Geëksposeerde Jan Bosschaert vergist zich:
"In Frankrijk zijn er duizenden tekenaars zoals ik"
Als er één tekenaar in Vlaanderen bij alle leeftijdskategorieën bekend is, dan is het Jan Bosschaert. Bij het grote publiek verwierf hij vooral bewondering met zijn sensuele Saint-Amouraffiches, zijn pinups -- 'De vrouwen van Jan Bosschaert' in Panorama -- of de serie strippinups in De Morgen. Kinderen kennen hem van zijn illustraties in de jeugdboeken van de razend populaire Marc De Bel en de iets ouderen van zijn stripreeks 'Sam', die hij tekent op senario van Marc 'Biebel' Legendre. Echte stripfanaten kenden hem al van zijn originele kortverhalen, die vorig jaar in het boekje 'De rode draad' werden uitgegeven, of van de striponderscheiding de Bronzen Adhemar, die hij in 1991 kreeg. Vanaf deze week hangt van zijn werk een niet te missen overzichtstentoonstelling in de Centrale Universiteitsbiblioteek.
Bosschaert is tegenwoordig blijkbaar flink aan het eksposeren. Zijn vorige tentoonstelling, 'Diabolo', is nog maar tien dagen gesloten. Die tentoonstelling liet een stouter erotische Bosschaert zien dan gewoonlijk.
Jan Bosschaert: «Een Engelse uitgever van strips en trading cards wou een tentoonstelling maken rond engeltjes en duiveltjes. Hij had mijn affiches voor Saint-Amour gezien en wou dat ik meedeed. Ik was de enige deelnemer van het vasteland. Belangrijke Engelstalige tekenaars als Sienkiewicz, McKean, Bolton en anderen zouden de rest van het materiaal leveren. Ik had mijn werk dus snel af. Maar dan liet Bolton het afweten en geraakte McKean niet klaar. Zo is dat projekt de mist in gegaan. Naar aanleiding van 100 jaar strips heeft stripwinkel Mekanik dan gevraagd om er een tentoonstelling van te maken.»
Veto: Wou je met Diabolo ook van dat braaf imago afgeraken?
Bosschaert: «Oorspronkelijk wel, maar toen is de zaak-Dutroux uitgebroken (lachje). Ik heb dus bepaalde werken goed verstopt. Ik had ook wel wat vreemde dingen gemaakt, die beter enkel aan een selekt gezelschap worden getoond. Ik heb vooral 's nachts aan Diabolo gewerkt. Wanneer ik dan 's morgens nog eens bekeek wat ik 's nachts had gemaakt, moest ik soms toch even slikken. Sommige ontwerpen zijn dus in mijn kaftje blijven zitten. Daarmee kunnen mijn kinderen later nog veel geld verdienen.»
Veto: Ter gelegenheid van Valentijn '96 stond er een dik ventje van Jan Bosschaert in De Morgen. Ben je de mooie vrouwen beu?
Bosschaert: «Nee, ik moest gewoon altijd in interviews uitleggen waarom ik mooie vrouwen teken. Nu kon ik zeggen: "kijk, ik heb ook een mannetje"(lacht). Ik ben voor de afwisseling wel eens bezig geweest met Sumo-worstelaars. Ik hou helemaal niet van dat macho-aspekt, dat gespierde. Met Sumo's heb je nog dat ronde, dat sensuele van een vrouw. Niet dat ik dikke mannen 'appetijtelijk' vind. Op mijn schetsen staan wel redelijk veel mannen. Op de Diabolo-tentoonstelling had een journalist ze geteld. Die zei mij: "Er zijn bijna evenveel mannen als vrouwen op deze tentoonstelling. Maar al uw mannen zijn domme kloten".»
Veto: Naast illustrator en schilder ben je ook tekenaar van de stripreeks 'Sam'. Zijn de verhaaltjes van die reeks niet te eenvoudig?
