Stadschouwburg herleeft
De eigenheid blijft
Twee jaar geleden werden plannen opgevat om de Leuvense stadschouwburg te restaureren. Vorige week werden de werkzaamheden uiteindelijk beëindigd. De drie doelstellingen, die men vooraf had vooropgesteld, werden daarbij min of meer gerealiseerd. Zo werd enerzijds de techniek aangepast aan de aktuele eisen en anderzijds werd er aan de brandveiligheid gesleuteld. De voornaamste betrachting was evenwel het vrijwaren van de eigenheid van het gebouw. Alles wat waardevol leek, werd dan ook min of meer bewaard.
De werken zelf werden gespreid over verschillende fasen. In een eerste fase -- mei 1994 -- werden de artiestenloges en de infobalie vernieuwd. Het hele gebouw werd voorzien van nieuwe elektriciteitsleidingen, kreeg een andere bevloering en een nieuw branddetektiesysteem.
In mei 1996 sloot de schouwburg opnieuw haar deuren en werden belangrijke renovatiewerken gestart aan de zaal, de foyer en de inkomhal. Dit werd dan gekoppeld aan de vernieuwing van de verwarmingsinstallatie, de belichtings- en klankinstallatie. Het totale prijskaartje van de werken bedroeg ongeveer 200 miljoen frank.
Beeld
Tijdens een rondleiding in het gebouw, ter gelegenheid van de officiële opening, werd het publiek gewezen op de aangebrachte veranderingen. In de inkomhal was het beeld van kunstenaar Herman Dottermans de voornaamste vernieuwing. Het beeld -- een naakte liggende vrouw met in haar uitgestrekte armen een kind - kreeg de naam Mater Artium mee. Dat het beeld eerst een andere naam droeg en al enige tijd in het atelier van de kunstenaar lag te verkommeren, waar het bij toeval werd ontdekt, deed blijkbaar geen afbreuk aan de waarde ervan.
Rechts van de inkomhal bevindt zich de eretrap. In vroegere tijden werd deze trap enkel door de gegoede burgerij gebruikt. Hierlangs konden zij ongehinderd de foyer of hun loges bereiken. Momenteel ligt deze monumentale trap - met groene leuningen en vergulde ornamenten - er enigzins verlaten bij. In de oorspronkelijke plannen zou de trap dan ook verdwijnen, maar hiertegen rees verzet. De trap, met bovenaan roze wandschilderingen in grisailletechniek, waarop verschillende danstaferelen worden uitgebeeld, zou te waardevol zijn. Hij werd dan ook behouden en kan nu eventueel gebruikt worden wanneer er feestelijke bijeenkomsten in de foyer plaatshebben.
Lier
In de foyer -- een zaal in art deco-stijl met mooie, kleurrijke fresco's -- duiken vier kleine panelen op die opnieuw de dans verpersoonlijken. Op elk van deze beschilderingen staat een vrouw afgebeeld, gekleed in een doorschijnende sluier met een tamboerijn en een overvloed aan bloemen. Voornaamste kleuren die werden gebruikt zijn oranje, groen en blauw. Een van de twee grootste panelen geeft een heroïsch epos weer dat geïnspireerd is op het verhaal van Don Quichotte. Opmerkelijk detail: dit schilderij geeft een lier weer, een motief dat trouwens nog op meerdere plaatsen in de schouwburg terugkeert.
Toen na de eerste wereldoorlog en de vernieling van de schouwburg een wedstrijd werd uitgeschreven voor de voltooiing en versiering ervan, moest de geheimhouding van de kandidaten worden gewaarborgd. Elk van de ontwerpen kreeg een teken. De uiteindelijke winnaar van de wedstrijd, architekt Jules Van Den Hende uit Gent, had gekozen voor de lier van Orpheus. Vandaar dat in de dekoratie van de schouwburg de lier overal aanwezig is.
Akoestiek
Ook in de zaal zelf vinden we de lier terug in de vergulde versiering van de koepel. De belangrijkste vernieuwingen die binnen de zaal werden aangebracht, zijn voornamelijk van technische aard. Om de zichtbaarheid van de toeschouwers te verbeteren, werden onder andere de leuningen van de loges verlaagd. Ook de gradatie van de zitplaatsen beneden werd aangepast en vergroot. De installatie van een elektro-akoestisch systeem zou dan weer het probleem van de verstaanbaarheid moeten oplossen. Het systeem dat ook al in de Verenigde Staten en Nederland wordt toegepast -- nog maar op vijfentwintig lokaties -- is een digitaal systeem dat het mogelijk zou maken de schouwburg te gebruiken voor grote orkesten of konserten. Vroeger werd de zaal vrijwel uitsluitend aangewend voor teater- en dansvoorstellingen en was de basisakoestiek voldoende. De vraag naar een groter aanbod, maakte de aanpassing van de akoestiek onontbeerlijk. Dit euvel had eventueel ook kunnen opgelost worden door de zaal te verbouwen. Maar deze keuze lag minder voor de hand daar ze onvermijdelijk inhoudt dat ook aan de eigenheid ervan wordt geraakt. Nu zal met behulp van 122 luidsprekers, her en der in de zaal aangebracht, en vier mikrofoons, getracht worden de verstaanbaarheid te verbeteren.
Eigenheid
Wie nu de schouwburg bezoekt en denkt op spektakulaire vernieuwingen te stuiten, komt enigzins bedrogen uit. De meeste veranderingen zijn wel opmerkelijk, maar niet echt opvallend. Wel wordt de bezoeker vanaf het eerste moment getroffen door de warmte en de gezelligheid die de meeste kamers uitstralen. Ook het streven naar meer eenheid in de versiering -- onder andere door de vloerbekleding -- en de interne herstrukturering van de schouwburg zijn pluspunten. Dat de meeste aandacht uitging naar het behoud van de eigenheid van het gebouw eerder dan naar het meer funktioneel maken ervan, is dan weer een beslissing die meer navolging verdient bij grootse restauratiewerken.
Inhoud