Zit jij goed in je vel?

Een gezondheidsonderzoek bij studenten

15 February 2018
Artikel
Auteur(s): Tom Dinneweth
Gezondheid - voor sommigen is het een levensmotto, voor anderen eerder iets wat ze zeggen als ze de glazen tesamen klinken. Wij bij Veto wilden weten hoe het nu zit met de gemiddelde student.

Aangezien verborgen camera’s hangen in jullie kot blijkbaar indruist tegen de privacywet, besloten we om een enquête te laten circuleren waar uiteindelijk iets meer dan driehonderd mensen op in gingen. Het overgrote merendeel (82,1 %) blijft tijdens de week op kot, en is al meer dan drie jaar student (69,8 %). Als we jullie geboortedatums mogen geloven, hebben er zelfs drie mensen meegedaan die nog geboren moeten worden. Wat een enthousiasme!

Je bent wat je eet

Een eerste pijler van ons onderzoek polste naar een gezonde levensstijl. Een eerste aandachtspunt daarbij was het eetpatroon van de gemiddelde student. Het is misschien weinig verrassend dat 94,4 procent van de ondervraagde studenten gezond eten min of meer tot zeer belangrijk vindt. Dat het soms moeilijk is om die visie om te zetten in praktijk, blijkt uit een volgende vraagstelling: 75,3 procent van de studenten vindt de eigen eetgewoontes ook effectief gezond. Geen enkele ondervraagde vindt zichzelf echt heel gezond eten.

De meeste studenten houden zich ook aan de traditionele drie maaltijden per dag (81,5 %) - meer dan de helft van die groep nuttigt ook regelmatig een tussendoortje. 14,2 procent van de bevraagde studenten skipt het ontbijt. Een drietal procent geeft aan de hele dag door kleinere hapjes te eten. Er is ook een grote consensus over de belangrijkste maaltijd van de dag: het avondeten (69,8 %). Het ontbijt komt op plaats twee (16,7 %), net voor het middageten (13,6 %).

Verder eet 42,9 procent van de studenten zelden tot nooit fastfood, 44,4 procent wekelijks. 12,3 procent zinkt meermaals per week zijn tanden in een Bicky Burger of consoorten. Opvallend is dat 31,2 procent aangeeft van zichzelf te vinden dat die te veel eet - een kleinere groep van 6,5 procent zou liever meer eten.

Schol, en à propos, heb je een vuurtje?

Het studentenleven en drank gaan hand in hand - toch geeft 24,1 procent aan nooit alcoholische consumpties te bestellen aan de toog. 41,4 procent houdt het op 1 à 4 drankjes per week, iets meer dan één vijfde bestelt er tussen de vijf en de negen. 12,6 procent slaat toch zeker meer dan één keer per dag een pint of ander vrolijkmakend glas achterover. Frisdrank kent een ander consumptiepatroon - 42,6 procent drinkt het nooit, 13,3 procent minstens één glas per dag. Of de student zich daar druk om maakt? Niet bijzonder, zo blijkt. 57,4 procent maakt er zich niet druk om, 34,6 procent af en toe, 7,7 procent geregeld.

De overweldigende meerderheid van de bevraagden rookt niet - slechts 13 respondenten (4 %) is nu roker, 8,3 procent heeft een verleden als roker. Wie wel rookt, beperkt zich doorgaans tot enkele sigaretten per dag (46,2 %). Iets minder dan een kwart koopt één pakje per week, een derde meerdere pakjes. Frappant is dat zij die nu roken geen aanstalten maken om te stoppen - slechts 30,8 procent heeft al eens gedacht aan een rookstop. Wie wel gestopt is, wijst vooral de eigen gezondheid aan als reden. De ene persoon die ‘Körperwelten’ aanhaalde, mag het altijd even komen uitleggen.

Start 2 Sport

Ziet u zichzelf als een sportief persoon? Zij die niet spontaan naar de spiegel renden bij het lezen van deze vraag, gaven zichzelf een gemiddelde score van 5,03 op 10. Bijna 20 procent vindt zichzelf evenwel vrij sportief. 53,4 procent ziet zichzelf eerder in het negatieve spectrum vallen. Nochtans gaan de bevraagde studenten gemiddeld 6,12 keer sporten per week. Enkele positieve uitschieters compenseren hier voor de 8,9 procent die toegeeft nooit te gaan sporten. Van zeilen tot yoga tot pilates tot powerliften en zelfs heen en terug fietsen naar Arenberg, het moge duidelijk zijn - er zijn veel opties als het over sport gaat, en u gebruikt ze allemaal. De grootste motivatie? Gezond zijn (63,5 procent), al doet 43,5 procent het vooral voor het plezier, en 40 procent voor een mooi lichaam. Onze condoléances ook voor de ene persoon die het vooral doet om zijn sportkaart terug te verdienen.

Medische beslommeringen

Maar goed, ben je dan ook gezond te noemen? Als we gewoon vlakaf vragen of jullie jezelf als gezond zien, valt dat toch tegen - gemiddeld geven de bevraagde studenten zichzelf een 5,09 op 10. 29,9 procent geeft zichzelf niet meer dan een 3 op 10. Nog enkele opvallende cijfers: 31,2 procent heeft gekampt met mentale problemen, en 40,1 procent met periodes van slapeloosheid. Ook oververmoeidheid (54,6 %), maagklachten (34,6 %) en migraine (27,8 %) scoren hoog. Werden spontaan aangevuld bovenop onze lijst: rugpijn, bof, zona, hyperventilatie, haaruitval, rugklachten en nog veel meer.

Eén student op vijf geeft aan langer dan twee weken ziek geweest te zijn tijdens zijn of haar studentenperiode. Keelontsteking, klierkoorts en de mentale gezondheid komen vaak voor wanneer we vragen naar de redenen.

Omdat wij wel van wat controverse houden, hebben we onze testsubjecten ook onderworpen aan enkele raak gekozen stellingen. Hier volgt, in vogelvlucht, een samenvatting van de kennis die we daarbij opgestreken hebben. De meeste studenten zien geen verschil tussen hun gezondheid voor en na de studies (46,7 %). Wie wel een verschil ziet, ziet dit in negatieve zin. 32,6 procent van de studenten denkt van zichzelf dat ze iets vaker tot veel vaker ziek zijn sinds ze zijn gaan studeren. Desondanks voelt het merendeel zich niet gepusht om ongezond te eten of meer te drinken dan ze zelf willen (70,5 %). Waar ligt het dan aan? Zou de student gezonder gaan leven als hij of zij meer geld had? Dat is nog niet gezegd. 51,7 procent van de ondervraagden denkt van wel, waarvan 30,4 procent vrij sterk tot zeer sterk gelooft in de meerwaarde van wat extra euro’s voor een gezonde levensstijl. En toch - 89 procent geeft aan op zijn minst ietwat gezonder te willen gaan leven, en de meerderheid van de respondenten schaart zich achter de mening dat gezondheid het belangrijkste is wat er is. De student, het is en blijft een vreemd schepsel.