Persiflage
Is er in vier eeuwen niets veranderd? Keizer Karel, niet van enig
despotisme gespeend, kondigde destijds een edikt af dat de boodschapper
die hem ooit zou komen te vertellen dat zijn paard gestorven was, zou
terechtgesteld worden. Als in onze dagen een politicus in een slecht
daglicht komt te staan, is het de schuld van de pers. Als het met het
edele boerenbedrijf niet goed gaat, is het de schuld van de pers. Als een
of andere voetbalploeg verduiveld slecht speelt, is het de schuld van de
pers. Zelfs als een bezopen chauffeur een fatale elandtest aflegt in een
Parijse tunnel, is dat de schuld van de pers. Wat voor schadelijke
parasieten zijn dat wel niet, die journalisten, dat zij de val van
ministers veroorzaken, de dood van gekroonde hoofden op hun geweten
hebben en de golvende groene velden van de Vlaamse landbouw kaalvreten?
Zou niet elke rechtgeaarde maatschappij hen uitroeien, vierendelen,
opknopen aan de hoogste ra?
Maar neen, niet zo de onze. Ministerabelen verwennen hen met
persconferenties waarop de champagne rijkelijk vloeit en de arme boeren
trakteren hen op een festijn van eieren. Zelfs de politie, van nature de
grootste vijand van de rebelse journalist en altijd goed voor wat klappen
links of rechts, durft vaak niet tot het uiterste te gaan. Neem nu
bijvoorbeeld de laatste boerenbetoging. Niet iedereen was zo laf om de
pers ongestoord zijn besmeurende werk te laten doen. Enkele rechtschapen
boeren namen het op voor altaar en haard en begonnen de zondaars te
stenigen. Een verongelijkte journaliste waagde het om verhaal te gaan
halen bij de politie. En wat zei de Brusselse kommissaris zowaar? Dat men
zou ingegrepen hebben! Als er maar iemand met de dood bedreigd zou
worden! Wat een geruststelling moet het zijn voor het journaille te weten
dat men nog niet helemaal vogelvrij is verklaard.
Vanwaar deze pervers lakse houding tegenover het ras der
journalisten? Zou het kunnen zijn omdat zij macht hebben? Het is zoals
met de pluggers in de muziekindustrie. Ze sturen een hoop singles met
recht op retour naar de kleinhandel, deze plaatst een risikoloze
bestelling en daardoor stijgt het nummer in de hitparade. Gevolg: meer
bestellingen. Met journalisten is het net zo gesteld. Ze berichten over
wat nieuws is maar evengoed wordt nieuws datgene waarover ze berichten.
En welke politicus, of wie dan ook -- als hij maar tuk is op het promoten
van zichzelf -- zou daar niet voor vallen? Al moest hij er hoogst
persoonlijk Will Tura voor coveren.
Het spreekt voor zich dat de journalist op die manier mee zijn eigen put
delft. Eenmaal iets of iemand op de voorpagina gebracht, is er geen
houden meer aan. Dan wil het publiek steeds meer en meer en meer. En zij
die op dat ogenblik aan de top van de hitparade staan keren met de
glimlach de rollen om. Nu hebben zij niet langer de pers nodig maar de
pers hen. En dan nemen zij zich heilig voor het adagium van ene
ex-premier te volgen: "Gij zult de laatste zijn die het weet."
Maar o, naïviteit. Hoe zou men het voor elkaar krijgen de
goegemeente op de hoogte te brengen vóór de pers? Wanneer
de pers net het doorgeefluik is. Nee, nee, hier is duidelijk een foute
gedachtengang gevolgd. Het probleem is niet zozeer de onwil om informatie
door te spelen, maar de koketterie om 'hard to get' te spelen. Eindelijk
heeft men de persmuskieten waar men ze hebben wou: op hun blote
knieën, smekend om een scoop.
En als de journalist toch wat te hard van stapel loopt in zijn jacht op
nieuws? Wel, dan kan men nog altijd doen zoals met hoofdredakteur De Moor
van Knack: de Gerechtelijke erachteraan sturen, hem arresteren en beroven
van zijn papieren en hopen dat er geen haan naar kraait. En wanneer
iemand protesteert, wel dan kan men nog altijd zeggen dat het zijn eigen
schuld was.
Overigens wist de boodschapper van keizer Karel zich prima te redden. Hij
stormde des keizers vertrek binnen roepende: "Sire, sire, uw paard!" De
keizer, ontzet, riep uit: "Wat? Is het dood?", waarop de slimme man
antwoordde: "Ja sire, als u nu iemand wil laten terechtstellen, zal het
toch uzelf moeten zijn."
Inhoud