Bosschaert: «We hebben daar onlangs nog zwaar over gediskussieerd. Om de Franse markt te bereiken, hebben we overwogen om 'Sam' meer diepgang te geven. Maar we doen dat niet, omdat we nu een publiek hebben dat we niet zomaar willen opgeven. Ik maak heel veel illustraties voor Marc De Bel. En ik zie de laatste tijd veel kinderen die mij komen zeggen: "Sinds we u kennen, zijn we eigenlijk meer fan van u dan van Marc De Bel." Met 'Sam' gaan we op de vertrouwde weg verder, we blijven in het dorpje Pruttelaar. En we kreëren een aantal vaste personages. We gaan 'Sam' maken zoals we dat zelf willen, niet voor de fans van Marc De Bel, niet voor Standaard Uitgeverij, want die zouden het liefst vier albums per jaar hebben met een oplage van 400.000. De verkoop van 'Sam' is daar maar één procent van. In Frankrijk vinden ze 4.000 eksemplaren heel wat, maar bij Standaard is dat peanuts.»
Levenswerk
«We willen zo snel mogelijk aan tien albums geraken. Dat betekent dat we in de volgende twee jaar drie albums maken. Dat hebben we met Standaard Uitgeverij afgesproken. Zo gaat dat nu eenmaal met stripreeksen: je moet een zekere kontinuïteit kunnen bieden. Dan krijg je ook plaats in de warenhuizen en het schijnt dat dat een heel groot verschil maakt in de verkoop. In Vlaanderen moet je een hele tijd aan een standvastig ritme strips produceren voordat het publiek overweegt om je strip te kopen.»
«De Fransen kopen heel anders. Ik heb onlangs op een beurs in Frankrijk gesigneerd. Ik dacht dat niemand me kende en ik de gewoon de kat uit de boom zou kijken. Maar ik heb daar drie dagen aan één stuk door getekend. Die Fransen slaan een album open en als hen dat aanspreekt, kopen ze het. Blijkbaar zei mijn werk de Fransen wel iets... Ik vond dat heel vreemd.»
«We zijn volop aan het onderhandelen met een Franse ko-uitgever. P&T Productions zou de Franse versie van 'Sam' overnemen van Standaard. Bij grote uitgevers word je behandeld als een van de velen, bij zo'n kleine, dinamische uitgeverij stoppen ze veel meer energie in de weinige reeksen die ze hebben. P&T is op ongeveer elke stripbeurs in Frankrijk aanwezig.»
Veto: Je zegt altijd dat je tegelijk strips, illustraties en schilderijen wil maken, maar nu ga je kontinu aan 'Sam' werken.
Bosschaert: «Het zal moeilijk worden, maar ik ben dat wel van plan. Het staat er zwart op wit, dus ik kan niet meer terug. Met die drie albums moeten we weten waar we met 'Sam' aan toe zijn. Over enkele maanden word ik veertig. Als ik elk jaar een 'Sam' maak, kom ik misschien voor mijn pensioen aan twintig albums. Voor zestigduizend frank per jaar vind ik het ook niet de moeite om daar zoveel tijd in te stoppen. Als het na die tien 'Sam's' nog niet lukt, stop ik totaal met strips.»
Veto: Betekent dat dat de langverwachte volwassenenstrip van Jan Bosschaert er niet meer komt?
Bosschaert: «O jawel. Ik moet die verwachtingen hoog gespannen houden. Maar dat noem ik geen strip meer, dat is een levenswerk.»
Veto: Ik ben misschien naïef, maar ik zou denken dat jij met je mapje naar een Franstalige uitgever stapt en één en ander laat zien. Wanneer de uitgever van zijn verbazing bekomen is, tekenen jullie een kontrakt en jij leeft nog lang en gelukkig.
Bosschaert: «Zo eenvoudig is dat niet. De volwassenenstrip die ik wil maken, is een one-shot. Sommige uitgeverijen die one-shots publiceren, willen alleen maar 'Sam'-achtige strips van mij, andere willen een reeks maken van die one-shot. Als ik met die volwassenenstrip begin, moet ik met 'Sam' stoppen. Ik kan niet met twee strips tegelijk bezig zijn. En 'Sam' heeft nu zoveel plaats ingenomen in mijn leven... Pas na die tien albums van 'Sam' zal ik nog eens denken aan die droom, de volwassenenstrip.»
