Tentoonstelling 'Kunst in sirkels' in Romaanse Poort

Kunst als middel tot integratie

Artistiek werk van licht mentaal gehandicapten, is dat kunst of zomaar wat bezigheidsterapie? Een vrouw die meervoudig gehandicapt is en toch prachtige kalligrafisch aandoende tekeningen maakt, waar klasseer je dit? De overzichtstentoonstelling 'Kunst in sirkels' wil op deze vragen geen antwoord bieden, maar probeert wel "het debat open te gooien", zoals dat heet. Ze presenteert werk uit ongeveer dertig verschillende instellingen in Vlaanderen op een reizende tentoonstelling, die eerst halt hield in Brussel, nu in Leuven loopt en later naar Hasselt, Mechelen, Gent en Brugge verhuist. Dit initiatief van Vlaams minister voor Gelijke Kansenbeleid Anne Van Asbroeck, wil een brug slaan tussen twee werelden, waarin mensen naast elkaar leven "als punten op dezelfde sirkel." De tentoonstelling in Leuven is het resultaat van een samenwerking tussen de stad Leuven, het Centrum voor Amateurkunsten te Anderlecht en Toemeka Basisbeweging Vrijwilligers.

Het is niet echt een nieuw fenomeen, de groeiende aandacht voor vreemde kunstuitingen. Nadat op het eind van de 19e eeuw de Japanse kunst in onze kontreien een ware sensatie bleek, was het rond 1910 de beurt aan de zogeheten 'primitieve kunst', die door Picasso geniaal werd geherinterpreteerd in zijn kubistische vormentaal. In de jaren twintig stelde de Duitse psychiater Hans Prinzhorn een grote priveeverzameling samen van kunst van schizofrenen uit de instelling in Heidelberg, waar hij werkte. De invloed van Freud is hier natuurlijk niet ver weg, maar jammer genoeg kreeg deze vernieuwende benadering van geesteszieken en hun kreatieve produktie totnogtoe nauwelijks of geen navolging. Deze prachtige verzameling werd in 1996 onder de titel 'La beauté insensee' nog in Charleroi getoond. De tweede feministische golf zorgde in de jaren zestig voor een grote belangstelling voor vrouwelijke kunstenaars, die, hoewel absoluut geen minderheid, doorheen de geschiedenis toch steeds stiefmoederlijk werden behandeld. Germaine Greer's "Vrouwenwerk. Een wedloop vol hindernissen" (1980) belichtte de -- tot dan toe nagenoeg onbekende -- vrouwelijke kunstenaars vanaf de late middeleeuwen vanuit een feministisch perspektief. Ook de jonge vereniging 'Gynaika' uit Antwerpen houdt zich bezig met de relatie vrouwen en kunst.

Natuurlijk is dit maar een greep uit de geschiedenis, toch zijn er een aantal gemeenschappelijke kenmerken bij al deze initiatieven. Wat opvalt, is het beperkte begrippenkader waarmee 'kunst' in het algemeen en dit werk in het bijzonder gedefinieerd kan worden, en dat bij zo'n kategorisering zeker problemen stelt. Wanneer je het werk van 'minderheden' als vrouwen (!), allochtonen, gehandicapten en ouderen apart voorstelt, versterk je natuurlijk -- zelfs ongewild -- de hokjesmentaliteit. Voorstanders van zo'n presentatie werpen dan op dat deze kunst een uniek karakter heeft dat éérst als een aparte kategorie moet gepresenteerd worden vooraleer de konfrontatie met andere kunstwerken en kunstenaars aan te gaan. Anderen zien deze etikettering als een versterking van een soort mikro-nationalistische benadering, een doorgedreven uiting van het bewustzijn dat men tot een minderheidsgroep behoort. Volgens Sylvain Van Labeke van het Centrum voor Amateurkunsten, koördinator van het Kunstprojekt, kan je de geselekteerde werken zeker 'goede amateurkunst' noemen. "Ze overstijgen het alledaagse handwerk, en zijn zeker geen veredelde vorm van bezigheidsterapie. Zo is er bijvoorbeeld een schilderij dat op ingenieuze wijze de leefwereld van de patiënt gekondenseerd verbeeldt, en dat als dusdanig zeer origineel en kreatief is. Eén vrouw maakt prachtige tekeningen, die sterk doen denken aan Japanse kalligrafie. Wanneer je weet dat deze meervoudig gehandicapte vrouw zelf geen potlood kan nemen -- men moet het haar in de handen stoppen -- versterkt dat natuurlijk de indruk die je van dit werk hebt. Het is zeer sober en direkt, maar daarnaast zijn er ook opvallend kleurrijke werken in de tentoonstelling opgenomen." Van Labeke benadrukt verder dat je ook zonder deze informatie sterk onder de indruk raakt van de gepresenteerde kunstwerken. De stelling, als zou het werk dus alleen maar waardevol zijn omwille van de -- biografische -- achtergrond van de kunstenaars, wordt hiermee onderuit gehaald.
De selektiecriteria tonen echter aan waar het schoentje zo'n beetje wringt: er werden in totaal 84 werken geselekteerd door vijf mensen, waaronder twee Gentse kunstenaars en kunsthistorica Ann Knaeps. Dit op basis van hun eigen smaak, aangevuld door vergelijking van de werken en zoveel mogelijk foto's. Je kan het dan ook een gemiste kans noemen dat niet bijvoorbeeld één van de patiënten mee gekonsulteerd werd, aangezien deze mensen waarschijnlijk een andere smaak hebben en dus andere werken zouden kiezen. Wanneer men kunstwerken van mentaal gehandikapten als dusdanig tentoon stelt, bestaat het gevaar dat de toeschouwer immers niet dezelfde criteria zal hanteren als voor andere, normaal begaafde kunstenaars. Men brengt werken bijeen onder een aparte noemer, maar laat de kunstenaars niet zélf participeren in het hele opzet. Dreigt dit dan niet het zoveelste 'betuttelende', zeg maar paternalistische initiatief te worden, waarbij de werken niet meer voor zich spreken?

