Kamiel Vanhole over Kleine Brogel en het engagement van de artiest.

"Schrijvers zouden soms beter de straat opgaan dan met een zilveren lepeltje in hun navel te peuteren."

Vorig jaar op één oktober trachtte een burgerinspektie de militaire basis van Kleine Brogel te kontroleren op de aanwezigheid van kernwapens. Onlangs deden enkele auteurs en hun lezers deze poging nog eens over. De Leuvense schrijver Kamiel Vanhole was hun woordvoerder. Als het parlement deze week geen klaarheid schept, wordt er vrijdag opnieuw aktie gevoerd. Kamiel Vanhole zal er dit keer niet bij zijn. Vanhole: "Ik hoop dat er helemaal geen aktie zal zijn, dat we tegen vrijdag weten of er wapens liggen zodat er eventueel stappen kunnen genomen worden om ze hier weg te krijgen."

Veto: Hoe heeft u die schrijvers bij elkaar gekregen?
Vanhole: «Het initiatief is uitgegaan van Elvis Peeters en mij. Vorig jaar met de burgerinspektie hadden we verschillende affiniteitsgroepen beoogd: er waren dokters bij, huismoeders, juristen... Elvis Peeters en ik vertegenwoordigden de schrijvers. We hadden ook Paul Mennes erbij gevraagd maar door allerlei omstandigheden is die toen niet kunnen komen. Om hem te vervangen hadden we andere schrijvers aangezocht en uit telefonische reakties bleek dat er heel veel belangstelling was van verschillende auteurs om deel te nemen. Het was toen echter te kort dag en daarom hadden we het plan opgevat om, als we in de toekomst iets organiseerden met schrijvers, dat zo vroeg mogelijk te plannen zodat iedereen zich kon vrijmaken. En dan zet de machinerie zich in beweging: je schrijft mensen aan, je telefoneert om hen nog een beetje aan te moedigen... Er blijkt nog heel wat engagement onder de auteurs te leven, zowel bij de jongere als bij de oudere.»
Veto: Hoe is de aktie verlopen?
Vanhole: «We waren in drie groepen. Twee ervan zijn buiten de basis gebleven en een tiental schrijvers zijn met hun lezers over de omheining gekropen. We hadden onze lezers daartoe opgeroepen. Ikzelf ben niet mee over de omheining gekropen om verschillende redenen, de voornaamste zijnde de honden. Bij de vorige aktie waren er honden binnen het domein aanwezig, die ook mensen gebeten hadden, en ik ben verschrikkelijk bang voor die beesten.»
Veto: Brigitte Raskin is er wel overgekropen.
Vanhole: «Ja goed, maar daar heb ik mijn bedenkingen bij want zij was de enige die van haar oren begon te maken na de briefing in de zaal van Kleine Brogel. Ze vond dat het allemaal een media-event was, maar hoe kun je zo een problematiek nu onder de aandacht brengen zonder de hulp van de media. We vertrokken echt wel vanuit een eerlijk engagement. Zij had de indruk dat we daar wat gingen wandelen terwijl de bedoeling toch iets anders was. Tenslotte heeft zij voor het media-event gezorgd door zich door haar minister van Kultuur over de draad te laten helpen. Daar zijn alle fotografen natuurlijk opgesprongen. Wat dan weer dankbaar meegenomen was voor ons omdat het zoveel aandacht kreeg.»
Veto: Wordt er binnen de schrijverswereld veel gediskussieerd over maatschappelijk engagement?
Vanhole: «Dat gebeurt zelden. Als schrijvers bij mekaar komen hebben ze het toch meestal over wanneer hun volgende boek uitkomt of hoeveel ze verkopen. Ik heb enkele keren het woord genomen in naam van de schrijvers, zelfs in de wij-vorm, en ik had zeker verwacht om daar kommentaar op te krijgen van andersgestemde kollega's maar dat is niet gebeurd. Er is maar één schrijver die pertinent geweigerd heeft om mee te doen en dat is Gust Gils. De aanwezigheid van kernwapens in België vormt voor hem geen enkel probleem. Hij gelooft blijkbaar nog in de afschrikkingsteorie. In zijn brief fulmineerde hij dan weer wel tegen het nukleaire afval dat nu in Kosovo ligt door de Navobommen.»
Veto: Gaat de schrijversaktie op de ingeslagen weg verder?
Vanhole: «Onder de deelnemers was ook Hugo Franssen van Uitgeverij Epo en die zou graag met de verschillende bijdragen die de schrijvers al geleverd hebben een boek maken en dat uitbreiden met achtergrondinformatie over kernwapens. Om het wat attraktief te maken en om er tegelijk een aktie aan vast te knopen, zouden we met een aantal schrijvers op de Boekenbeurs gaan zitten. We zouden onze lezers dan uitnodigen om met een pamflet klacht neer te leggen tegen de Belgische staat omdat we vinden dat de aanwezigheid van kernwapens indruist tegen een aantal internationale rechtsregels zoals die door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zijn vastgelegd.»

