werken - wat nog steeds een van de meest toonaangevende productiehuizen is - maar als ik tegenwoordig iets ‘speciaals’ zou willen maken, ben ik bijna genoodzaakt dat op YouTube uit te brengen.’

Je bent animator van opleiding. Is er in Vlaanderen ruimte om een animatieserie à la Rick and Morty uit de grond te stampen?
‘Momenteel nog niet, al probeer ik daar wel over te praten. Animatie is duur, en bovendien heeft België niet zo’n grote afzetmarkt. Het is een ander verhaal als je incalculeert dat je Nederland erbij kan nemen en de serie misschien goed genoeg is om te vertalen naar het Frans of het Engels. In zo’n situatie zouden geldschieters wel de sprong moeten wagen. Het is daarom dat ik altijd zeg dat we terug moeten naar de vijftiende eeuw, wanneer mecenassen geld gaven. Maar als je daarover begint tijdens meetings, kan je net zo goed het pand verlaten.’

Een serie als Tabula Rasa werd opgenomen door Netflix. Bestaat de mogelijkheid om zelf naar zo’n streaming-gigant te stappen met een idee voor een reeks?
‘Als je een idee hebt, moet het vooral goed gefundeerd zijn. Je kunt niet zomaar naar ‘info@netflix.com’ sturen. Netflix België mag dan wel in stijgende opmars zijn, ik werk ook nog steeds voor Woestijnvis, waardoor ik weinig tijd heb om in mijn vrije tijd een concept uit te werken. Woestijnvis is mijn eerste prioriteit. Mocht ik een idee hebben voor een animatieserie, dan zou ik eerst hen benaderen. Zij hebben me per slot van rekening alle kansen gegeven. En toch zou de beslissing snel gemaakt zijn als Netflix interesse toonde, denk ik.’

Stel dat je een vrijgeleide zou hebben om eender welk Vlaams programma - of zender - te schrappen. Wat zou door de hakbijl gaan?
‘Ik heb geen televisie dus... Toen ik nog studeerde wist ik niets meer van dat wereldje: wie de bv’s waren, welke programma’s bestonden ... Ik keek films, series en ging naar de cinema. Punt. Voor DIW moet ik alle kranten lezen en ben ik weer van alles op de hoogte zonder dat ik een tv heb, maar ik vind dat verschrikkelijk. Om zot van te worden. Een programma als Temptation Island is ook gewoon bagger - zelfs als je het met een ironische blik bekijkt.’

Als afsluiter een medley tussen Winteruur en onze eigen Dubbel Geboekt: wat is - na ‘Fietser valt met frieten’ - de tekst met de meeste impact op Thomas Huyghe?
‘Ik ga nu een serieus antwoord geven he. Catcher in the Rye (van J.D. Salinger, red.) heeft wel het meeste invloed op mij gehad. En niet enkel inhoudelijk, want het was een van de eerste boeken uit die periode die ik oprecht grappig vond. Die humor klopt nu nog steeds.’

Had je na afloop dan ook de neiging om…
‘Zelfmoord te plegen? Ja, maar dat is dagelijks.’ (knipoogt) ‘Als ik morgen dood ben, hebben jullie wel een scoop he.’ (lacht)