Kat

Van Labeke: "Dat zou je zo kunnen zien, maar dat is absoluut niet de bedoeling geweest. De keuze van de werken aan een paar kunstenaars zelf overlaten is natuurlijk een andere optie, die we voor de toekomst zeker niet uitsluiten. In Nederland staat men op dat vlak reeds veel verder. Het museum Stadshof in Zwolle brengt daar 'Outsider Art', naïeve kunst van zowel gehandikapten als normaal begaafden. Geen kat die het onderscheid merkt, want alles wordt gewoon door elkaar gepresenteerd. Iets dergelijks willen wij via een soort kunstbank ook realiseren. Dat moet een uitleendienst met werk van gehandikapten worden, waarbij de keuze niet alleen bepaald wordt door de ontlener maar ook door de kunstenaar zelf, die kan beslissen welk werk hij vrij wil geven."
Een ander probleem is dat de werken 'representatief' moesten zijn, dit wil zeggen dat er uit elke Vlaamse instelling -- van Hasselt tot Kortrijk -- minstens één werk moest komen. Dit zorgt voor een vrij ongelijke verdeling, wat ook tot uiting komt in de zeer verscheiden kwaliteit van de tentoongestelde werken. Het konsept 'overzichtstentoonstelling' -- wat betekent 'werk uit kunstateliers van Vlaamse instellingen' -- heeft als spijtig resultaat dat onder de vlag van de representativiteit een vaak zeer moeilijke keuze moest gemaakt worden. Het is jammer dat zulk een criterium voor beeldende kunst moet gelden. Dat doet in zekere zin immers afbreuk aan het geheel.

Zakjes

Er werd geopteerd voor zoveel mogelijk verschillende technieken, om de verscheidenheid van de artistieke kreaties in de verf te zetten. De uiteindelijke bedoeling is immers om verstandelijk gehandicapten beter te integreren in alle domeinen van de samenleving, en daar hoort het kulturele zeker bij. Van Labeke: "We willen ook de vooroordelen omtrent licht mentaal gehandicapten wegwerken, en laten zien dat zij tot heel wat meer in staat zijn dan zakjes plakken in een beschermde werkplaats. Wat de kunstkritiek van deze tentoonstelling vindt, kan me -- eerlijk gezegd -- niets schelen. Het voornaamste is immers dat de deelnemers zelf er beter van worden."
Dit kunstprojekt loopt in verschillende steden, waarbij men tevens aansluiting zoekt met andere kulturele manifestaties. Museabezoek en historische stadswandelingen moeten toegankelijker worden voor gehandicapten. In Gent werd er sinds 1990 'Kunststeden' opgestart, een speciaal programma voor licht mentaal gehandicapten, en dat wordt dit najaar ook in Leuven ingevoerd. Daartoe volgen de Leuvense Stadsgidsen een zesdaagse opleiding, die hen voorbereidt op de specifieke aanpak van andersvaliden. "Er wordt, zowel van organisatorische kant als door de gehandicapten zelf, zeer positief gereageerd op dit initiatief", aldus projektleider Van Labeke, "en wij hopen dan ook dat het algemeen ingang vindt. Onze mensen nemen ook later de werkboekjes nog vaak ter hand, en spreken over de stad die ze bezocht hebben en de dingen die ze hebben beleefd en gezien. Wij zijn er dan ook vast van overtuigd dat zulke initiatieven enorm integratiebevorderend werken."
Ann Bries
'Kunst in sirkels' loopt van 17 januari (vernissage om 19.00 u) tot 8 februari op de zolder van het Kultureel Centrum Romaanse Poort in de Brusselsestraat, en dit elke werkdag van 10.00 u tot 16.30 u.
Interessant leesvoer is het standaardwerk van psychiater H. Prinzhorn, "Artistry of the Mentally Ill" (1922), laatste herdruk 1995, uitgeg. door Springer Verlag Wenen-New York en het zeer recente werk van J.J. Schiltkraut:"Depression and the Spiritual in Modern Art. Hommage to Miro", 1996, uitgeg. door J. Wiley.


Inhoud