Proffen en politiek: Professor Wilfried Dewachter

"Ik ga een staatsgevaarlijke uitspraak doen"

Studenten weten te weinig over politiek, net als de rest van de bevolking. De regering zou rechtstreeks moeten verkozen worden. België lijdt aan overinstitutionalisering. Politoloog Wilfried Dewachter legt uit waarom, en bijt daarmee de spits af van een nieuwe reeks over professoren en politiek (zie ook kader).

Veto: Hoe schat u de politieke kennis van de studenten in?
Dewachter: «Onderzoek wijst uit dat die verschilt naargelang de fakulteiten. De kennis ligt het hoogst in de drie fakulteiten die ze beroepshalve moeten onderwijzen: sociale wetenschappen, rechten en ekonomie. Daarna volgt de rest van de humane wetenschappen en op het laagste nivo komen de natuur- en biomedische wetenschappen. In het algemeen ligt de politieke kennis van studenten te laag. Er werd ook vastgesteld dat bij ongeveer de helft van de bevolking deze kennis onder het minimale nivo ligt. Op de burger komen vele dingen af, maar wat ontbreekt is een sleutel om de informatie te beoordelen en te plaatsen, zodat ze het onderscheid kunnen maken tussen wat belangrijk en wat banaal is. Dit komt ten eerste door de nagenoeg totale afwezigheid van een goede politieke vorming in ons onderwijs. Het is onvoorstelbaar -- en dat is nog zacht uitgedrukt -- dat men in de humaniora-opleiding geen woord zegt over hoe deze maatschappij bestuurd wordt, tenzij op persoonlijk initiatief van een goede leerkracht. Een tweede oorzaak ligt bij de massakommunikatie: op de kwaliteitskranten na, gebeurt er zeer weinig goede politieke vorming.»

«De politiek zelf doet ook te weinig aan politieke vorming. Zij zouden de bevolking reële politieke inhoud moeten bieden. Politieke partijen zouden moeten pleiten dat er in het middelbaar onderwijs adekwate politieke vorming komt. En dat is gans iets anders dan uitleggen hoe België institutioneel in elkaar zit. De burger moet begrijpen hoe de maatschappij waarin hij leeft problemen politiek aanpakt, en dus moet je de ingewikkelde besluitvorming van België uitleggen. Als de bevolking een goede basiskennis heeft, kunnen de partijen naar de burger stappen zonder deus ex machina-oplossingen te beloven.»
Veto: Hoe kan men zinvol naar de verkiezingen stappen?
Dewachter: «Daarvoor is een minimale kennis nodig, maar er is ook de ervaring van het beleid. Politiek is het sturen van de maatschappij. De burger ervaart in meer of mindere mate wat dat sturen inhoudt. Dat vraagt een persoonlijke inzet van de kiezer, die heel weinig stimuli krijgt om zich politiek goed te vormen. Zo kom je bij het debat van stemplicht en stemrecht. De stemplicht wordt niet afgeschaft omdat het de politici een stuk gemakkelijker maakt. Bij stemrecht moeten de partijen eerst de kiezers motiveren om naar de stembus te gaan. Daarin zit een moment van politieke vorming.»

Demokratiseren

«Het wezenlijke debat gaat echter over wat kiezers kunnen beslissen bij verkiezingen. In België is dat zeer weinig. In Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland beslissen de kiezers oneindig veel meer -- gepaste overdrijving -- dan hier. In die landen stoot men door tot in de centrale motor van het politieke bedrijf, namelijk de regering. In dit land kunnen de burgers enkel zetels onder de politieke partijen verdelen. Daarna gaan die partijen autonoom diskussiëren over welke regering zij gaan vormen, met welk programma. In 1987 was de kiezer overtuigd dat de regering zou worden verdergezet, maar na de verkiezingen werd de koalitie omgedraaid.»
Veto: Pleit u nu voor de rechtstreekse verkiezing van de regering?
Dewachter: «Ik pleit voor veel dingen. Als je wil demokratiseren moet dit volgens mij in vier trappen gebeuren. De belangrijkste is de rechtstreekse verkiezing van de regering. Er is zóveel onderzoek dat aantoont dat de regering -- samen met de partijen die de regering maken -- de centrale beslissingsmotor is in dit land. Verder pleit ik voor een echt referendum, wetende dat dit een moeilijke zaak is in België. Misschien is het veiliger om daar eerst op gemeenschapsnivo mee te beginnen. Ik pleit voor een referendum -- omdat dit demokratisch is -- maar ook omdat men zo het beste leert wat politiek beslissen is. Men leert de konsekwenties van een keuze aanvaarden, en zo verdwijnt het mitische beeld dat de politiek alles kan. Ik pleit ook voor minder vergaande hervormingen zoals het niet langer overdragen van de lijststem in volgorde van rangschikking. Zo verdelen de kiezers niet enkel zetels onder de partijen, maar beslissen ze ook wie op die zetels gaat zitten. Wij stemmen eigenlijk op twee nivo's. We beslissen welke partijen het best zullen vertegenwoordigd zijn in de instellingen. Maar via onze voorkeurstem kunnen we voor een stuk bepalen welke mensen uit die partijen de macht zullen uitoefenen. Ik pleit dan ook voor stemrecht in plaats van stemplicht, want dan zouden de kiezers bewuster gaan stemmen en worden proteststemmen geweerd.»
Zo'n rechtstreekse verkiezing van de regering loopt in twee ronden. In de eerste ronde gebeurt dit een beetje analoog aan de presidentsverkiezingen in Frankrijk. Elke partij stelt zijn kandidaat-eerste minister voor. De kiezers stemmen en de twee kandidaten die het meeste aantal stemmen halen, gaan naar de tweede ronde. Voor die tweede ronde zeggen de twee kandidaten met welke mensen en met welk programma ze het willen doen, en hoe die mensen verdeeld zijn over de departementen. Wil die kandidaat-eerste minister met een regering van mensen van één partij naar de tweede ronde gaan, dan is dat zijn keuze. Wil die vooraf een koalitie maken, dan is dat eveneens de keuze van de kandidaat en zijn partij. Tussen de eerste en tweede ronde moeten de kandidaten dan tot overeenstemming komen over het programma en de samenstelling van de regering. De andere kandidaat doet hetzelfde. De kiezers stemmen dan voor regering A of regering B èn -- heel belangrijk -- A of B krijgt van het kiezerskorps een absolute meerderheid: meer dan de helft van de stemmen. Het debat tussen de twee ploegen zal dan moeten gaan over het beleid dat ze voorstellen en de bekwaamheid van de voorgestelde kandidaten. Een bekende Vlaming kan je dan niet naar voor schuiven, want die valt tegen als minister omdat hij zijn stiel niet kent.»

