"Niet alle oude politici moeten oprotten"

In de week voor Kerstmis heeft Pieter Vandekerckhove ontslag genomen als nationaal koördinator van Jong Agalev. Op die manier wil hij de handen vrij hebben om mee te werken aan het bij elkaar brengen van politiek geëngageerde jongeren rond een "positief inspirerend, radikaal-demokratisch en progressief alternatief": het Centrum voor Politieke Vernieuwing (CPV). Dit centrum wil impulsen geven die nodig zijn om tot een nieuwe progressieve politieke kultuur te komen.

Pieter Vandekerckhove: «Er zijn de afgelopen jaren verschillende pogingen ondernomen om tot politieke vernieuwing te komen. Ook Jong Agalev heeft in het kader van SOS-demokratie samen met vier jongerenorganisaties van politieke partijen een éénentwintigpuntenplan goedgekeurd voor politieke vernieuwing. Maar het zal verschrikkelijk moeilijk worden om daarvan iets te realiseren. De reaktie van De Croo op het jongerenplan was bijvoorbeeld tiperend. Hij stelt dat Erik Finé, voorzitter van de VLD-jongeren, wel erg gefrustreerd moet zijn dat hij zijn eigen partij in vraag durft te stellen. Het huidige politieke klimaat laat volgens mij niet veel ruimte voor politieke vernieuwing. Binnen Agalev dacht ik in een partij te zitten die een korrekte analyse gaf van de politieke problemen en die er akkurate antwoorden op formuleerde. Maar ik ben niet doof gebleven voor de kritiek dat bijvoorbeeld de partij te moraliserend en anti-technologisch zou zijn. Verder zijn we bij de uitbouw van Jong Agalev gestoten op een aantal moeilijkheden. Jongeren van bijvoorbeeld de Volksunie en onafhankelijken, bleken grotendeels tot eenzelfde analyse te komen over het huidige politieke klimaat. We wilden dan ook samen een signaal geven voor politieke vernieuwing. Persoonlijk heb ik dan ontslag genomen, om mijn funktie binnen het CPV niet te kumuleren met mijn funktie binnen Jong Agalev.»

Wegen

Veto: In je vrije tribune in De Morgen blijf je heel vaag over wat die vernieuwing inhoudelijk moet zijn.
Vandekerckhove: «We willen het bestaande politieke landschap bevragen. Velen hebben het gevoel dat de bestaande politieke partijen niet meer in staat zijn om een treffend antwoord te formuleren op de huidige problemen. Dit is voor een groot stuk te wijten aan de harde partikratie. De partijen blijken veel meer geïnteresseerd te zijn in het veilig stellen van hun eigen belangen. Wij willen een beweging en, wie weet, op termijn een politieke partij die fleksibeler kan inspelen op maatschappelijke problemen. Maar tot welke konkrete resultaten dat allemaal zal leiden weten we nu nog niet.»
Veto: Als je zo vaag blijft en alle wegen open laat, loop je dan niet het gevaar aan geloofwaardigheid te verliezen?
Vandekerckhove: «We laten niet alles open, er zijn natuurlijk een aantal pijlers waarop we ons baseren. We willen niet op voorhand al vastleggen dat we bijvoorbeeld honderd punten als basis hebben. Ik weet natuurlijk heel goed waar ik naartoe wil, maar dat valt niet binnen één eng ideologisch keurslijf te vatten. Om het iets konkreter te maken, waarom noemen wij onszelf radikaal demokratisch? Het gaat hier om een initiatief waarbij we heel uitdrukkelijk de jongeren willen betrekken, om hen het gevoel te geven dat we echt wel een verschil kunnen maken met de oude politieke kultuur en dat we rekening willen houden met hun verzuchtingen. Ons projekt is ook een progressief projekt, waarbij we naar oplossingen zoeken vanuit een sociaal-ekologische bekommernis. Dat is voor ons de centrale pijler. Wat we niet willen is een bepaald waardenkader uitbouwen en bepalen hoe iemand moet leven. Dat moet het domein blijven van de individuele keuze van ieder mens.»

