Universitaire exodus in Maduro’s wonderland

Economische crisis legt universiteiten plat

17 februari 2019
Artikel
Auteur(s): Daan Delespaul
Met lege klassen, bibliotheken zonder boeken en onderbetaalde professoren is het academisch onderzoek in Venezuela tot een stilstand gekomen. Een braindrain van een hele generatie studenten dreigt.

De Venezolaanse economie verkeert al een tijdje in zwaar weer en de daaruit volgende crisis neemt zo stillaan ontstellende proporties aan. De links-autoritaire president Maduro beloofde bij zijn herverkiezing in 2018 nog strijdvaardig de wind de keren, maar de man in de straat koos eieren voor zijn geld en al meer dan drie miljoen burgers sloegen op de vlucht. Zo ook het merendeel van het academische personeel.

Wellicht nog meer dan de doorsnee Venezolaan kregen zij de laatste jaren immers te maken met de excessen van Maduro’s bewind. Het communistisch regime stond al jaren kritisch ten aanzien van het hoger onderwijs, hetgeen het systematisch bestempelde als een 'instituut van de bourgeoisie'. Ook omdat de academische wereld zich regelmatig kritisch uitliet naar het regime kon ze op weinig sympathie vanuit Caracas rekenen en dissidente stemmen werden uit het land geweerd. Wie overbleef werd geconfronteerd met een geïsoleerd academisch microklimaat, waar kritiek ongeoorloofd was en buitenlandse publicaties werden geweerd.

Braindrain

De economische crisis van de afgelopen jaren gaf allicht de doodsteek voor de bloedende Venezolaanse universiteiten. Het regime in Caracas had het hoger onderwijs sowieso nooit veel financiële ademruimte gelaten, maar toen de binnenlandse economie begon te sputteren werd de geldkraan zowat helemaal dichtgedraaid. Sommige universiteiten vielen zo zonder water en elektriciteit, en enig zinvol onderzoek was daarmee meteen onmogelijk geworden.

Voor vele professoren werd het voordeliger hun positie in hun eigen land in te ruilen voor onderbetaalde baantjes in Europa en Amerika

Internationale waarnemers menen dat 50 tot 60% van het academisch personeel het land intussen heeft verlaten. Waar zij twintig jaar geleden nog tussen de 2000 en 3000$ per maand verdienden, is dit cijfer tegenwoordig teruggevallen naar 15$. Voor vele professoren werd het voordeliger hun positie in hun eigen land in te ruilen voor onderbetaalde baantjes in Europa en Amerika. Zij dragen bij aan een braindrain die de ontwikkeling van het land de komende decennia serieus zal verhinderen.

Want ook de studenten verliezen zo stillaan de hoop. Op de Simón Bolívar Universiteit in hoofdstad Caracas, ooit het MIT van Venezuela, blijven nog 198 studenten in de ingenieursopleiding over; drie jaar geleden waren dat er nog 700. Andere faculteiten zoals Letteren en Wijsbegeerte werden dit jaar zelfs helemaal niet meer geopend. Een hele generatie Venezolanen blijft zo gelittekend achter.