Elitisme

Veto: Hoe komt het dat er zo weinig diskussie plaatsvindt over deze zaken?
Dewachter: «Omdat we hiermee de kern van politieke besluitvorming in België raken. Die zou je kunnen samenvatten als een verlicht elitisme. Laat ik een voorbeeld geven: de top van de besluitvormers heeft terecht ingezien dat het instappen in het Verdrag van Maastricht en de Euro een goede zaak voor België is -- gezien ons aandeel van buitenlandse handel. Maar in tegenstelling tot Frankrijk, Denemarken enzovoort heeft men die basiskeuze niet voorgelegd aan de burgers. Er zit bij de top heel veel deskundigheid en scherp politiek inzicht. Maar ons politiek bestel laat toe om met dat verlichte inzicht niet naar de kiezer te moeten gaan.»
Veto: Het Vlaams Blok wil in Brussel zoveel mogelijk stemmen halen, om vervolgens de instellingen van de hoofdstad te kunnen blokkeren. Zou dat geen serieuze bedreiging betekenen voor de Belgische besluitvorming?
Dewachter: «Ik heb geen betrouwbare aanwijzing over hoe de kiezers in Brussel gaan stemmen, maar de kans op dit senario is niet onbestaande. Dan moet men dit toeschrijven aan het Vlaams Blok en de kiezers die erop stemden, maar in eerste instantie aan dat verlicht elitisme. Dit heeft het zichzelf institutioneel bijzonder moeilijk gemaakt, door compromissen te maken op basis van een wederzijds systeem van checks and balances. Een zesvoudige meerderheid halen in het nationale parlement, waar ter wereld bestaat dat? Men wil parallelle regeringen in Vlaanderen, Wallonië en op het federale nivo. Men heeft de pariteit in de nationale regering ingevoerd, men heeft de alarmbel ingevoerd. Zo zijn er enorm veel wederzijdse kontrolemechanismen, veel te veel.»

Luciditeit

«Men beseft tot op dit ogenblik te weinig hoe die institutionele hyperbescherming de besluitvorming koncentreert bij de mensen die het moeten doen. Totnogtoe is dat goed verlopen. Vraag is wat er in Brussel zal gebeuren op dertien juni? Dit heeft niets te maken met het federalisme -- dat is een oplossing voor Belgische problemen -- dat natuurlijk eenvoudiger moet worden uitgetekend.»
Veto: Wat gaat men doen als het Vlaams Blok in Brussel slaagt in zijn opzet?
Dewachter: «Dat is een vraag die je moet stellen aan Jean-Luc Dehaene. Beneden en boven de taalgrens, en in Brussel, wordt er anders over gedacht. Je krijgt dan een kompetitie van machtsposities en luciditeit, die zo sterk in het verlicht elitisme inzit. En ik hoop dat de luciditeit het zal halen op de machtsposities.»
«Ik ga een staatsgevaarlijke uitspraak doen. De grondwet is een heel belangrijke zaak, maar op bepaalde momenten is de basiskonstitutie van het politiek bestel misschien nog belangrijker dan de geschreven konstitutie. In 1918 zijn de verkiezingen georganiseerd via algemeen stemrecht, hoewel de grondwet dit niet toeliet. En dat is niet de enige keer in de geschiedenis van België dat men radikaal tegen de grondwet ingaat. Het is heel moeilijk te bepalen wanneer dit kan, en wanneer niet. In 1918 lag dat voor de hand.»
«In Brussel heb je een veel moeilijkere zaak. Als er blokkeringen tussen Vlaanderen en Wallonië gaan komen, hoe zal men dat oplossen? Brussel is een symbool van de niet-werkbaarheid van de overinstitutionalisatie, en dat stelt zich nu erg akuut omdat het Vlaams Blok erop inspeelt. De franstaligen in Brussel beseffen het probleem maar al te goed. Je moet je enerzijds realiseren dat onze maatschappij overgeïnstitutionaliseerd is, en anderzijds dat men de basiskonstitutie moet respekteren.»
Margo Foubert
Maarten van Meer


Inhoud