Krakers in debat met schepen Brepoels over leegstand
"Uw dromen zijn onze nachtmerries"
Zoals vele andere steden wordt ook Leuven geplaagd door leegstand. Hele
buurten verkrotten terwijl er een steeds grotere behoefte is aan
degelijke en betaalbare woningen in de binnenstad. Thierry Laenen van het
Sociaal Centrum -- zo noemt de Leuvense kraakbeweging zichzelf -- ging
vorige week woensdag in debat met schepen voor huisvesting Jaak Brepoels
(SP). De kraker schoot met scherp op het eigendomsrecht en de sociale
politiek van de stad Leuven. Hij had het publiek aan zijn kant, dat
voornamelijk bestond uit krakers en sympathisanten.
Ex-kraker Brepoels was het eens met het Sociaal Centrum dat sommige
panden in Leuven verdienen gekraakt te worden. Kraken is volgens de
schepen een legitiem middel -- naast bijvoorbeeld staken en betogen -- om
iets duidelijk te maken. Want duidelijker kan het niet: volgens Brepoels
beslaat de leegstand in Leuven 659 woningen en 13 bedrijfspanden. Van de
vierduizend woningen staan er 2,5 procent leeg, wat in vergelijking met
andere steden vrij weinig is. Dat komt omdat de panden die in andere
steden zouden leegstaan, in Leuven worden verhuurd aan studenten, die met
weinig komfort tevreden zijn. Dat neemt niet weg dat er een woningtekort
is in de stad. Een frappant voorbeeld is de Delvaux-wijk waar dertien
huisjes leegstaan, allemaal van dezelfde eigenaar.
Opcentiemen
In België zijn er om en bij de 1,2 miljoen mensen slecht
gehuisvest. Ook het aantal onverbeterbare woningen blijft toenemen.
Daarbij komt dat 16,5 procent van de huishoudens in bestaansonzekerheid
leven. In dit land is het systeem van huursubsidies zeer slecht
uitgewerkt. Als men de kosten van de woning van het bestaansminimum
aftrekt, blijkt dit helemaal niet zo hoog te zijn als vaak beweerd,
integendeel zelfs.
Pas in de jaren tachtig zag de overheid dit probleem in en probeerde
men een globale aanpak door te voeren via de wet: zowel op gewestelijk
als gemeentelijk nivo kunnen heffingen geïnd worden. De gewestelijke
heffing is gelijk aan het kadastraal inkomen. Dat bedrag wordt
vermenigvuldigd met het aantal jaren leegstand, met een maximum van vier
jaar. Op gemeentelijk nivo kan men opcentiemen of een eigen belasting
vorderen en daarom kan de aanpak van leegstand erg verschillen van
gemeente tot gemeente. Daarnaast bestaan er nog een aantal mogelijke
sankties op leegstand en verkrotting, zoals onbewoonbaarverklaring of
opeising door de burgemeester.
De stad maakt een lijst van alle panden waar geen officiële
domicilie gevestigd is en die ook niet bewoond worden door studenten. De
eigenaars worden aangeschreven met de vraag of het pand inderdaad
leegstaat. Zij krijgen een maand tijd om te bewijzen dat het pand bewoond
wordt, door bijvoorbeeld de elektriciteitsrekeningen voor te leggen. Maar
de eigenaars kunnen makkelijk laten uitschijnen dat hun pand bewoond
wordt.
De wet voorziet ook schorsingen en vrijstellingen van
leegstandsbelasting. Een schorsing komt voor als het pand minder dan twee
jaar geleden werd aangekocht -- de eigenaar krijgt de tijd om te
renoveren. Een vrijstelling wordt vooral toegekend aan sociale
huisvestingsmaatschappijen omdat men er vanuit gaat dat die panden
leegstaan om in de nabije toekomst gebruikt te kunnen worden.
Thierry Laenen van het Sociaal Centrum gelooft niet in de fiskale
politiek van de overheid en verwijst naar Brussel waar de leegstand met
vijftig procent is toegenomen door de grote spekulatie van
vastgoedmakelaars. De diskussie moet volgens Laenen gaan om het
eigendomsrecht. Laenen: "Je berokkent iemand schade door een huis te
bezitten en er niets mee te doen. Maar zolang er een kloof is tussen arm
en rijk, wat kan de sociale huisvesting dan teweeg brengen? Het recht op
wonen wordt verhinderd door huiseigenaars die hoge huurprijzen vragen en
hun woningen laten verkrotten. Het gaat hier om een fundamenteel recht
dat belangrijker is dan het recht op bezit. Het recht op een woonst voor
eenieder -- dat is opgenomen in de Grondwet -- is volgens Laenen niet
afdwingbaar. "Het is geen recht maar een gunst geworden", vervolgde de
kraker, "dat is de reden waarom bepaalde mensen overgaan tot kraken." Ook
Jaak Brepoels moest toegeven dat het recht op huisvesting in Leuven in de
praktijk niet bestaat.
Scherp
Het debat tussen krakers en overheid ontspinde zich over een heel
aantal konkrete problemen van leegstand in de stad. Toen de Vel-site
onder de loep werd genomen, schoot het Sociaal Centrum met scherp op de
stad Leuven.
De Vel-site werd tussen 1967 en 1996 gebruikt door stadsdiensten als
'kleine stortplaats': er is een zware loodverontreiniging door de
opgestapelde verf en andere rotzooi. Voor dit stort zijn nooit
vergunningen aangevraagd. Het Vel-gebouw bevat ook asbest, een
kankerverwekkende stof; De volledige site was de laatste jaren
toegankelijk voor iedereen, er werden vaak zelfs spelende kinderen
gezien. En hoewel er in 1993 een rapport is verschenen over asbest,
hebben arbeiders van de stad er nog tot 1996 gewerkt. Asbest was echter
wel de reden om de krakers uit het pand te zetten, voor hun eigen
bescherming.
Nu zou de site gesaneerd worden door de stad om een ekologische
modelwijk te bouwen -- Brepoels betwistte echter het adjektief
'ekologisch'. Er zullen tweeëndertig sociale koopwoningen
neergeplant worden voor grote, jonge gezinnen, tegen een slordige zeven
miljoen frank. Thierry Laenen ziet hierin een bewuste financiële
diskriminatie ten voordele van de 'tweeverdieners', ten nadele van de
lagere sociale klassen, ten gunste van wie de sociale gelden zouden
moeten besteed worden.
De krakers waren niet te spreken over de optie van de stad om de site
te saneren met gelden van het Sociaal Impuls Fonds. Zij vragen zich af of
het principe 'de vervuiler betaalt' voor de stad niet opgaat. Brepoels
kon hierop geen duidelijk antwoord geven.
De huisvestingsinitiatieven van de stad vallen bij de krakers niet in
goede aarde. Ofwel raken ze niet aan de fundamenten van het probleem --
de kloof tussen arm en rijk --, ofwel maken ze de lokale initiatieven van
buurtbewoners of krakers kapot. Vele leegstaande huizen zijn eigendom van
de stad Leuven. Toen schepen Brepoels luidop droomde om de schande van de
leegstand te bestrijden, replikeerde Laenen ironisch: "Uw dromen zijn
onze nachtmerries." Brepoels veroordeelt de krakers dus niet, omgekeerd
is dat wel het geval. Wat ook de kritiek op het beleid van de stad Leuven
moge zijn, de schepen bleef geduldig bij het hem zeer vijandig
publiek.
Inhoud