«Dat lijkt allemaal heel evident, alleen gebeurt dit niet in de politieke praktijk van vandaag. Welke bestaande politieke partij voert dit vandaag op een geloofwaardige manier door?»
Veto: In de vrije tribune die je vorige week schreef in De Morgen stel je dat je al samengewerkt hebt met de Volksunie rond een aantal zeer konkrete thema's: het legaliseren van drugs bijvoorbeeld, de kwestie Shell en stemrecht voor migranten. Zijn dat dan de nieuwe breuklijnen waarover je als beweging standpunten wil innemen?
Vandekerckhove: «Wat ik met die voorbeelden vooral wil aangeven is dat politieke samenwerking mogelijk is. De kloof tussen de meeste jongerenpartijen is niet zo groot. Het is dan ook pijnlijk te moeten vaststellen dat we in '99, bij de volgende verkiezingen, verplicht zullen zijn om te polariseren tussen bijvoorbeeld de Volksunie en Agalev omwille van platte, opportunistische elektorale redenen. Dat is immers de politieke realiteit. Wil je je als partij profileren dan moet je dat doen ten koste van andere partijen terwijl er een heel aantal thema's zijn waarrond je uiteindelijk hetzelfde denkt.»
Veto: Als je zo nauw wil samenwerken met de Volksunie dan hebben jullie ongetwijfeld de diskussie al gevoerd rond kommunautaire standpunten?
Vandekerckhove: «Wij willen geen enkele maatschappelijke uitdaging uit de weg gaan. Wij merken ook dat de Volksuniejongeren niet de behoefte hebben om daarover te polariseren. En ik zou nog een stuk verder durven gaan. Ik heb de indruk dat er nauwelijks verschillen zijn tussen Agalev- en Volksuniejongeren. De Volksunie is immers voorstander van een soort integraal federalisme. Dit wil zeggen dat problemen moeten worden opgelost op het nivo waarop ze zich stellen. Gemeentelijke problemen moeten dus gemeentelijk worden behandeld. En dat geldt net zo voor problemen op Vlaams, federaal of zelfs Europees en mondiaal vlak die elk op hun nivo opgelost moeten worden. Hetzelfde principe kennen wij ook als ekologisten. Maar wij noemen dat dan eerder een fleksibele vorm van basisdemokratie waarbij wij stellen dat mensen betrokken moeten worden bij die zaken die hen konkreet aanbelangen. Uiteraard zullen er altijd thema's blijven die een breuklijn vormen. Maar het is vooral belangrijk om tot een nieuwe dinamiek te komen waarin politieke vernieuwing centraal staat.»

Machtsanalyse

Veto: Is het verschil tussen het projekt van Coppieters-De Batselier en jullie projekt niet terug te voeren tot een verschil in leeftijd?
Vandekerckhove: «Nee, Coppieters en de Batselier waren uit op een progressieve frontvorming tussen de Volksunie, Agalev, SP en de vakbonden. Deze optelsom is voor ons geen haalbare kaart. Heel veel breuklijnen die betrekking hebben op een nieuwe politieke kultuur tekenen zich af binnen deze frakties. Ikzelf heb weinig affiniteit met het beleid van bijvoorbeeld een Vande Lannotte (SP). Mijn probleem met het projekt Coppieters is de manier waarop men de "oud-linksen" en "nieuw-linksen" bij elkaar probeert te brengen. Ik ben er zelf van overtuigd dat de term "links" achterhaald is en geen duidelijke lading meer dekt. Het Signaal van Coppieters is voor mij een te traditionele machtsanalyse.»
Veto: Is het wel verstandig om zonder politieke macht en zonder partij de politiek te willen veranderen? Is het niet beter om vanuit een bestaande machtsbasis veranderingen door te voeren.
Vandekerckhove: «Ik denk dat het belangrijk is om vanuit de bestaande politieke partijen een dinamiek los te weken maar ik geloof niet dat vernieuwing kan zonder het politieke landschap te hertekenen. Niet alle oude politici moeten oprotten maar men moet bestaande strukturen in vraag durven stellen.»
Veto: Belangrijk bij zo'n projekt is toch dat je de jongeren uit andere partijen ervoor warm maakt. Hebben de CVP- of VLD-jongeren daar oren naar?
Vandekerckhove: «Het is nooit onze bedoeling geweest om iedereen binnen de jongerenpartijen aan te spreken. Wij merken dat we een zeer groot deel van Jong-Agalev en de Volksuniejongeren en nogal wat onafhankelijken aanspreken maar ook een aantal jongeren van de SP, CVP en VLD zullen de stap zetten.»
Veto: Het probleem met partijen als Agalev en de Volksunie is dat zij in België weinig gewicht in de politieke schaal kunnen leggen.
Vandekerckhove: «Ja, maar ik wil er toch op wijzen, hoewel het misschien pretentieus kan klinken, dat de Volksunie en Agalev een sterke jongerenwerking hebben. Beide partijen zitten in de oppositie. Ik vind het persoonlijk natuurlijk moeilijk om toe te geven dat zij slechts een beperkte slagkracht hebben. Maar als beiden samenwerken vanuit éénzelfde bekommernis dan kan je toch heel wat bereiken. Dit samenwerkingsinitiatief wordt ook positief onthaald vanuit verschillende hoeken. Een aantal dagen geleden bijvoorbeeld zijn wij gekontakteerd door een uitgeverij om rond partijpolitieke vernieuwing een boek te schrijven. En je merkt ook dat je erg veel respons krijgt van mensen die bezig zijn met deze problematiek. Vorige week vertelde Tom Lanoye me dat hij de vrije tribune in De Morgen schitterend vond en dat hij mij volledig steunde in mijn projekt. Ik heb nog nooit zo veel positieve kommentaar gekregen op een initiatief als nu.»
Raf Gerits
Annemie Deckx



Inhoud