Striptekenaar Marvano over zijn nieuwe reeks 'Dallas Barr'

"Dallas is een hedonist van hier tot ginder"

Er zijn zo van die stripauteurs van wie je niet vermoedt dat ze Belg zijn, omdat ze duidelijk internationale strips maken en een ietwat eksotisch pseudoniem hebben gekozen. Naast Ferry en Griffo is er bijvoorbeeld Marvano (Mark Van Oppen). Het grote publiek kent hem vooral van zijn eksploten in de Vrije Vlucht-reeks van Dupuis: 'De zeven dwergen', over de bemanning van een bommenwerper in WO II, en vooral het science-fictionverhaal 'De eeuwige oorlog'.

Dit laatste epos was gebaseerd op een roman van Joe Haldeman, 'The Forever War'. Haldeman schreef het boek over een onzinnige toekomstige oorlog onder andere om zijn eigen ervaring in de Vietnamoorlog als pijnlijk tijdloos dokument te bewaren. Marvano maakte verder ook 'Red Knight', een volwassen versie van 'De Rode Ridder', en vier strips naar boeken van pulpkoning Paul-Loup Sulitzer, 'Rourke'. Samen met dezelfde Haldeman van 'De eeuwige oorlog' maakt Marvano nu een nieuwe stripreeks die 'Dallas Barr' heet. Het eerste album verscheen vorige maand en de auteur verwacht er vrij veel van.
Veto: 'Dallas Barr' wordt de eerste 'oneindige' reeks van Marvano. Waarom zo'n reeks?
Marvano: «Omdat het er stilletjes tijd voor begon te worden, denk ik. Ik heb me nooit veel vragen gesteld bij wat ik doe. Het is zo'n beetje uit de lucht komen vallen. De stripreeks 'Dallas Barr' is volkomen nieuw. Maar het personage en de basisplot komen uit een roman van science-fictionauteur Joe Haldeman, 'Buying Time'. Ik had die roman vroeger al wel gelezen, maar twee of drie jaar geleden heb ik hem eens herlezen. En ik vond dat basisidee gewoon prachtig. Het begint in 2075. Je kunt in die tijd om de tien jaar je lichaam laten verjongen. Maar je moet daarvoor wel je hele rijkdom, met een minimum van een miljoen pond, afstaan. Je moet dus om de tien jaar letterlijk kiezen tussen je geld en je leven. Ik vond dat een mooi idee, want eindelijk was er eens een geldig ekskuus om een stripheld jong te laten blijven. Samen met Joe Haldeman ben ik beginnen brainstormen over de roman, maar uiteindelijk bleek dat we daarmee vastliepen. We hebben dan alleen het hoofdpersonage en het basisidee behouden en voor de rest een heel nieuwe wereld gekreëerd.»

Kieskeurig

Veto: Joe Haldeman is een gevierd SF-auteur. Maakt hij nu speciaal voor 'Dallas Barr' senario's?
Marvano: «Het senario wordt eigenlijk door niemand gemaakt. Hij levert verhalen, kompleet met dialoog. Ik zet die verhalen dan in beeld, ik verander wat aan de dialogen. Op afgesproken tijdstippen houden wij transatlantische fax-meetings. En zo groeit de strip langzaam.

«Haldeman doet dat wel eens graag, verhalen schrijven voor strips. Mijn verstripping van zijn roman 'De eeuwige oorlog' heb ik helemaal zelf gedaan. Daar was hij heel tevreden over. Ondertussen zijn we redelijk goeie vrienden geworden. 'Dallas Barr' is dus ook uit een vriendschapsband gegroeid. Zo gaat dat. Soms klikt het en soms klikt het niet. Behalve met Ronald Grossey, voor 'Red Knight', ging die samenwerking nog nooit zo gemakkelijk.»
Veto: Al van je eerste strip ben je bezig met science-fiction. Vanwaar die interesse?
Marvano: «Ik heb dat genre altijd graag gelezen. Ik ben ook in een science-fictionblad, Orbit, beginnen tekenen en daarna ben ik voor uitgeverijen beginnen illustreren. Zo begint dat te rollen. Tussen die eerste gepubliceerde strip en de tweede, 'De eeuwige oorlog', ligt een jaar of zeven. Ik was toen helemaal nog niet van plan om striptekenaar te worden. Dat is eigenlijk allemaal heel erg onberedeneerd gebeurd. Op een gegeven moment was ik mijn job beu. Ik heb op een maandagochtend mijn ontslagbrief geschreven en daar zat ik dan. Ik had eigenlijk geen idee over hoe het verder moest. En toen dacht ik: 'Waarom zou ik het niet proberen?' Ik had daarvoor al wat met 'De eeuwige oorlog' zitten prutsen, dus ben ik maar serieus begonnen met dat verhaal. Ik heb wat proefplaten getekend en ik ben naar het science-fictionkongres in Brighton gegaan, om ze aan Haldeman te laten zien. Dan heb ik die platen opgestuurd naar uitgevers en Dupuis hapte toe.
«Ik had wel geluk dat Dupuis toen net aan zijn kollektie Vrije Vlucht begon. Ik zal niet zeggen dat alles toen welkom was, want ze waren al erg kieskeurig, maar ik kwam zeker op een goed moment. Ik heb nog geen minuut spijt gehad dat ik bij Dupuis terechtgekomen ben.»

