"Strange Days" van Kathryn Bigelow in het Stuc

Een macho-vrouw breekt potten

Kathryn Bigelow is van vele markten thuis. Het is alleen moeilijk om te bepalen van welke. De vijf langspeelfilms die ze tot nu maakte zijn niet zomaar in te delen in een bepaald genre. Bigelow heeft er een sport van gemaakt om de filmkonventies op hun kop te zetten, en met sukses. Het levert steeds weer knallende sinema op met prachtig gefotografeerde beelden. Een macho-vrouw achter de kamera die kan konkurreren met de beste aktiefilmers.

Kathryn Bigelow mag dan wel een aktiefilmadepte pur sang zijn, haar achtergrond doet menig kunstliefhebber de wenkbrauwen fronsen. Vooraleer ze zich in de filmwereld stortte, was Bigelow aktief in de wereld van de plastische kunsten. Haar opleiding kreeg ze aan het San Fransisco Art Institute en het Whitney Museum Independent Study Programme. Daar kreeg ze onder andere les van Susan Sontag en Richard Serra. Later in de jaren zeventig maakte ze deel uit van het kunstenaarskollektief 'Art and Language'. Deze groepering van avantgarde kunstenaars streefde vanaf 1968 naar de dematerialisatie van de kunst. Het modernisme had afgedaan. De konseptuele kunst werd boven de doopvont gehouden. Uit een dergelijk milieu verwacht men allerminst iemand die zich gaat toeleggen op het maken van aktiefilms, maar Bigelow deed dat blijkbaar met goede reden. Ze kwam tot het besef dat ze met film een groter publiek kon bereiken dan met haar konseptuele plastische kunst. Konseptuele kunst vereist nu eenmaal een bepaalde voorkennis van de toeschouwer. Film is volgens haar een veel toegankelijker medium. In een interview stelde ze ooit eens: "Aktiefilms hebben de potentie pure sinema te zijn." Je merkt wel goed dat ze haar plastische talent niet verloren is. De manier waarop ze een Smith & Wesson-revolver met de kamera aftast in de openingsekwentie van 'Blue Steel' is meesterlijk: het is alsof je naar een komplexe metalen skulptuur zit te kijken. Op eenzelfde manier ontleedde ze de motoren van de Harley Davidsons in 'The Loveless'.

Genre

Zoals Bigelow met de 'Art and Language'-beweging tegen de kunstkritisch gevoelige schenen wist te schoppen, doet ze dat ook in de filmbusiness. Iemand die niet op de affiche let, zou zweren dat de films door een man zijn gemaakt. Zo viriel is Bigelow's sinema. Maar ze weet vaak origineler met de Hollywoodgenres om te gaan dan menig mannelijk kollega. In 'The Loveless' (1981) bracht ze een hommage aan de 'biker-movie' uit de jaren vijftig. Een stelletje motorduivels (onder hen Willem Dafoe die een tipe neerzet als Bogart in 'The Big Sleep' en Belmondo in 'A Bout De Souffle') doet een klein stadje aan om hun motoren te repareren. Hun verschijning roept soms hoogst merkwaardige gevoelens op bij de plaatselijke bevolking. 'Near Dark' uit 1987 was Bigelows echte eerste kommersiële sukses. Deze film kan het best omschreven worden als een vampierenwestern. De cowboy Caleb wordt verliefd op Mae, een vampierendochter. Het gevolg is dat ook Caleb besmet wordt met vampierenvirus en zich bij de vampieren voegt. Uiteindelijk weten Mae en Caleb de vloek te ontsnappen. In 1990 springt Bigelow over op een totaal ander genre: een politiethriller maar dan met een vrouwelijke politie-agente. In 'Blue Steel' krijgt Jamie Lee Curtis, die een zeer viriele doch kwetsbare rol speelt, af te rekenen met een psychopaat die denkt zijn wrekende engel in haar gevonden te hebben. Een jaar later laat Bigelow alle remmen los in de spetterende aktiefilm 'Point Break' met Keanu Reeves en Patrick Swayze. De FBI-agent Johnny Utah (rol van Reeves) infiltreert in de kriminele surferbende van Bodhi (Patrick Swayze) die voor de kick overvallen pleegt.

Kick

Ook in 'Strange Days' (1996) draait het om kicks. Lenno Nero (rol van Ralph Fiennes, bekend als de kampleider Amon Goeth uit 'Schindler's List') dealt in Squids (Superconducting Quantum Interference Devices). Deze Squids zijn een soort CD's die men kan aansluiten op het brein om een hallucinante werkelijkheid binnen te treden. De Squid geeft mensen de mogelijkheid om virtueel dingen te beleven die in het dagelijkse leven niet mogelijk zijn. Zo kan je een bankoverval levensecht meemaken of iemand zonder benen het gevoel geven alsof hij op het strand rent. Nero, een voormalig zedenpolitieagent, heeft van de illegale snuffelmovies een handeltje gemaakt. Hij is er zelf ook verslaafd aan geraakt. Steeds weer speelt hij de Squid af met de beelden van zijn vermoorde vriendin Faith (Juliette Lewis, 'Natural Born Killers'). Het hele verhaal speelt zich af tegen een achtergrond van dagelijkse rellen en oproer. Het kruitvat L.A. anno 1999 staat op springen. Oorzaak daarvan is de moord op de militante rapper Jeriko One die opkwam voor de rechten van de verdrukte zwarten. Via zijn Squid-handeltje raakt Lenny Nero tot over zijn oren betrokken in deze moord. De moord is namelijk vastgelegd op Squid. Geholpen door de (alweer) zeer mannelijke Mace (Angela Bassett, Tina Turner in 'What's Love Got To Do With It') draait alles toch uit op een optimistische eindnoot.