«Bovendien zijn er in Frankrijk duizenden tekenaars zoals ik. Die brengen één album uit dat nauwelijks verkoopt, en dat is het dan. Stel dat ik een strip uitgegeven krijg bij een grote Franse uitgever. Dan ben ik een held in Vlaanderen, maar er wordt waarschijnlijk nauwelijks een album van verkocht. Een volwassenenstrip zal mij enorm veel werk kosten en uiteindelijk zal zo'n strip toch maar een afkooksel zijn van mijn schilderijen. Dan denk ik dat ik beter mijn energie in mijn schilderijen steek.»
Veto: Met een strip zou je toch meer mensen bereiken dan met een schilderij.
Bosschaert: «Dat weet ik nog niet zo zeker. De mensen die in Vlaanderen het meest op mijn volwassenenstrip zitten te wachten, dat zijn de stripcritici. Ik wil strips maken waar ik me goed bij voel.»
Da Vinci
Veto: Toch denk ik wel eens dat de helft van de kopers van 'Sam' volwassenen zijn, die gewoon fan zijn van al het grafische werk van Jan Bosschaert.
Bosschaert: «Dat is wel zo. Ik heb tweeduizend harde fans en de andere tweeduizend kopers zijn fans van Marc De Bel (lacht). Ik heb volgende week een afspraak bij Casterman, om eens over een volwassenenstrip te praten. Ik heb vroeger bijna een mooie reeks bij die uitgever gehad, maar dat is om allerlei domme redenen afgesprongen. Ik weet wel niet goed wat ik moet gaan vertellen, want ik heb net die afspraak gemaakt voor 'Sam' met Standaard.»
Veto: Wat beschouw je zelf als je beste strip?
Bosschaert: «(lange stilte) Er zit er eigenlijk geen bij... De slechtste kun je altijd vragen, maar de beste... Het kortverhaal 'Water' uit 'De rode draad' zal wel mijn beste zijn.»
«Ik beschouw mezelf helemaal niet als striptekenaar. Ik breng graag figuurtjes tot leven en ik wil heel mooie tekeningen maken. Ik koop nogal wat strips, voor de tekeningen. Toen ik vijftien was, las ik een interview met Franquin. Dat was toen mijn grote god. Hij vertelde dat hij geen strips las. Ik vond dat toen een schande, maar nu merk ik dat ik zelf ook geen strips lees. Ik herlees mijn 'Sam's' wel eens als ze uitkomen, omdat ik dan een idee kan krijgen over hoe die strip overkomt bij de lezer. Franquin was één van de twee mensen die ik ooit nog een handje wou geven. Met Vandersteen was ik ook te laat...»
Veto: Omdat je met zo veel verschillende dingen bezig bent, bereik je een heel gevarieerd publiek. Het Saint-Amourpubliek kent je stripwerk waarschijnlijk niet en omgekeerd. Stoort je dat?
Bosschaert: «Nee. Da Vinci heeft ooit gezegd: "Je moet het publiek niet vervelen." Ik vind het dus leuk om allerlei verschillende dingen te doen. En als je een tentoonstelling samenstelt, is het een voordeel dat je niet allemaal strippagina's naast elkaar moet hangen.»
De overzichtstentoonstelling van Jan Bosschaert is van 15 januari tot 7 februari tussen 8.30 u en 19.00 u (weekdagen) of tussen 8.30 u en 13.00 u (zaterdag) gratis te bekijken in de Universiteitsbiblioteek. Op 14 januari om 20.00 u wordt de tentoonstelling feestelijk geopend, met onder andere een ode van Jan De Smet (De Nieuwe Snaar) aan Jan Bosschaert. Op 6 februari signeert Bosschaert vanaf 16.00 u in Het Besloten Land.
Inhoud