Terugfluiten

Veto: Het gevaar met veel science-fiction is dat de techniek een te grote rol krijgt. Die ontwikkeling zie je bijvoorbeeld in de reeks 'Aquablue', vind ik.
Marvano: «Jaja (glimlachend). Olivier (Vatine, tekenaar van 'Aquablue', nvdr) stuurt mij altijd zeer trots zijn nieuwe albums op. En ik stuur de mijne ook naar hem. Techniek kan ervoor zorgen dat de strips te gespecialiseerd worden. En we moeten daar niet onnozel over doen: het gaat er uiteindelijk om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Mij stoort die gespecialiseerde science-fiction niet, maar ik probeer een groter publiek te bereiken.

«Ik breng graag psychologie in mijn strips. Ik heb daarstraks over de technische kant van 'Dallas Barr' verteld, maar er zitten ook wat etische onderwerpen aan vast. In het tweede album, waaraan ik nu bezig ben, komt Dallas de grote liefde van zijn leven opnieuw tegen. Hij dacht dat ze dood was, maar dat blijkt niet zo te zijn. Dat meisje is gelovig. Dallas is een hedonist van hier tot ginder. Het meisje zegt ijskoud: 'Ik heb honderd jaar bijgekocht en dat is genoeg. Ik heb het hier gezien. Ik wil weten wat er aan de andere kant is.' 'Ja maar', zegt Dallas, 'wat als er niks is?' 'Dat zie ik dan wel.' Zo krijg je een heel ander soort verhalen, waar wat filosofie bij komt kijken. Dat is het plezierige aan dit soort science-fiction: je kunt een serieus vraagje stellen, een serieus probleempje laten zien.»
Veto: Je hebt in 1990 'Red Knight', een aangepaste versie van 'De Rode Ridder', getekend. Maar daar is maar één album van gepubliceerd.
Marvano: «We wilden met 'De Rode Ridder' doen wat ze in Amerika al jaren met 'Batman' doen: de gewone versie voor kinderen naast een versie voor een volwassen publiek. Standaard Uitgeverij zag dat wel zitten, als we de reeks ook zouden baseren op oude verhalen van Vandersteen. We hadden wat verhalen gekozen en daar een nieuwe rode draad door getrokken: we hadden de Rode Ridder een verleden gegeven.
«Maar dan begon Karel Biddeloo (tekenaar van 'De Rode Ridder', nvdr) lezersbrieven naar stripbladen te sturen waarin hij niet meer op de bal, maar echt op de man speelde. Ik ken hem niet, dus ik weet ook niet wat hem toen bezielde. Ik vond dat het de taak van de uitgever was om hem wat terug te fluiten, maar dat heeft die niet gedaan. Standaard deed ook absoluut geen moeite op de Franse markt, terwijl 'Red Knight' wel iets was dat daar goed gedraaid zou hebben. En dan heb ik de rekening gemaakt: bij Dupuis ligt mijn verkoop gevoelig hoger. Ik moet er ook van proberen te leven. Het is spijtig dat dat projekt op zulke domme dingen afgeknapt is. Ze hebben er onlangs bij Standaard wel nog even aan gedacht om de reeks voort te zetten met een andere tekenaar, maar dat is niet gelukt.»

Recensies

Veto: Voor 'De eeuwige oorlog' heb je nog een strip gemaakt met Bob Van Laerhoven, 'Solitair'. Kende je Bob uit science-fictionmiddens?
Marvano: «In het begin van de jaren tachtig had je nog een science-fictionscène in Vlaanderen. Om de twee jaar was er een kongres in Gent. Bob en ik draaiden allebei wat in die scène mee. Maar wij hadden toen allebei nog maar weinig spektakulairs gepresteerd. Bob heeft trouwens de roman 'De eeuwige oorlog' vertaald. Het is pas achteraf dat hij als schrijver is doorgebroken. Nu is Bob een BBV, een bijna bekende Vlaming. Hij heeft het senario geschreven voor 'Solitair', dat pas gepubliceerd is toen 'De eeuwige oorlog' al uit was.»
Veto: Werk je liever met of zonder senarist? Maakt dat iets uit voor je?
Marvano: «Dat hangt ervan af. Met Ronald Grossey en Marcel Rouffa voor de Sulitzer-verstrippingen was de samenwerking heel plezierig, omdat ik vond dat we elkaar op ideeën brachten. De man met wie ik 'Rourke' begonnen ben, Annestay, was een ramp. Ik kon met die persoon heel goed opschieten, maar het was geen goede senarist en dat was dus een dood spoor. Het voordeel van een goede senarist is dat je een klankbord hebt, het voordeel van alleen werken is dat je je zin kunt doen. Als het kan liever mét. 'Dallas Barr' kan ik niet alleen. Dan is een senarist prima.»
Veto: Ben je gevoelig voor kritiek?
Marvano: «Op een moment dat we bezig waren met de Sulitzer-reeks, was er een meeting van alle auteurs uit de Vrije Vlucht-reeks in Parijs. Jean Van Hamme, de senarist van 'XIII', 'Thorgal' en 'Largo Winch', was daar ook. Ik ken die man verder niet, hij hoeft niet vriendelijk voor mij te zijn. Maar hij is toen naar me toegekomen om te zeggen dat wat Marcel Rouffa en ik met die 'Rourke'-verstripping hadden uitgespookt, het beste was van al die Sulitzer-verstrippingen en dat 'Rourke' ook op zich erg knap was. Daar hecht ik belang aan. Maar de meerderheid van de striprecensies zijn ongelooflijk slecht. Dikwijls willen de recensenten alleen zichzelf interessant maken.»
Gert Meesters
'Dallas Barr' deel 1, 'Dodemanshand' is uitgegeven bij Dupuis en kost 180 frank.



Inhoud