Buitenbeentje

Zoals in al haar films heeft Bigelow ook in 'Strange Days' enkele genres op een hoopje gegooid. Het resultaat zou men een techno-noir-thriller-relatiefilm kunnen noemen. De personages in de film zijn naar goede gewoonte bij Bigelow een stelletje 'outcasts': de bikers uit 'The Loveless', de vampieren in 'Near Dark', de vrouwelijke politie-agente Megan in 'Blue Steel', Johnny Utah in 'Point Break' die zowat zijn verlengde kent met de figuur van Lenny Nero in 'Strange Days'. Men zou de positie van Bigelows hoofdpersonages kunnen vergelijken met Bigelow zelf in het filmlandschap. Ook zij is eerder een outlaw dan een sineaste die meezwemt met de Hollywoodstroom. Vrouwen worden immers geacht eerder emotioneel geladen en psychologisch diepgaande films maken. Toch bestaat Bigelows sinema niet enkel uit plat aktiegeweld. De personages van Bigelow gaan niet onder in holle estetiek. Stijl en inhoud zijn steeds goed uitgebalanseerd in haar films. Dat maakt haar oeuvre juist zo boeiend. De personages worden op een zodanige manier uitgediept dat het niet gaat vervelen. Het portret van Megan in 'Blue Steel' is daarvan een prachtig voorbeeld. Doorheen de film wordt duidelijk waarom zij politieagente wilde worden. De mishandeling van haar moeder door haar vader is wellicht een aanzet geweest. Achter het staalharde imago schuilt in wezen een bang zieltje.

Keihard

Bigelow heeft het wel voor de sterke vrouwenrollen en dat wordt haar door de feministische beweging zeker in dank afgenomen. Ook in 'Strange Days' is het een vrouw die gaat lopen met de macho-rol. Mace is een alleenstaande moeder die haar brood verdient als veiligheidsagent. Terwijl zij de sterke pool is in de film speelt Ralph Fiennes als Lenny een eerder zwak karakter. Hij laat vooral zijn vrouwelijke, kwetsbare kant zien. Hij is hopeloos door zijn verloren geliefde Faith. Mace trekt hem echter met beide voeten op de grond. Ze weet hem duidelijk te maken dat de Squids geen oplossing zijn voor verdriet: "Memories are meant to fade, they're designed that way for a reason." Bigelow heeft echter ook kritiek gekregen door haar mannelijke kijk op de wereld. Haar films werden als te gewelddadig geklasseerd, zeker als het films betreft van een vrouw. Geweld is inderdaad een vast ingrediënt bij Bigelow, maar het is niet gratuit. Het speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van de filmpersonages. Megan wordt door het neerschieten van een overvaller gekonfronteerd met de minder aangename kant van de 'law and order' die ze vertegenwoordigt. In 'Point Break' dienen de spektakulaire overvallen van de surferbende als uitlaatklep en als boodschap aan de gevestigde orde: "We show them that the human spirit is alive!" Bigelow onderzoekt graag het domein tussen subjektieve en objektieve aggressie. Van deze tweespalt maakt Bigelow aardig gebruik in 'Strange Days'. Met behulp van de Squidbeelden wordt de toeschouwer direkt betrokken bij een moord en een verkrachting. Gefilmd vanuit een subjektief kamerastandpunt wordt de toeschouwer medeplichtig gemaakt. Voor de zoveelste keer wordt de dubbele werking van het voyeurisme in de film benadrukt: de kijker die belust is op sensatie kijkt mee met het personage naar de film in de film.

Hi-tech

En daarmee zijn we aanbeland bij een punt dat vandaag de dag heel gevoelig ligt: de kracht die de massamedia uitoefent op de maatschappij. Het publiek wordt steeds vertrouwder met reëel ogende beelden en men wil de grenzen steeds verder gaan verleggen. Reality TV is schering en inslag geworden op de beeldbuis. Ook daarmee wordt gespeeld in 'Strange Days'. Met behulp van een Squid zijn we getuige van de moord op Jeriko One. De gelijkenissen met de Rodney Kingaffaire en de daarop volgende rellen zijn niet van de lucht. In plaats van een amateurvideo-opname zijn het in dit geval de Squidbeelden. Bigelow houdt ons niet enkel voor dat we sensatiebelust zijn, maar ook dat we steeds verder willen gaan in de beeldbeleving. De virtuele realiteit wijst ons daarbij de weg. Computerspelletjes als 'Doom' tonen dat velen onder ons wel eens in een andere huid willen kruipen. In 'Strange Days' kan deze wens perfekt ingewilligd worden, met alle gevolgen vandien. Bigelow geeft met 'Strange Days' een verholen kritiek op de ontwikkeling van onze kommersiële beeldkultuur. Toch vreemd als men bedenkt dat 20th Century Fox, de maatschappij die de film uitbracht, in handen is van de hi-tech-gigant Sony. Hebben de filmbonzen dan toch enkel het goed te verkopen filmgeweld gezien?
Bart Mollé
'Strange Days' van Kathryn Bigelow, maandag 2 december in het Stuc, 22u30, 100/150.


Inhoud