«Verder willen wij de estafettestok doorgeven zodat -- gedacht vanuit een puur middeleeuws besef van korporatisme -- andere beroepskategorieën zelf akties gaan overwegen, bijvoorbeeld bakkers en hun klanten of tandartsen en hun patiënten. Nog mee voor de hand ligt dat er muzikanten hun luisteraars zouden oproepen om samen met hen op burgerinspektie te gaan. Of mensen uit de teaterwereld. Er zijn tal van mogelijkheden.»
Veto: Vertrek je als schrijver niet vanuit een gemakkelijke positie om dat te zeggen: we gaan andere beroepskategorieën erbij betrekken. Je vertrekt als schrijver toch vanuit een andere kontekst dan een bakker?
Vanhole: «Ik weet niet in welke mate wij ons beter, enfin anders, voelen dan anderen. We vertrekken allemaal vanuit onze burgerzin. Wij zijn nu toevallig schrijvers en daardoor hebben wij het gemakkelijker om het woord te hanteren. Maar ik kan me voorstellen dat er onder pakweg de postbodes mensen zijn die even begaan zijn met bewapening als schrijvers. Als we die voor de aktie kunnen optrommelen dan is dat toch even valabel als schrijvers.»
Veto: Politiek en literatuur is anderzijds soms een gevaarlijke kombinatie.
Vanhole: «Het ligt moeilijk omdat er veel schrijvers geweest zijn die zich politiek vergist hebben. Wij kunnen dat nu gemakkelijk zeggen omdat we de terugblik hebben maar op dat ogenblik waren zij overtuigd van hun gelijk. Het is delikaat omdat je een daad stelt.»
Veto: Vandaar misschien dat politiek nog veel meer speelt in het teater? Van Brecht over Peter Sellars tot Dito Dito.
Vanhole: «Teater is een publieksvorm waarmee je meteen een hele zaal kan bereiken. Proza of poëzie wordt daarentegen in alle intimiteit gelezen en appeleert toch meer aan intieme gevoelens dan teater dat een breed statement kan gaan plaatsen.»
Veto: Is een schrijver niet beter in impliciet dan ekspliciet engagement?
Vanhole: «Het zijn twee verschillende manieren. Door akties bereik je de mensen direkt. In mijn schrijven bereik ik natuurlijk ook mensen maar dat is een proces van veel langere adem, dat is een soort zachte infiltratie. Je probeert daar inzicht te bieden of aan het denken te zetten en dat gebeurt nu eenmaal veel langzamer. Maar net omdat het op lange termijn gebeurt, is het misschien wel doeltreffender.»
«Zeker na zo'n aktie denk ik: nu moeten ze me even met rust laten, nu wil ik gewoon weer schrijven en niet aan de wereld denken. Het is altijd de keuze tussen ofwel met moraal bezig zijn -- want elk engagement is een vorm van moraal -- ofwel met schoonheid en met vorm. Soms ben ik ertoe geneigd in te grijpen in de werkelijkheid en soms denk ik: hou je bezig met dingen die, om het pretentieus te zeggen, voor de eeuwigheid bedoeld zijn. Want elk beetje schrijver toch koestert toch de illusie dat wat hij schrijft later nog waarde zal hebben. Direkt ingrijpen in de werkelijkheid is in die zin korte-termijndenken. In het werk van Boon vind je die ambiguïteit ook altijd terug. Aan de ene kant was hij heel erg bezig met maatschappelijke toestanden en aan de andere kant kocht hij dat goed in Erembodegem waar hij zich terugtrekt in zijn hol, zijn malpertuis. Die twee schuiven voortdurend in mekaar.»
Veto: Is er een evolutie in het maatschappelijk engagement bij de schrijvers?
Vanhole: «Ik denk dat het nu minder drammerig gebeurt dan in de jaren zestig en zeventig toen een aantal schrijvers toch meer overtuigd waren van hun grote gelijk. Nu komt er meer ironie bij kijken en het besef dat het allemaal niet zo snel zal veranderen. Er is ook een huiver tegen grote idealen. Misschien dat we daarom zoveel schrijvers warm gekregen hebben voor dit initiatief: het ging om iets heel konkreets, de eenvoudige vraag of er kernwapens opgeslagen liggen of niet.»
Veto: Moest er al politiek stelling genomen zijn, zouden ze dus veel moeilijker te overtuigen geweest zijn?
Vanhole: «Dat kan kloppen. Bij mijn weten is er maar één schrijver die politiek kleur durft te bekennen en dat is Charles Ducal. Maar zijn stellingname tegen het kapitalisme -- hij is de enige die dat woord nog in de mond durft te nemen -- wordt hem nooit in dank afgenomen onder schrijvers. Er is ergens wel een vorm van onbewuste sociale kontrole. België is nu eenmaal zeer klein en de schrijvers zien mekaar vaak.»
Veto: Sommige kunstenaars hebben ook genoeg aan hun eigen innerlijk.
Vanhole: «Dat moet je respekteren. Een schrijver moet niets. Nochtans zou ik soms enkele dichters graag de straat op schoppen. Dan denk ik: dat is toch absoluut gemier waar die mee bezig zijn, zo met een zilveren lepeltje in hun eigen navel zitten te peuteren. Die zouden wel eens op de straat mogen gaan rondkijken om te zien dat er nog wel andere dingen zijn dan hun eigen ego. Maar welk recht zou ik me toe-eigenen om dat te gaan eisen?»
Peter Mangelschots
Bart De Schrijver


Inhoud